Anatomie van een lynchpartij

MICHAEL D'ORSO: Like Judgment Day. The Ruin and Redemption of a Town Called Rosewood

373 blz., Grosset/Putnam 1996, ƒ 54,20

Op Nieuwjaarsdag 1923 moest iedereen in Rosewood gewoon aan het werk. Rosewood was een dorpje van louter zwarten in het westen van de staat Florida en de meeste inwoners werkten een paar kilometer verderop in Sumner, dat een houtzagerij had, of in Wylly, waar een terpentijnfabriek stond. Het was ongewoon koud voor de tijd van het jaar maar voor de rest was het een dag als alle andere. Ook voor het blanke echtpaar Fannie en James Taylor. James was op zijn werk (de houtzagerij van Sumner) toen Fannie opeens het huis uit rende en vertelde dat ze was aangerand door een neger. Ze was totaal over haar toeren, haar mond bloedde en ze schreeuwde hysterisch.

Binnen de kortst mogelijke tijd verzamelden zich nieuwsgierigen voor het huis en de sheriff meldde dat er de vorige dag een moordenaar was ontsnapt uit een naburige gevangenis. Wellicht was hij de aanrander. De man was zwart en had ongetwijfeld zijn toevlucht gezocht in Rosewood. De zwarten in Rosewood waren redelijk welvarend, ze hadden keurige huizen en ze bezaten eigen grond.

Een menigte blanken met een stel honden zette onmiddellijk koers richting Rosewood. De honden hielden stil voor het huis waar een zekere Aaron Carrier ziek in bed lag. Ze sleurden hem naar buiten, bonden hem met een touw achter een auto en sleepten hem over de weg. Murwgebeukt noemde Carrier de naam van Sam Carter. Diezelfde avond nog werd het verminkte en met kogels doorzeefde lijk van Carter ondersteboven aan een tak opgehangen. Aaron Carrier vluchtte en keerde nooit meer terug in Rosewood.

In de week daarna werden nog vijf zwarten doodgeschoten en ook twee blanken vonden de dood. Anderen raakten gewond. Van heinde en verre kwamen blanken met geweren toegestroomd, kennelijk om de negeropstand neer te slaan. Onderweg schoten ze lukraak enkele zwarten dood. Ze dronken, kochten munitie en maakten Rosewood met de grond gelijk. De autoriteiten deden niets om de meute in te tomen of relschoppers op te pakken maar er is ook nooit een aanrander gevonden of opgebracht. Er woonde na die week geen zwarte meer in Rosewood. Ze vluchtten deels de moerassen in en werden na drie ijskoude nachten door vriendelijke, blanke bewoners van Sumner op de trein naar Gainesville en andere plaatsen in Florida gezet.

Nieuw bestaan

Ze waren vernederd, beschaamd en berooid. De meesten moesten met hard werken een nieuw bestaan opbouwen. Vrienden en soms zelfs familie waren ze uit het oog verloren. In Sumner en Wylly werd jaren later soms nog gerefereerd aan het horloge van Sam Carter ('Even kijken hoe laat Sam Carter het heeft') of op een late avond haalde iemand een op sterk water bewaard oor voor de dag. Het drama van Rosewood werd verder 'vergeten'. Geen geschiedenisboek of terugblik op West Florida maakt er melding van. Officiële verslagen van gezagsdragers zijn niet bewaard of waren er nooit.

Kinderen van nabestaanden hoorden soms verhalen van hun ouders die hun jeugd in Rosewood hadden doorgebracht. Tantes en ooms bevestigden het gebeurde. Gary Moore, journalist bij de St Petersburg Times, hoorde van het drama in Rosewood, spoorde enkele overlevenden op en schreef in 1982 een artikel voor zijn krant. Een zoon van een van de overlevenden was Arnett Doctor en hij werkte aan het artikel mee. Zijn moeder sprak elk jaar met de Kerst over Rosewood en voor de rest van het jaar was het woord Rosewood taboe. Doctor was echter zo geïnteresseerd geraakt dat hij zelf ook op onderzoek uitging, samen met Gary Moore.

Praatshows

Het artikel van Moore deed heel wat stof opwaaien. Een ploeg van het populaire actualiteitenprogramma 60 Minutes maakte een reportage over Rosewood en ook praatshows haalden overlevenden naar de studio. Het raakte een snaar. Waren die zwarten zomaar vermoord en verdreven? De tijd was rijp voor bezinning. Na de afschaffing van de slavernij zijn er in de VS tussen 1865 en 1930 duizenden zwarten gelyncht en van huis en haard verdreven. Van de meeste gevallen bestaan geen gegevens. Het moest nog eens tientallen jaren duren voordat de zwarte bevolking in de VS in 1964 officieel burgerrechten kreeg. Nu, nog een generatie later, kijkt Amerika met verbazing en afschuw terug op deze recente zwarte bladzijde in de geschiedenis.

Rosewood, Sumner en Wylly waren er in het begin van de jaren twintig economisch slecht aan toe. Tegen die achtergrond bezien verbaast het niet dat de vermeende aanranding van Fannie Taylor een welkome aanleiding was om de zwarten aan te vallen. Bij velen bestond nog altijd het idee dat zwarten minderwaardig zijn en hun welvaart werd met afgunst bekeken. Wat er in Rosewood gebeurde, zoals het overal elders ook ging, was dat het vrijgekomen land voor een schappelijk prijsje kon worden overgenomen of gewoon bezet werd.

D'Orso beschrijft in zijn adembenemende boek niet alleen wat de overlevenden nog weten over Rosewood en hoe het drama weer voor het voetlicht kwam. Hij beschrijft ook hoe in de loop van de jaren tachtig de families zich langzaam realiseerden dat zij genoegdoening konden eisen. Bijna de helft van het boek gaat over de lange weg van een wetsontwerp door het parlement van de staat Florida. In totaal kwam daardoor twee jaar geleden 2 miljoen dollar beschikbaar voor de overlevenden en nabestaanden van Rosewood.

Sommigen van hen kregen honderdduizenden dollars, anderen hielden er een cheque van 104 dollar aan over. Tragisch is dat volgens D'Orso na de uitkering oude mensen opeens onder druk gezet werden door hun kinderen en anderen zich gedwongen zagen te vluchten voor de grijpgrage handen van neven en nichten. Genoegdoening kregen ze, maar de gezellige bijeenkomsten van de families die sinds de publikatie in de St Peterburg Times en de belangrijke uitzending van 60 minutes hadden plaatsgevonden waren voorbij.

Wat er precies op Nieuwjaarsdag 1923 in Sumner is voorgevallen weet nog steeds niemand. Volgens sommige getuigen is Fannie Taylor helemaal niet aangerand. Zij had een minnaar, een ingenieur die bij de spoorwegen werkte, en hij kwam regelmatig langs. Velen in Sumner wisten dat, niet alleen het zwarte huishoudelijke personeel. De minnaar was die ochtend langsgeweest en Fannie en hij hadden ruzie gekregen waarbij hij haar geslagen had. Na de ruzie vluchtte hij schielijk het huis uit en Fannie bleef een half uur in haar kamer. Zo lang had ze kennelijk nodig om haar plan te bedenken en gillend naar buiten te komen rennen.