Boeiende kinderserie over grote veranderingen

Een grote verandering. Zondag 14 april, Ned.3, 10.20u.

Een van de activiteiten van de European Broadcasting Company - een samenwerkingsverband van Europese publieke omroepen - is de jaarlijkse coproductie van reeks documentaires voor kinderen. Onder supervisie van een ouwe rot in het documentairevak - deze keer Trudy van Keulen van de VPRO - worden rondom een vastgesteld thema bijdragen aan een pool geleverd. In ruil voor de eigen produktie krijgt elke omroep die van de andere deelnemende landen 'cadeau'.

Zondag begint in Villa Achterwerk de elfdelige serie van dit jaar, met als thema Een grote verandering. Twaalfjarige Katia bijvoorbeeld zat op de olympische sportschool in Moskou en moest vanwege een blessure haar topsport opgeven. Esra uit Turkije verhuisde van het weeshuis naar een pleeggezin en Engelse Kira was een gewoon schoolmeisje, tot ze door een modetijdschrift werd uitgekozen als aankomend topmodel.

De serie opent met de Nederlandse bijdrage Toen het vliegtuig viel van Wilma Ligthart. Miquel Vanier woont in de Bijlmermeer. Voor hem kwam de grote verandering drie jaar geleden met de vliegtuigramp, waarbij zijn beste vriend en vriendinnetje omkwamen. Miquel beschrijft wat hij zich herinnert: het gillen en de uit de flat springende mensen, de kleren die hij in de struiken zag hangen en de teddybeer met één arm. Hij vertelt waarom zijn vriend zijn vriend was en hoe hij zijn vriendinnetje de dag vóór het ongeluk nog had geschreven dat hij wel met haar wilde gaan. Hij praat over zijn nachtmerries en zijn angst om buiten te spelen en zegt met enige berusting dat de vliegtuigen nog altijd te laag overvliegen.

Zorgvuldig en met oog voor detail worden verlies en rouw geportretteerd. Roerend is het moment bij het gedenkteken, waar Miquel brieven en tekeningen neerlegt. Hij heeft ze voorgelezen en getoond aan de lucht, 'zodat zij het zouden zien en horen'. Camera en microfoon zijn onafgebroken gericht op het ernstige, donkere hoofd en de monotone stem van de verteller. Alles is gefocust op zijn alleenheid. Vooral bij enkele iets te nadrukkelijke beelden roept dat een licht gevoel van voyeuristische gène op.

In de Noorse aflevering verhuist een in Noorwegen geboren zwart meisje naar Zuid Afrika, waar haar ouders vandaan komen. Op haar nieuwe school moet ze een uniform aan en hokken blanke en gekleurde kinderen in de pauze bijelkaar. Tijdens de kennismaking met een hele stam van onbekende familieleden wendt ze zich gruwend af bij de rituele slachting van een geit. De elfjarige Nosizwe weet haar verscheurdheid precies te treffen: “Mijn wortels liggen in Zuid Afrika, maar mijn hart is in Noorwegen.” De ongewone problematiek geeft de kijker veel om over na te denken. Helaas ontbrak de tijd om uit te leggen hoe die Zuidafrikaanse familie in Noorwegen terecht kwam.

De beschikbare tijd is so wie so krap: elke aflevering duurt ongeveer vijftien minuten. Een televisieproject met zo'n brede en interessante opzet vraagt eigenlijk om een langere adem dan deze kwartiertjes. Maar voor documentaires, die dan ook nog eens voor kinderen bestemd zijn, zal uit die Europese pot wel niet meer geld beschikbaar zijn. Laat staan uit de individuele omroeppotten.

    • Bregje Boonstra