Gemeente met geld moet flink inleveren

DEN HAAG, 13 APRIL. Rijke gemeenten moeten komend jaar fors inleveren bij de nieuwe verdeling van de gemeentegelden die het kabinet voor ogen staat. Wassenaar krijgt uit het Gemeentefonds ruim 11 miljoen gulden minder uitgekeerd, een achteruitgang van 48 procent. Andere 'nadeelgemeenten' zijn Bloemendaal (47 procent), Laren (45), Blaricum (43) en Haarlemmermeer (38).

Vanaf volgend jaar wil het rijk honderden miljoenen guldens herverdelen over de ruim zeshonderd Nederlandse gemeenten. De herziening van het Gemeentefonds moet gemeenten met relatief weinig belastinginkomsten een betere financiële positie geven.

De meeste winst gaat naar de grote en een aantal middelgrote steden, vooral in het noorden en het oosten van Nederland. De gemeente Den Haag krijgt jaarlijks elf procent (bijna 90 miljoen gulden) extra. Omgerekend betekent dat een voordeel van 203 gulden per inwoner. De Amsterdamse begroting gaat er 3 procent (ruim 50 miljoen gulden) op vooruit en Rotterdam 4 procent (45 miljoen). In totaal leveren de 'nadeelgemeenten' 624 miljoen gulden in ten faveure van de 'voordeelgemeenten'.

De wijziging van de Financiële-verhoudingswet, een voorstel van de bewindslieden van Binnenlandse Zaken en Financiën, moet op 1 januari 1997 ingaan. Er geldt een overgangstermijn van drie jaar. In die periode kunnen de gemeenten hun begrotingen aanpassen aan het nieuwe financiële regime.

De herverdeling van het Gemeentefonds heeft grote spanningen veroorzaakt tussen de voor- en nadeelgemeenten. Ruim driehonderd nadeelgemeenten, verenigd in de 'Voorburg-groep', verzetten zich tegen de kabinetsplannen. Ze verwachten dat de herschikking van de financiële middelen tot grote verschillen in lokale belastingdruk voor burgers zal leiden.

Pagina 3: Noorden profiteert van financiële verdeling

Zowel het kabinet als de Tweede Kamer vindt dat de financiële verhoudingen tussen het rijk en de gemeenten op dit moment 'scheef' zijn. De verdeling van het Gemeentefonds is nu vooral gebaseerd op de grootte en het aantal inwoners van de gemeenten. Met een aantal nieuwe criteria wil het kabinet de scheve verhoudingen rechttrekken.

Zo wordt in de huidige verdeelsleutel van het Gemeentefonds geen rekening gehouden met een factor als de centrumfunctie van een gemeente binnen een regio. Deze gemeenten betalen vaak voor collectieve voorzieningen waarvan ook bewoners van direct aangrenzende gemeenten gebruikmaken, zonder ervoor te hoeven betalen.

Ook de potentiële inkomsten uit belastingen en de bevolkingsstructuur zijn nu niet verdisconteerd in de verdeling van de financiële middelen. Minder welgestelden trekken veelal naar de stad, terwijl het meer draagkrachtige deel van de bevolking over het algemeen voor een randgemeente kiest. Dat heeft gevolgen voor zowel de inkomsten (belastingen) als voor de uitgaven (uitkeringen) van de gemeenten.

Verder heeft het gebrek aan ruimte voor nieuwe bedrijfsterreinen in de grotere steden nadelige gevolgen voor de inkomsten. Bij de herverdeling wordt de onroerende-zaakbelasting (OZB) betrokken, verreweg de belangrijkste belastingbron voor gemeenten. Hoe groter de waarde van het onroerend goed in een gemeente, des te groter zijn de eigen financiële mogelijkheden, redeneert het kabinet.

Vanaf volgend jaar krijgen gemeenten die de ruimte hebben de belasting te verhogen, daarom minder geld uit het Gemeentefonds. In welke mate burgers de voor- of nadelen gaan merken in hun portemonnee hangt af van het gemeentelijke beleid. Vaststaat dat een groot aantal nadeelgemeenten hogere tarieven zal gaan hanteren.

In de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds is Appingedam, dat straks 25 procent meer krijgt, relatief de grootste winnaar. Ook Bolsward, Ferwerderadeel, Lemsterland en Almelo gaan er fors op vooruit. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken ligt de oorzaak daarvan in de “relatief slechte sociale structuur” van die gemeenten. Daarbij gaat het onder meer om de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) steunt de voorstellen, maar vindt dat de overgangstermijn met één jaar moet worden verlengd. De steun van de VNG leidde vorig jaar tot een crisis tussen de vereniging en de gemeenten die geld moeten inleveren. De leden van de Voorburg-groep dreigden zelfs hun VNG-lidmaatschap op te zeggen.

De Tweede Kamer zal begin mei met het kabinet debatteren over de betreffende wetsvoorstellen.