Wat te doen?

De universiteit is er om kennis bij te brengen die te moeilijk, te saai en te nutteloos is om zelfstandig te leren. Bijna alles kun je ook wel ergens anders te weten komen. Als het om nuttige leerstof gaat, zoals eerste hulp bij ongelukken of kleine reparaties in en rond het huis, dan is daar altijd wel een cursus of een leerboek voor. En als het niet te saai is en ook niet al te moeilijk, dan staat het wel in de krantenbijlagen die in de loop van een week het hele universum van wetenswaardigheid bestrijken. Daar hoeft niemand voor naar college.

Sommige vakken die aan de universiteit worden beoefend hebben desondanks enig nut. De medische studie kan ooit nog van pas komen, als iemand opeens niet goed wordt en er is geen dokter in de buurt. Maar dat praktisch nut is een vrij recente toevoeging. Tot voor honderd jaar was medicijnen nog een echt universitair vak, dat moeilijk was en tamelijk saai en dat in de praktijk zijn onbruikbaarheid bewezen had. Sindsdien zijn enkele doeltreffende geneeswijzen en werkzame geneesmiddelen ontwikkeld, maar niemand heeft eraan gedacht het medisch onderwijs discreet van de universiteit te verwijderen en onder te brengen waar het nu, net als alle andere nuttige vakken, hoort: bij het hoger beroepsonderwijs.

Ook rechten hoort eigenlijk niet aan de universiteit, het is zeker saai genoeg, maar iets te makkelijk en veel te nuttig, voor juristen. Als de maatstaven strikt worden toegepast doorstaat maar één vak de toets: de filosofie, moeilijk, vervelend en nutteloos, en dus door en door universitair.

Er zijn vakgebieden die ook al onverwacht en onbedoeld nuttige kennis opleveren, zoals de natuurkunde of de sociologie. Maar fysici laten die toepassingen over aan ingenieurs en technici, die elders worden opgeleid en sociologen laten de praktijk aan maatschappelijk werkers, die gevormd worden aan hogescholen.

Als het niet saai, nutteloos en moeilijk is heb je de universiteit er niet voor nodig. En waarom zou iemand het zichzelf aandoen om saaie, nutteloze en moeilijke dingen te leren? Dat die kennis saai, onnut en moeilijk is, maakt haar nog niet zinvol of van waarde. Maar wel bevat alle waardevolle wetenschap saaie, moeilijke en onnutte elementen.

Als elke schakel in een redenering simpel was, als iedere fase in een onderzoek amusant zou zijn, als iedere volgende stap iets bruikbaars opleverde, dan kwamen mensen er al gauw vanzelf wel op. Er is in alle gevestigde wetenschappen iets dat je alleen maar met een omweg, met uitstel, door inleiding en inwijding kunt leren. Ik denk dat het in de natuurkunde te maken heeft met een begrip voor afstand en omvang van meson tot kosmos en ik vermoed dat het in de biologie gaat om een gevoel voor tijd, voor de miljarden jaren waarin de evolutie zich voltrokken heeft. Maar dat kun je niet rechtstreeks leren, daar moet je in groeien. Dat gaat moeizaam en er is moeite voor nodig.

In de sociologie draait om het inzicht dat mensen met elkaar samenlevingen vormen en samenlevingen weer de mensen vormen die er deel van uitmaken. Het kan anders, misschien zelfs beter gezegd worden, maar daarmee wordt het nog niet beter begrepen. Daarvoor is kennis nodig van talloze maatschappelijke constellaties en van een reeks theorieën die de wisselwerking nader omschrijven. Veel daaraan is nogal vervelend, weinig is dadelijk bruikbaar, geen onderdeel is op zich erg moeilijk, maar een inzicht in de samenhang is moeilijker dan in elk ander vak.

Waarom zou iemand in zo'n wetenschap willen worden ingewijd? Het is dat het me nooit gevraagd wordt, maar wat moet je anders doen als je nog zestig jaar bij je verstand te leven hebt, dan je een wetenschap of anders wel een kunst eigen maken die je voor de rest van je bestaan bezig kan houden?

Een voldragen wetenschap is een levensbeschouwing. Je kunt de wereld natuurkundig zien, je kunt biologisch leven, je kunt een economische bestaansvisie hebben en de psychologische beginselen aanhangen. Ik leef vanuit historisch-sociologische grondslag.

'- En bevalt het?'

Ik kom erop, omdat een rare onwaarachtigheid zich in de universiteiten verbreidt. In een wanhoopspoging om studenten te lokken doen de universiteiten zich lollig en gemeenzaam voor. De Vrije Universiteit adverteert met een leesplank en de Universiteit van Amsterdam koketteert in de reclame met het grote-stadsleven. De universiteiten willen de 'studeerbaarheid' vergroten. Ze paaien studenten met studies die een goede baan, of tenminste een baan in het vooruitzicht stellen. Dat zijn een soort beroepsopleidigen en wie er zo een heeft voltooid is daarna alleen geschikt als vrijetijdsexpert of media-adviseur of personeelschef of beleidsambtenaar en als in die vacatures eenmaal is voorzien door de vorige lichting studenten leidt zo'n studierichting alleen nog op voor blijvende werkloosheid, en volgt noodzakelijk alsnog de algehele omscholing.

De studenten die straks aankomen zullen in hun leven nog vaak van baan veranderen, ze zullen lange tijden zonder werk zitten en zich meer dan eens in een heel andere werkkring moeten inwerken. Ze zullen waarschijnlijk geen armoede lijden, maar soberder moeten leven dan hun ouders. De meesten zullen minder geld en meer tijd hebben dan vorige generaties.

Op zo'n toekomst moet je je niet voorbereiden met een smalle, strak geregisseerde opleiding die geheel gericht is op een beroep waar nu nog vraag naar is maar over drie, vier jaar waarschijnlijk al niet meer. Je moet kiezen voor vorming in een wetenschap die veel te moeilijk, te saai en te onnut is om ooit nog te leren nadat je studietijd voorbij is, maar die je wel een leven lang bezig houdt en bij blijft. Daarna kun je nog altijd een beroepsopleiding volgen. Want die wetenschappelijke wereldbeschouwing, die heb je dan al.

    • A. de Swaan