Aanpassingsproblemen

Infographic: Economische hervormingen gaan in China gepaard met stijgende lonen (13 procent) en een licht stijgende werkloosheid (één procent), in Oost-Europa met sterke loondalingen en grote werkloosheidsgroei. Latijns-Amerikaanse hervormingen verlopen daarentegen weer arbeidsmarktvriendelijk: hogere lonen en minder werkloosheid. Dit blijkt uit cijfers van de Wereldbank: arbeidsmarkttrends vanaf het begin van de economische hervormingen van (voormalig) communistische en ontwikkelingslanden.

China heeft zijn succes voor een groot deel te danken aan zijn grote agrarische sector (in 1992 werkte bijna 60 procent van de Chinezen in de landbouw). De Chinese industrie, die sterk in opkomst is, onttrekt geleidelijk werknemers van de landbouw, waardoor de werkloosheid sterk beperkt blijft. In de voormalige Oostbloklanden is de situatie heel anders. Een belangrijk deel van de bevolking (Rusland: ruim 85 procent in 1992) werkt in de industrie of bij de overheid, welke beide sterk moeten inkrimpen.

Afrikaanse landen ontbreken in bovenstaande grafiek omdat hier geen eenduidige trend valt waar te nemen.

Overigens is een geleidelijke verandering zoals in China in de meeste gevallen geen politieke optie voor het hervormingsprobleem. Een duidelijke en agressieve benadering leidt in de meeste gevallen tot meer succes, aldus de Wereldbank.