Joegoslavië welkom in de wereld, maar niet overal

Komende week gaan de meeste of alle lidstaten van de EU, en in hun kielzog ook talrijke niet-EU-landen, over tot de diplomatieke erkenning van Joegoslavië (Servië en Montenegro) en komt er een eind aan het jarenlange diplomatieke isolement van Belgrado. Groot-Brittannië kwam deze week als eerste over de brug. Nederland volgde gisteren.

De erkenning heeft Belgrado te danken aan de normalisatie van de betrekkingen met Macedonië, maandag, die door de EU als voorwaarde voor de erkenning was gesteld. Het bewind in Belgrado heeft zich nu neergelegd bij de teloorgang van het Joegoslavië van voor 1991 en bovendien de jure de aanspraken op Macedonië opgegeven.

Expliciet zijn die aanspraken nooit geweest, maar de Serviërs hebben zich niettemin nooit neergelegd bij de afscheiding van Macedonië, dat ze tot luttele decennia geleden nog plachten te bestempelen als 'Zuid-Servië'. In 1991 kwam het zelfs tot een plan van de Servische president Milosevic en de toenmalige Griekse premier Mitsotakis om in geheime besprekingen een 'Servisch-Bulgaars-Griekse as' te vormen en Macedonië onderling simpelweg te verdelen. Dat plan werd - zoals de Albanese president Berisha in mei 1994 onthulde - getorpedeerd door de Bulgaarse president Zjelev, die wel was uitgenodigd, maar die weigerde naar Athene te komen als Macedonië daar niet zou zijn vertegenwoordigd. Het geheime overleg ging als gevolg van die weigering niet door. Volgens Berisha verhinderde Zjelev daarmee de opdeling van Macedonië en een nieuwe Balkan-oorlog. Bulgarije heeft de Joegoslavisch-Macedonische toenadering van deze week verwelkomd. Griekenland reageerde zuur, want Belgrado heeft de 'Republiek Macedonië' erkend en die naam is voor Athene nog steeds taboe.

Nu de betrekkingen tussen Belgrado en Skopje zijn genormaliseerd, heeft Joegoslavië de facto drie van de vier in 1991 afgescheiden republieken erkend, namelijk Bosnië (in het vredesakkoord van Dayton, in december), Slovenië en Macedonië. Er bestaan trouwens ten aanzien van die erkenningen nog wel vraagtekens, want met Skopje zijn wel diplomatieke betrekkingen aangeknoopt, maar van een Joegoslavische erkenning van Macedonië is de jure nog geen sprake. Slovenië werd al in 1992 erkend. Dat gebeurde door de toenmalige Joegoslavische premier Milan Panic, de 'vredesduif' die door de Servische president Milosevic ten val werd gebracht toen hij zijn vredeswil wat al te nadrukkelijk ventileerde. De ouverture naar Ljubljana werd door Milosevic niet op prijs gesteld, maar ook door de Slovenen niet verwelkomd: Panic kreeg indertijd zelfs geen antwoord uit Ljubljana. Maar na de ondertekening van het Bosnische vredesakkoord in december ging Slovenië van zijn kant wel over tot erkenning van Joegoslavië - hetgeen overigens leidde tot een stortvloed van beledigingen aan het Sloveense adres in de gecontroleerde media in Belgrado. Vrienden is men in het uiteengereten ex-Joegoslavië nog lang niet.

Joegoslavië zal overigens ook nu nog niet worden toegelaten tot de Verenigde Naties, waar het in september 1992 uit werd gezet. De Algemene Vergadering van de VN en de Veiligheidsraad, die moeten beslissen over een eventuele toelating van het 'nieuwe' Joegoslavië, vinden dat Belgrado àlle in 1991 afgescheiden republieken moet erkennen voordat het de zetel van het niet langer bestaande 'oude' Joegoslavië weer mag innemen.

Dat betekent dat Belgrado het eens moet worden met Zagreb. En over een normalisering van de betrekkingen tussen Joegoslavië en Kroatië wordt al heel lang gepraat, maar eens is men het nog allerminst.

Aan de vooravond van de ondertekening van het vredesakkoord van Dayton in december vorig jaar werd onder auspiciën van Bosnië-onderhandelaar Holbrooke een uiterste poging ondernomen om die normalisatie te forceren. Het belangrijkte probleem was het mini-schiereiland Prevlaka, 2,5 kilometer lang en op zijn breedste punt een halve kilometer breed. Het schiereiland, in het uiterste zuiden van Kroatië, is strategisch van groot belang omdat het de Bocht van Kotor, in Montenegro, controleert, de enige marinebasis van Joegoslavië.

Volgens de Serviërs werd in Dayton met de Kroaten een geheime afspraak over Prevlaka gemaakt. Het schiereilandje zou door Kroatië worden afgestaan aan Montenegro, dus aan Joegoslavië. In ruil zou Kroatië een stukje Bosnië krijgen, een reep achterland boven de Kroatische havenstad Dubrovnik, van waaruit de stad ten tijde van de oorlog vaak door de Bosnische Serviërs was beschoten. Aldus zou men zich in zowel in het Montenegrijnse Kotor als in het Kroatische Dubrovnik veilig kunnen voelen.

Maar toen de zaak in Kroatië uitlekte brak een pandemonium los: het afstaan van Kroatisch grondgebied aan Joegoslavië was volstrekt onbespreekbaar. De Kroaten ontkenden prompt dat er in Dayton een geheime afspraak was gemaakt en wensten over de ruil niet langer te spreken. Het maximum waartoe Kroatië ten aanzien van Prevlaka nog bereid is, zei president Tudjman onlangs, is een demilitarisering van het schiereiland en een reeks garanties voor de veilige doorvaart van schepen van en naar Kotor. Joegoslavië houdt van zijn kant onverkort vast aan de geheime afspraak. De Montenegrijnse president, Momir Bulatovic, stelde de overdracht van Prevlaka in februari nog als voorwaarde voor wederzijdse erkenning.

Een doorbraak op dit punt zit er vooralsnog niet in. En zolang de kwestie de normalisatie tussen Zagreb en Belgrado in de weg blijft staan, wordt Joegoslavië niet tot de Verenigde Naties toegelaten.