Moeders hand

Een alleenstaande lezeres (76) woont in een eigen huis op de eerste verdieping dat 150.000 gulden waard is. Ze heeft een aflossingsvrije hypotheek van 25.000 gulden lopen. Die is afgesloten om mee te kunnen betalen aan het groot onderhoud van het complex waar de woning deel van uit maakt. Deze lening kan ze binnenkort tegen een lager percentage dan de huidige 9,5 procent verlengen. De van het inkomen aftrekbare maandrente daalt daardoor tot 160 gulden. Haar AOW plus pensioen, samen 1.500 gulden, vult ze aan met licht werk aan huis. Daar wil ze mee stoppen, omdat de jaren gaan tellen. Op dat moment daalt haar besteedbare inkomen tot die 1.500 gulden.

Zij schrijft: “Er zit zoveel geld in het huis. Waar haal ik geld vandaan als het flatgebouw over een paar jaar weer een keer in de steigers moet? Wordt de trap geen obstakel als het lopen moeilijker gaat?

Kortom: mevrouw zit vol twijfels, hoewel ze bijna alle alternatieven die ze heeft, aanroert in haar brief. Kan een financiële planner daar een lijn in brengen? Ja, maar hij kan niet beslissen voor een ander, omdat sommige levenszaken heel persoonlijk zijn.

Neem bijvoorbeeld de woonomgeving van mevrouw: “Ik woon en leef hier met plezier, ga naar concerten en de schouwburg, leef me uit in vele hobby's. Ik kan wel verhuizen, maar ik wil ergens wonen waar ik me thuis voel.”

Die opmerking is het begin van de gevraagde lijn: wanneer een 76-jarige hecht aan haar woonomgeving, neemt ze veel risico door op de bonnefooi naar een onbekende, nieuwe buurt te verhuizen. Immers: als de verkassing niet goed uitpakt kan zij jaren van slag zijn.

Mevrouw moet echter zelf kiezen: blijven of verhuizen. Daarbij gaat het vooral om 'levensgeluk' en daarna pas om de centen. Een planner die niets hoeft te verkopen, wacht op haar antwoord en zal niet aandringen. Zo'n adviseur kan notaris zijn, boekhouder of belastingadviseur, maar ook een deskundige van een (gemeentelijke) instelling of vereniging die zich bezighoudt met ouderenzorg. Die kent op zijn terrein de voor- en nadelen van relevante wetten en regelingen. Zo iemand vind je via een gemeentelijke informatiedienst, in het telefoonboek of in een stadsgids onder het trefwoord ouderen. Daar staan adressen en telefoonnummers van ouderenbonden, ouderengesprekslijn, ouderhuisvesting, ouderenwerk en ouderenzorg.

Een van de beleidspunten is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor die zorgplicht en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun beleid. Gevolg: geen uniforme lijn en de eigen bijdragen van zorgvragers verschillen. Een plaatselijke deskundige kan de weg wijzen.

Laten we er eens van uitgaan dat mevrouw blijft zitten waar ze zit. Welke gevolgen heeft dat dan? “Dat betekent voor mij zuinig zijn en in feite sparen voor de kinderen, omdat die het huis erven. Dat hoeft niet!”

Misschien ligt de oplossing bij de kinderen: die erven straks gratis het huis en mevrouw wil graag wat meer inkomen per maand. Er zijn verschillende regelingen denkbaar. Die variëren van zeer eenvoudig, gewoon iedere maand of kwartaal contant wat geven en niet zeuren, tot complexere en formelere oplossingen zoals het vast verkopen van het huis aan de kinderen, onder de huidige verkoopwaarde, met het recht er levenslang in te mogen wonen.

Wat is het beste? De eenvoudige regeling heeft aantrekkelijke kanten, omdat het niet om hoge bedragen gaat. Een formele opzet is een kwestie van maatwerk voor de familie als geheel, omdat de fiscale positie van, onder meer, de kinderen sterk kan verschillen. Er is nog geen reden om overhaast een beslissing te nemen.

En als de kinderen weigeren mee te werken? Dan moet moeder nog eenmaal de harde hand laten voelen, al haar geld opmaken en zorgen dat het ondankbare nageslacht niets erft. Wil moeder dat?