Hollands Dagboek

Co Bennaars (62), van oorsprong huisschilder, is sinds de jaren zestig barkeeper. Hij is vertegenwoordiger van het Nederlands Horecagilde, waarvan hij in 1994 mede-oprichter was. Daarnaast staat Bennaars achter de tap van café De Roode Baron op de Amsterdamse Zeedijk. Naar jaarlijks gebruik werd de Zeedijk vorige week door de Amsterdamse politie 'schoongeveegd' in het kader van het paasoffensief. Junkies en dealers moesten er plaats maken voor toeristen.

Woensdag 3 april

Slechte dag om aan een zevendaags dagboek te beginnen. Opgestaan met een ontsteking in mijn linkerkaak. Snel koffie gezet en een douche genomen, aangekleed en de dag voorbereid. Alles gelezen wat ik lezen moet voor vandaag. Agenda geeft aan dat ik om half twaalf in Haarlem moet zijn bij het gerechtshof, waar een rechtszaak plaatsvindt in verband met geluidsoverlast die geconstateerd zou zijn door de milieudienst in café BZN in Volendam. De rechter houdt de zaak aan, omdat een en ander weer eens niet klopt. Als vertegenwoordiger van het Nederlands Horeca Gilde had ik geprotesteerd tegen de wijze waarop de controle is uitgevoerd. We wachten het maar weer af. Ongunstig ziet het er voor BZN niet uit. Iets vrolijker terug naar Amsterdam. Ik ga even langs een lunchroom die om uitbreiding van zijn terras heeft gevraagd. Daar neem ik de situatie in ogenschouw. Ik denk dat er de mogelijkheid moet zijn het terras uit te breiden omdat de ruimte zich daarvoor leent en ook de belendende panden het trottoir als terras gebruiken. Eenmaal thuis bel ik de ambtenaar van Stedelijk Beheer die mij toezegt dat de vergunningsaanvraag in de komende bespreking aan de orde komt. Ze beloven me op de hoogte te houden. Nu eerst een afspraak met mijn tandarts maken, want het zeurende gevoel aan de linkerkant van mijn gezicht is bepaald niet minder geworden.

's Avonds volg ik de wedstrijd Ajax-Panathinaikos half verdoofd door een flink aantal pijnstillers die wel het verlies van Ajax enigszins verzachten, maar toch niet de pijn kunnen wegnemen die is veroorzaakt door het verlies van weer een stuk Amsterdam: na deze wedstrijd zal het Olympisch Stadion toch vrijwel zeker afgebroken worden.

Donderdag

Om negen uur opgestaan. Ik hoef pas om twee uur vanmiddag naar de tandarts (niet aan denken!). Ontbijten, krant lezen en de dag indelen. In het Stadsblad lees ik dat op het Van der Helstplein de door de Gemeente aangebrachte kunstwerken worden vernield. Het Heinekenplein is ook nog niet wat het had moeten zijn. Ik neem me voor in de loop van de dag even te gaan kijken. Eerst met de metro naar de Wibautstraat, waar mijn tandarts zit. Het is opvallend rustig op een paar onrustige dealers na, die geen junks kunnen vinden na het paasoffensief van de Amsterdamse politie. De tandarts is na 45 minuten met me klaar. Nu kan ik weer lachen zonder kiespijn. Op naar de Pijp. Op het Van der Helstplein zie ik dat de kunstverlichting inderdaad gemold is. Vroeger was er ook een jeugd van tegenwoordig en daar hoorde ik bij. Ik was echt geen lieverdje, maar als we ons op straat misdroegen, was er altijd wel een Tante Truus of Ome Jan die van drie hoog uit het raam gilde dat je er met je poten af moest blijven. En mocht je het nog wagen een brutaal antwoord te geven, riep hij of zij: wacht maar ik kom wel effe bij je!! Voordat het raam dicht was waren wij al drie straten verder gevlucht. Dit stukje niet onbelangrijke sociale controle is er helaas niet meer.

