'Onvoldoende greep VROM op volkshuisvesting'

DEN HAAG, 13 APRIL. Het ministerie van VROM moet zijn greep op het volkshuisvestingsbeleid versterken. Gemeenten zijn niet in staat de woningcorporaties, de verhuurders van sociale woningen, afdoende te controleren.

Dit advies gaf de interim-manager van de Limburgse woningcorporatie WBL, B. Kempen, gisteren aan de parlementaire commissie die een onderzoek doet naar de oorzaak van de financiële problemen van deze stichting.

Kempen, tot voor kort algemeen directeur van de Nationale Woningraad, zei“geen waardering” te hebben voor de rol die de vijftig betrokken gemeenten hebben gespeeld in de WBL-affaire. Hij gaf toe dat de gemeenten financieel niets te verwijten valt, maar voegde er aan toe dat ze ook als het om volkshuisvestingsbeleid ging, het erbij hebben laten zitten. “Uit angst mee te moeten betalen hebben de gemeenten zich verre van WBL gehouden. Ze dachten: laat die club maar kapot gaan. Als iemand WBL heeft laten zwemmen, zijn het wel de lokale bestuurders.”

Kempen, die eind vorig jaar op verzoek van staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting) interim-manager bij WBL werd, sprak tegen dat het bij deze Limburgse corporatie (7.500 woningen) een financiële chaos zou zijn. “Er is wel een financieel probleem, maar dat is wat anders. En het klopt dat de bestuurlijke problemen groot waren. De verhoudingen waren ziek.”

Volgens de vroegere NWR-directeur moet vooral de inspectie van het ministerie worden versterkt, zodat het departement “slagvaardig” kan ingrijpen als het bij een corporatie mis dreigt te gaan. Het ministerie moet de bevoegdheid krijgen een bestuur weg te sturen of te schorsen, aldus Kempen.

Voormalig staatssecretaris Heerma heeft bij de reorganisatie juist voor een andere weg gekozen. De corporaties zijn veel meer dan vroeger zelf verantwoordelijk voor het volkshuisvestingsbeleid en de gemeenten moeten daarop toezien. Het ministerie opereert op afstand. “Het is een illusie te denken dat gemeenten in staat zijn het toezicht goed te doen”, stelde Kempen.

In de affaire-WBL lijkt bij de parlementaire onderzoekscommissie het gevoel te groeien dat ex-staatssecretaris Heerma te laat heeft ingegrepen. Directeur-generaal Kokhuis van het departement wees gisteren herhaalde malen op het slechte functioneren van het WBL-bestuur. Via een inspectierapport was de ministeriële top daarop ook gewezen. Toch greep het departement niet in, omdat het de hoop koesterde dat bestuurswisselingen en een saneringsplan soelaas zouden bieden. Het bleek ijdele hoop. Het toekomstige tekort bij WBL wordt op 120 miljoen gulden geraamd.

Kokhuis zei dat Heerma in 1994 de WBL-kwestie grotendeels aan zijn ambtenaren had overgelaten. De CDA-bewindsman had het druk met de verkiezingen.