Arrestatie machtige drugshandelaar dankzij kroongetuige

Criminologen en politie rekenen Johan V., bijgenaamd 'de Hakkelaar', tot de grootste hasjhandelaren van Nederland. V. kon onlangs worden gearresteerd, mede omdat een voormalig bendelid wilde getuigen.

AMSTERDAM, 13 APRIL. Op voorwaarde dat Justitie hem niet langer vervolgt voor allerlei hasjzaken, en zowel zijn persoonlijke veiligheid en gezondheid als die van zijn levensgezellin waarborgt, werd de Amsterdamse garagehouder Ad Karman de eerste Nederlandse criminele kroongetuige.

Karman was een van de verdachten in de Coral Sea-2 zaak. In 1995 diende deze hasjzaak in Amsterdam. Voor de rechter stonden bemanningsleden van een aantal hasjboten, waaronder de bemanning van de Coral Sea-2. Justitie had sterke aanwijzingen dat Johan - de Hakkelaar - V. de man achter de grootschalige hasjtransporten was, maar niemand van de verdachten wilde dat bevestigen. Volgens de Amsterdamse politiechef Woelders kon V. “nogal wat geweld op de rails krijgen”. De dreigende uitstraling van de groep rond V. zou de verdachten weerhouden verklaringen tegen V. af te leggen.

In het verslag van de enquêtecommissie-Van Traa wordt Johan V. niet met name genoemd. Maar uit omschrijvingen in het hoofdstuk over de georganiseerde criminaliteit blijkt dat V. wordt verdacht op “zeer riskante” wijze, “zeer lukratieve grote partijen drugs” te hebben verhandeld. Ook zou hij banden onderhouden met 'als killer' bekend staande mensen.

Tijdens de behandeling van de Coral Sea-2 zaak zat Karman gedetineerd in de Santé-gevangenis in Parijs. Hij is ervan overtuigd dat hij door toedoen van V. in de gevangenis is terecht gekomen. De garagehouder wilde, na allerlei klusjes voor de organisatie van de Hakkelaar te hebben verricht, zelf een hasjlijntje opzetten. Karman benaderde hadji Ibrahim, één van de Pakistaanse leveranciers van de Hakkelaar. Karman kon 150 kilo hasj ophalen in Parijs bij ene Ayoub. Die bleek een politie-informant te zijn. “Hier wist Johan V. van”, zegt Karman in een van de verklaringen die hij vorig jaar heeft afgelegd.

Karman kwam in 1988 in contact met de organisatie van de Hakkelaar. “Door milieu-eisen en het verkeersbeleid”, zegt hij, liep zijn garage niet meer zo goed. Eén van zijn klanten kende iemand die een bootje nodig had voor vervoer van hasj vanaf de Noordzee naar de kust. Karman kende wel een mannetje dat voor zo'n karweitje in was. Vanaf dat moment nam zijn loopbaan in 'de firma' een aanvang.

In het dossier geeft Karman een uitgebreid profiel van de firma. Volgens hem is Johan V. 'algemeen directeur'. 'Directeur import' is Dirk de G., bijgenaamd 'de Sigaar'. Directeur 'stashen' (illegaal opslaan) is Bertus K., een woonwagenbewoner uit het Utrechtse, en directeur 'verkoop en incasso' is Koos R. Laatstgenoemde wordt door Karman 'het meest gevaarlijk' genoemd. De G. en K. zijn eerder voor grote hasjzaken veroordeeld geweest. R. is onlangs gearresteerd.

Karman situeert het begin van de firma in 1984. Toen zaten de inmiddels ook al internationaal beruchte Henk Orlando R., bijgenaamd 'de Cobra' en Bertus K. samen in de kleinschalige hasjhandel. Johan V., eveneens woonwagenbewoner, zat nog in de tweedehands auto's. Volgens iemand die V. kent, verkocht hij auto's bij het pompstation de Hackelaar bij Muiden en ontleent hij daaraan zijn bijnaam. Anderen zeggen dat V. een licht spraakgebrek heeft.

V. is zeer intelligent, zegt Karman, en toen hij met Bertus K. en Henk Orlando R. ging samenwerken, wist hij hen binnen korte tijd uit elkaar te spelen. Vervolgens zou de Hakkelaar de contacten die K. in Pakistan had ontwikkeld hebben overgenomen. In de gevangenis zou V. in 1986 zijn vierde compagnon hebben ontmoet, Dirk de G.

Door zijn stipte betalingen kreeg V. steeds meer vertrouwen van 'de Paken' en de partijen die hij mocht aankopen, werden navenant groter. Ook de hasjwinsten stegen. In 1988 leverde een schip vijftien ton hasj af in Dordrecht en dertig ton in Canada. Een Amsterdamse leraar kickboksen was in Canada belast met het incasseren, opslaan en bewaken van de drugswinsten. De kickboksleraar - die onlangs werd aangehouden en weer in vrijheid is gesteld - zou in Montreal een kamer vol dollars hebben bewaakt.

Karman becijfert dat de firma circa honderdzestig miljoen gulden aan deze transacties heeft verdiend. Een gedeelte van dit geld werd gebruikt om, via de geldinstelling Femis, een nieuw en nog grootschaliger hasjtransport van Pakistan naar Europa en Noord-Amerika te financieren. Een monsterpartij van ruim honderd ton hasj had aan land moeten worden gebracht. Circa zestig ton werd in 1991 op de zeebodem voor de havenstad Ponta Delgado in de Azoren gestashed. De rest moest in Canada worden gelost. Beide plannen mislukten echter.

En passant laat Karman zijn licht schijnen op een tot nu toe onbekend aspect van de Coral Sea-2 zaak. De bemanningsleden van deze boot werden gearresteerd, maar de hasj die aan boord was is nooit gevonden. Volgens Karman heeft Bertus K. de drugs van het schip opgehaald. “Gewoonlijk werden voor het stashen partijen opgesplitst en op verschillende lokaties ondergebracht, meestal in huurhuizen. Een makelaar die een goede bekende is van K. en in de buurt van Utrecht kantoor heeft, zorgde voor deze huizen.”

Begin 1992 kwam de leiding ter ore dat de Amsterdamse kickbokser Bert van O. in een coffeeshop over hen had geklaagd. “Kort daarop”, zegt Karman, “moesten Bert en ik komen in een Italiaans restaurant. Toen de Hakkelaar erbij kwam werd de sfeer grimmig. Hij pakte een tafelmes en zei: 'Als zoiets nog een keer gebeurt, snij ik jullie strot door'.” Dit dreigement zal Karman niet weerhouden in de rechtszaal als kroongetuige de Hakkelaar aan te klagen.