Op het Heinekenplein loop ik naar de winkelgalerij, waar de deuren netjes voor me opengaan, maar ik gelijktijdig bijna omver word gereden door een aanzeilend skateboard. Ook hier ontbreekt klaarblijkelijk controle die naar mijn smaak door de ondernemers zelf uitgevoerd zou kunnen worden.

Als afsluiting van de dag breng ik een bezoek aan een jarige horecacollega. Goed spoelen had de tandarts nog gezegd.

Vrijdag

Half negen telefoon uit Singapore. Telefoon en adres doorgegeven van een vriend die Amsterdam verruild heeft voor een verblijfplaats in het Verre Oosten. Hierdoor klaar wakker en dus maar meteen uit bed gestapt. Om half twaalf breng ik een collega van het Horeca Gilde naar Schiphol. Op de terugweg naar huis rij ik even langs vrouw en dochter en drink daar een kopje koffie. Voor de zekerheid heb ik zelf maar gebak meegenomen. In de stad ziet het er rustig uit. Zo voor de Paas bereidt de horeca zich voor op de drukte die verwacht wordt. Vanavond werk ik in café De Roode Baron op de Zeedijk. De politie heeft het inmiddels bekende paasoffensief uitgevoerd en dat geeft een gerust gevoel over de toeristen die onze stad zullen bezoeken.

Om vier uur moet ik open. Er loopt veel volk over de Zeedijk dus ik verwacht heel wat. Mondjesmaat komen er wat toeristen binnen, maar het zet geen zoden aan de dijk. Het zijn toch de vaste klanten die de kassa moeten vullen. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die de kop van de Zeedijk ontdekt hebben.

Ze weten dat je er veilig iets kunt gaan drinken in een van de vele kleine cafés en dat er ook aan eetgelegenheden geen gebrek is. Nu het tweede gedeelte van de dijk nog schoon. Om half drie mijn laatste klanten de deur uit. Ik ruim op, maak de kas in orde en vertrek naar mijn bed. Ben er hard aan toe.

Zaterdag

Half tien opgestaan en snel onder de douche. Geen tijd voor ontbijt. Vlug mijn inkopen doen in de supermarkt voor de paasdrukte begint. Om half elf sta ik weer buiten, boodschappen op de achterbank en wegwezen. Onderweg zie ik een bekeuring onder mijn ruitenwissers zitten. Ik drink een kop koffie op het Rembrandtplein. In café 't Centrum kijk ik de bekeuring na. Klokkijken kunnen ze ook niet bij Parkeerbeheer. De bon staat op twaalf uur, terwijl het nu nog voor elf uur is. Dubbel boos als ik alweer de nodige wielklemmen zie op auto's met buitenlands kenteken. De gemeente en het bedrijfsleven hebben veel geld geïnvesteerd om toeristen hier naar toe te halen. Het Parkeerbeheer zorgt er wel voor dat ze niet snel terug zullen komen. Het kost een buitenlandse bezoeker toch minstens een paar uur om uit te vinden hoe je zo'n klem er weer af moet krijgen. Ook de sleepwagens rijden af en aan, liefst met hoge snelheden over de verboden trambanen. Natuurlijk moeten ook de bezoekers van onze mooie stad parkeergeld betalen. Maar het moet toch mogelijk zijn een voor hen overzichtelijk systeem te hanteren met duidelijke informatie in meer talen.

Ik ben op tijd terug bij mijn auto en hoef dus niet voor een klem te vrezen. Vervolgens ga ik naar de Roode Baron om de boel in orde te brengen voor mijn collega. Dan breng ik de auto naar huis en ga 's middags nog een wandelingmaken over de Nieuwmarkt en de Zeedijk. Ik heb per slot van rekening een vrije dag.

