Stokerige toon

Wouter Noordewier: Met de dood speel je niet. Zuidamerikaanse gedichten. Uitg. De Prom, 131 blz. Prijs ƒ 14,95.

Voorop staat de wel erg bekende grijnzende doodskop met feesthoed. Mexico. De best vertegenwoordigde dichter is Pacheco, een Mexicaan; dat klopt. Maar voor het overige klopt er weinig aan de bloemlezing Met de dood speel je niet, samengesteld en vertaald door Wouter Noordewier. Bijvoorbeeld: als in een titel Zuidamerikaans staat, hoort Mexico, Midden-Amerika, daar niet eens bij. Betrachten we geografische grootmoedigheid en laten we Zuid-Amerika voor Spaans-Amerika doorgaan, dan valt op dat de grootste dichters, Huidobro, Neruda, Paz, Darion, zonder boe of bah ontbreken.

Heeft Noordewier op zijn manier Komrijtje gespeeld of kreeg hij de rechten in sommige gevallen niet rond? Dat zou kunnen: uit een regel onder het colofon blijkt dat zelfs voor de opgenomen dichters de rechten niet altijd geregeld zijn.

De vragen verdringen elkaar terwijl je in deze bundel vordert. Waarom zoveel Nicanor Parra (Chili) - zeker, hij is geestig - en zo weinig Vallejo (Peru; één gedicht) of Mistral (Chili; Nobelprijswinnares; eveneens één gedicht)? Hoe verantwoordt Noordewier de stokerige, leutige toon waarop hij de betrokkenen introduceert ('Ook bezong Borges moedige en daadkrachtigde generaals')? De enige verdienste van deze bundel is dat hij kan fungeren als eerste kennismaking met grote namen waar voor weinig Nederlanders iets achter schemerde. Moge hij anderen uitdagen tot betere prestaties.

Aardig zijn het zachte prijsje en het mini-formaat: de bundel kan zo in de rugzak van jonge toeristen die Columbus achterna reizen. De vertaling bekt goed, al is ze niet te controleren, want het Spaans staat er niet bij. Soms bekt ze verdacht goed. Gelukkig is de frappante diversiteit van de inhoud niet met een globaal praatje verdoezeld. Ons wordt zondermeer de constatering gegund dat er wel gedichten in Zuid-Amerika worden geschreven, maar dat de kwalificatie Zuidamerikaanse gedichten onzin is.