Advocaat als rechter noodzakelijk maar omstreden

ROTTERDAM, 13 APRIL. In augustus '94 ontstond in Alkmaar een kleine rel. Een advocaat die een dag lang had opgetreden als plaatsvervangend rechter, trok aan het eind van de dag plots zijn toga uit en nam plaats in de zaal. Eén van de vonnissen betrof namelijk zijn eigen cliënt. Andere advocaten in het arrondissement reageerden ontstemd. Zij vreesden voor het imago van de onafhankelijke rechter èn voor de goede naam van de advocaat.

De toenmalige deken (hoofd) van de Alkmaarse Orde van Advocaten, G. Creutzberg, werkte in die tijd ook als plaatsvervangend rechter in zijn regio. Na het incident besloot hij die functie tijdelijk neer te leggen. “Ik had geen zin om onderwerp van discussie te worden.” Nu hij geen “drukbezette” deken meer is, is hij wel weer beschikbaar. Creutzberg is er niet tegen dat advocaten soms invallen voor rechters, maar als “voorman van de Alkmaarse advocatuur” vond hij het na de opschudding onverstandig als rechter op te treden.

In Nederland werken ongeveer even veel rechters als plaatsvervangend rechters, zo blijkt uit een gisteren verschenen rapport van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Jusititie en de Katholieke Universiteit Nijmegen. In beide gevallen ligt het aantal rond de 1.500. Een deel van de plaatsvervangend rechters is rechter-in-opleiding. Van de overigen hebben ten minste 997 een andere betaalde baan in advocatuur, wetenschap of bedrijfsleven.

Veel vaste rechters zijn volgens het rapport de plaatsvervangers liever kwijt dan rijk, voorzover het geen rechters-in-opleiding betreft. Maar de werklast bij de rechtbanken is zo hoog, dat de plaatsvervangers onmisbaar zijn geworden. “We zouden het niet bolwerken als niet veel advocaten bereid waren dat werk te doen”, zegt P. Lampe, president van de rechtbank van Groningen. “Het is op zich een ongewenste situatie”, zegt de Rotterdamse rechtbankpresident J. Mendlik. “Maar het is moeilijk om goede mensen te vinden. Er zijn gewoon te weinig rechters.” De plaatsvervangend rechters zelf maken zich volgens het rapport zorgen over de schijn van belangenverstrengeling die uitgaat van de combinatie van de functie van rechter en hun eigenlijke baan.

Oorspronkelijk was het plaatsvervangerschap een erebaan. Advocaten en hoogleraren vervingen gewone rechters incidenteel bij ziekte of vakantie. De beloning is daar nog steeds naar: de vergoeding per rechtszitting, die inclusief voorbereiding en uitwerking ongeveer drie dagen in beslag neemt, werd onlangs verhoogd van 200 naar 420 gulden. In contrast met de zware selectie voor reguliere rechters worden plaatsvervangers volgens het rapport “marginaal getoetst”. Voor de voorbereiding op hun optreden als rechter bestaan geen landelijke richtlijnen.

Onder de plaatsvervangend rechters zijn de advocaten in de meerderheid, blijkt uit het rapport. Bij de gerechtshoven en rechtbanken is dertig procent van de 'externe' plaatsvervangers (met een baan elders) advocaat, bij de kantongerechten 73 procent. Juist deze rechtsprekende advocaten zijn omstreden. De ene keer staat de advocaat tegenover de rechter, de andere keer zit hij naast hem. “Een partij die dat weet, zou raar opkijken”, zegt P. Ingelse, raadsheer (rechter) bij het Amsterdams Gerechtshof en voormalig advocaat. “Veel advocaten treden altijd op voor één bepaald belang. Zij staan de hele dag voor iets te pleiten en moeten dan, als rechter plaatsvervanger, opeens onpartijdig zijn. Dat is een knoop waar je, hoe integer je ook bent, niet altijd uitkomt.”

Een goede advocaat kan zich geen band met een rechter permitteren, vindt de Alkmaarse strafrecht-advocaat C. Veraart, die 26 jaar in het vak zit. “Ik kan me niet voorstellen dat hij nog vrij is om als advocaat te zeggen: 'rechter, wat de rechtbank in deze zaak doet, kan niet door de beugel!' als hij de volgende week met diezelfde rechter in de raadskamer moet werken.” Bovendien is het volgens Veraart absurd dat advocaten worden beoordeeld door collega's. “Iemand die de ene dag je opponent is, oordeelt de volgende dag over jouw pleidooi.”

Volgens sommige advocaten heeft het plaatsvervangers-systeem juist voordelen voor de advocatuur. “Het statusverhogende effect van het plaatsvervangerschap wordt door de plaatsvervangers als aangenaam ervaren”, stelt het rapport. F. Arisz, advocaat bij het grote Amsterdamse kantoor Houthoff en twintig jaar plaatsvervangend raadsheer bij het Amsterdams Gerechtshof, noemt het een misvatting dat advocaten partijdige rechters zouden zijn. “De blik achter de schermen van de rechtbank is voor een advocaat zinnig, omdat hij zo ziet hoe een rechter beslist. Wie die kennis opdoet, kan hem later benutten om een cliënt te adviseren in een zaak. Advocaten zijn onafhankelijk en beschouwen zichzelf niet als een exponent van een bepaalde belangengroep.” Hij wijst erop dat hij als advocaat nu eens optreedt voor verzekeraars en dan weer voor verzekerden.