Zondag

Begonnen met uitslapen oftewel bijslapen. Daar is de zondag het meest geschikt voor. Ik ben vandaag niet van plan me erg druk te maken. Dat neem ik me echter wel meer voor. Ik ga toch in de namiddag even de straat op. Een beetje frisse lucht kan geen kwaad. Ik woon vlak achter Artis en daar is het heel prettig om te wandelen en je te ontspannen. Deze buurt ligt aan de rand van het centrum en toch is het of je in een andere wereld bent. Het is net of de dierentuin rust uitstraalt, maar misschien wordt deze sfeer ook wel veroorzaakt door de statige negentiende-eeuwse panden die deze buurt nog steeds bezit. Op een steenworp afstand van hier is het leven heel anders om je heen. In het centrum van de stad gekomen, neem ik me voor oogkleppen op te zetten en me niet op te winden over de dingen die ik om me heen zie gebeuren. Dit is voor mij een hele opgave. Gelukkig tref ik onderweg wat vrienden met wie ik nog een biertje ga drinken. Dus afleiding genoeg. Daarna snel nar huis, vroeg naar bed en lekker slapen.

Maandag

Om elf uur opgestaan. Weer een zondag! Het is niet mijn favoriete dag, maar een halve rustdag is nooit weg. Ik hoef pas om vier uur aan het werk. Veel koffie, uitgebreid ontbijt met een eitje en wat huiselijke taken vervullen. Ondertussen luister ik naar de sport- en praatprogramma's op de radio.

Om half drie loop ik weer in de stad. De drukte valt me erg mee. De toeristen maken zich op om terug te keren naar vanwaar ze gekomen zijn. Om vier uur open ik het café. Ik heb geen grote verwachtingen, want tweede paas-, tweede pinkster- en tweede kerstdag zijn altijd stiller. Toch wordt het een heel gezellige avond. Lekker ontspannen sfeer om in te werken en toch genoeg te doen. Om half een verlaten de laatste gasten het pand. Ik vul de ijskasten aan, ruim op en ga naar huis.

Dinsdag 9 april

Om negen uur op. Daarna het bekende ritueel. Rond tien uur bel ik met het Stedelijk Beheer over een terrassenkwestie op het Singel. Veel horeca-ondernemers maken zich zorgen na de zeer strenge maatregelen van de voige zomer. De gemeente en de milieudienst hebben nu echter laten doorschemeren de regel wat soepeler te zullen hanteren. Over de zaak waar ik nu over bel kan men mij nog niets concreets meedelen. Ik kan ons lid van het Nederlands Horeca Gilde ook niet adviseren een aanvraag voor uitbreiding van haar terras in te dienen, omdat men bij een aanvraag zo'n negenhonderd gulden moet betalen. Bovendien moet men ongeveer vierhonderd aan de gemeente betalen, die daarmee een advertentie in het Stadsblad plaatst, zodat omwonenden eventueel kunnen protesteren. Als de aanvraag wordt afgewezen is de aandrager ƒ 1300 armer. Jammer dan.

De media melden dat het paasoffensief een succes is. Het aantal autokraken, berovingen etcetera is in vergelijking met '95 bijna gehalveerd. Mooi resultaat voor de Amsterdamse politie. In de Echo van 3 april lees ik een artikel van prof. Annemieke Roobeek: “Mensen moeten hun zorg voor de stad ergens kwijt”. Ik vind het een heel goed stuk over hoe het zou moeten in onze stad. Zij pleit er onder andere voor dat de politiek eerst de burger moet raadplegen, voordat ze plannen gaat maken. Nu vinden er inspraakrondes plaats als de plannen al op tafel liggen. Dat geeft burgers het gevoel dat hun mening toch terzijde wordt geschoven.

Ik krijg de neiging het artikel naar de gemeenteraad te sturen, want als de raadsleden de kranten net zo goed lezen als het rapport-Van Traa kun je blijven gillen in de woestijn.

Om drie uur loop ik via de Nieuwmarkt terug naar de zaak. Op de dijk zijn de junks en de dealers weer terug. De paasdagen zijn voorbij. Ik ga aan het werk.