Lezende schrijvers Palmen en Van Dis: reden tot opwinding

Adriaan van Dis & Connie Palmen. 14 april in Nieuwe de la Mar. Toernee t/m 1 mei.

Volle zalen, lovende recensies en nu een ingelaste, extra voorstelling in Amsterdam. De toernee van Connie Palmen en Adriaan van Dis die vorige week in Nederland is aanbeland, is een succes fou.

Voorlezende schrijvers geven doorgaans weinig reden tot grote opwinding. Een zaaltje en een pratend hoofd achter een houten katheder: visueel is er niet veel aan te beleven. Maar bij Van Dis en Palmen is dat anders. De Vlaamse Stichting Behoud de Begeerte die de toernee organiseert, heeft niet alleen voor een lessenaar gezorgd maar ook voor een echt decor, met meubels, een lichtplan en een muziekje voor- en achteraf.

En dat werkt. Zeker nu het programma goed in elkaar zit, de keuze van de voorgelezen fragmenten thematisch aansluiten en de schrijvers het niet bij voorlezen laten, maar in de huid van hun roman-personages kruipen.

Connie Palmen speelt met overtuiging haar Kit Buts uit De Vriendschap, als ze hortend en stotend een Roomse jeugd oproept vol kleinemeisjesszorgen over God, meneer pastoor en haar familie.

Terwijl Palmen zich daarna uitstrekt op de toneelsofa 'doet' van Dis 'Familie' een als gedicht geschreven fragment van Indische Duinen. Ook een jeugd, maar Van Dis' bange jongetje gaat veel dieper gebukt. Gezeten aan een tafel houdt hij een denkbeeldige dialoog met zijn vader, die in Indische Duinen beschreven staat en nu op het podium aan zeggingskracht wint. Langzaam wordt van Dis zijn vader. Met zijn stem, mimiek en gebaren wordt het kippevel-echt: dat kan alleen op toneel. Het bestaansrecht van deze voorlees-toneeltoernee is daarmee al ruim voor de pauze bewezen.

Na de pauze volwassen getob. Palmen zit met minnaars, Van Dis lijdt aan onaanbiedbaarheid. De schaamte voorbij toont hij, in zijn jeremiade over de eeuwige strijd tegen het vet, zijn pneu d'amour, die zijn vriendin tot de uitspraak brengt, dat hij steeds meer op André Hazes gaat lijken. Van Dis gaat herhaaldelijk met de billen bloot, vooral in het fragment waarin hij zich afvraagt of hij, grootgebracht met de riem, het als vader zelf beter zou doen, en het antwoord even ontluisterend als eerlijk is.

Met zijn keuze van de fragmenten dwingt Van Dis respect af. Connie Palmen houdt het licht. Tot het einde toe blijft ze klein met haar meisjesact. Op den duur gaat dat irriteren. Waar blijven al die mooie, filosofische passages die De Vriendschap maken tot een boek, waaruit elke zin het waard is geciteerd te worden?

    • Ilse van der Velden