De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) noemt de toename van het optreden van plaatsvervangend rechters “zorgelijk”. De Nederlandse wet legt hen geen enkele beperking op. In tegenstelling tot vaste rechters zijn ze niet verplicht hun (bij)banen op te geven bij de rechtbankpresident, in het Nederlandse rechtssysteem de enige controle op belangenverstrengeling. Als een procespartij op basis van die nevenfuncties zijn rechter niet vertrouwt kan hij deze wraken - vragen om een andere rechter. Voorzitter L. Van der Weij van de NVvR: “Als je het instituut van wraking serieus wilt nemen als instrument van controle, dan moet je de plaatsvervangers dwingen hun nevenfuncties op te geven.” Hij vermoedt echter dat zij daar om reden van privacy weinig voor voelen.

Een vaste rechter mag volgens de wet niet tevens advocaat, notaris of procureur zijn. Het doet daarom vreemd aan dat een advocaat, notaris of procureur wèl mag optreden als plaatsvervangend rechter. Ingelse waarschuwt dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, de hoogste rechterlijke instantie in Europa, hier wegens schijn van belangenvermenging wel eens over zou kunnen vallen. “Stel dat ze zeggen dat advocaten geen plaatsvervangend rechter mogen zijn. Dan krijg je meteen de reactie: Nog eens kijken naar die en die uitspraak - was dat niet een plaatsvervangend rechter? Je moet er toch niet aan denken.”

Om zo'n uitspraak van het Hof voor te zijn vindt Ingelse dat het advocaten niet meer zou moeten worden toegestaan op te treden als plaatsvervanger in hun eigen arrondissement. In sommige arrondissementen geldt deze regel nu al. Ingelse vreest, in de wetenschap dat veel advocaten graag 'rechteren' om hun status te verhogen, dat de animo om als plaatsvervanger te fungeren door de regel afneemt. “Het wordt dan natuurlijk minder aantrekkelijk voor een advocaat. Het ons-kent-ons wordt in een ander arrondissement een zij-kennen-mij. Wat heb je daar nou aan? Maar ja, mensen die zo denken wil je eigenlijk sowieso niet als rechter.”

Ook raadsheer-plaatsvervanger Arisz vindt dat er “spelregels” moeten komen voor plaatsvervangers. De indruk van “vier handen op een buik”, die het plaatsvervanger-systeem op de buitenwereld kan maken, moet serieus worden genomen, zegt hij. “De schijn van belangenverstrengeling is heel wezenlijk voor het functioneren van de rechterlijke macht in de samenleving.” Arisz vindt dat een advocaat niet zou moeten invallen als rechter in een zaak waarbij (voormalige) cliënten van zijn kantoor betrokken zijn.

Presidenten van rechtbanken en hoven waarderen plaatsvervangers vaak om hun “specialistische kennis” en “maatschappelijke ervaring”, blijkt uit het gisteren verschenen rapport. Anderzijds bestaat ook veel ongenoegen over hun functioneren. Zo zegt een rechter over het inzetten van een specialist als plaatsvervanger: “Zo'n hoogleraar is vaak gelieerd aan een van de partijen. Of bepaalde opvattingen zijn zodanig conform zijn eigen handboek dat je daardoor niet meer kunt sturen.” Soms blijken plaatsvervangers meer tijd te kosten dan te besparen. “Bij het op papier zetten van de zaak komt juist extra werkdruk te liggen op de schouders van de overige raadsheren, daar plaatsvervangers vaak niet in staat zijn dit zelf te doen.” Een andere rechter beklaagt zich erover dat soms een beroep moet worden gedaan op plaatsvervangers voor zittingen “waarvan je zegt: nee, hier moet je eigenlijk drie heel ervaren rechters voor hebben”.

President R. Gisolf van de rechtbank van Amsterdam heeft toen hij een jaar geleden aantrad, de regel gesteld dat in elk college ten minste twee professionele rechters zitting moesten hebben. Hij vond dat te veel zaken door plaatsvervangers werden behandeld. Door de maatregel is het aantal door de Amsterdamse rechtbank behandelde zaken volgens Gisolf “met enkele procenten” teruggelopen, een ontwikkeling waar het ministerie van Justitie niet blij mee was. “Dat heeft wel wat discussie gekost. Maar ik vind het een absolute kwaliteitseis.”

Minister Sorgdrager (Justitie) heeft in antwoord op Kamervragen van J. Marijnissen, fractievoorzitter van de Socialistische Partij, laten weten “nader te bezien of de huidige praktische en wettelijke mogelijkheden afdoende zijn” om de schijn van belangenverstrengeling bij plaatsvervangend rechters te voorkomen. Maar rechters verwachten niet dat er snel wettelijke maatregelen zullen komen. Zij zijn ervan overtuigd dat plaatsvervangend rechters worden gebruikt als goedkoop lapmiddel voor een structureel tekort aan beroepsrechters. In 1994 waren de plaatsvervangend rechters voor 36 gerechten een kostenpost van één miljoen gulden, terwijl de kosten voor de totale rechtspraak 1 miljard per jaar bedragen. Advocaat Veraart: “Als er geen geld is voor voldoende gekwalificeerde rechters, dan is dat een schande. Een schande dat de financiën zwaarder wegen dan de onkreukbaarheid en de onafhankelijkheid.”