Onafhankelijkheid Nederlandse rechter niet meer vanzelfsprekend

De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak wil regels opstellen om de schijn van belangenverstrengeling in de rechterlijke macht te vermijden. De bijbanen van rechters oogsten te veel kritiek. Twijfels van de onkreukbare kaste: een tweeluik.

ROTTERDAM, 12 APRIL. De goede naam van de Nederlandse rechter staat ter discussie. Zijn onafhankelijkheid is niet meer voor iedereen vanzelfsprekend. Een actiegroep van 'Verontruste Burgers' vindt dat de rechterlijke macht door de bijbanen van sommige rechters in diskrediet is geraakt. In het kielzog van deze groep maakt ook de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), waarvan 92 procent van alle rechters en officieren van justitie lid is, zich nu zorgen over de schijn van belangenverstrengeling bij de rechterlijke macht. De vereniging wil “vuistregels” opstellen om dit tegen te gaan.

Het merendeel van de circa 1.500 Nederlandse rechters heeft één tot elf nevenfuncties, zo blijkt uit een proefschrift over de rechterlijke macht van L. de Groot-Van Leeuwen uit 1991. Sinds de jaren zestig worden nevenfuncties wenselijk gevonden, omdat rechters anders zouden rechtspreken in een ivoren toren. De bijbanen van rechters variëren van vice-voorzitter van de Federatie voor Oosterse Gevechtskunsten en bestuurslid van de Vereniging van Weldadigheid tot betaalde commissariaten en politieke functies.

De huidige wet op de Rechterlijke Organisatie verbiedt rechters alleen in hun vrije tijd advocaat, procureur of notaris te zijn. Ook mogen ze niet naast hun werk een andere volledige, bezoldigde betrekking hebben. Een wetsvoorstel dat ter behandeling bij de Eerste Kamer ligt geeft rechters meer vrijheid. Weliswaar wordt het verbod op juridische nevenfuncties uitgebreid naar bijvoorbeeld belastingadviseur en vakbondsjurist, maar het verbod op volledige betaalde bijbanen wordt geschrapt. Wat geoorloofd is en wat niet is een gewetenszaak voor de betrokken rechter, en in de tweede plaats voor de rechtbankpresident.

Een groep die zichzelf 'Verontruste Burgers' noemt trekt sinds een jaar de combinatie van het rechterlijk ambt met nevenfuncties in twijfel. Aanleiding vormde een zaak die de schijn van belangenverstrengeling opriep. H. Rem, een werkloze man uit Oosterhuizen, verloor in 1991 een hoger beroep tegen de Arnhemse verzekeringsmaatschappij Ohra over een uitkering aan zijn invalide vrouw. Hij ging op onderzoek uit en stuitte op een aantal 'verdachte' verbintenissen tussen Ohra en het Arnhemse gerechtshof. Eén van de raadsheren (rechters bij een gerechtshof) bleek lid te zijn van de arbitragecommissie van Ohra. Een ander, verantwoordelijk voor de uitspraak in Rems zaak, was getrouwd met een advocate die tot vlak voor de uitspraak werkte bij het vaste advocatenkantoor van Ohra, Dirkzwager. Geen van beiden had zich teruggetrokken uit de zaak. Rem ging in cassatie bij de Hoge Raad en won de zaak twee jaar later alsnog. Over mogelijke belangenverstrengeling velde de Hoge Raad overigens geen oordeel.

Na afloop liet Rem de zaak niet los. Samen met drie andere 'Verontruste Burgers', onder wie de Goudse bedrijfsjurist P. Ruijs, verschafte hij zich toegang tot de arresten van het Amsterdams Gerechtshof om te onderzoeken welke rechters met welke nevenfuncties in welke zaken waren opgetreden. Aanvankelijk werd de groep toegang tot het Gerechtshof geweigerd, zelfs door minister Sorgdrager, met het argument dat “een dergelijke onderzoek een te grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de dames en heren magistraten zou maken”, aldus het rapport van de groep. Uiteindelijk werden echter “alle arresten in civiele en notariszaken ingezien”. Ook bekeek de groep het register waarin de raadsheren van het Gerechtshof vrijwillig hun nevenfuncties opgeven.

Hieruit bleek dat de 59 raadsheren van het Gerechtshof in Amsterdam in totaal 73 nevenfuncties bekleedden. A. Goudsmit, voormalig advocaat en inmiddels ook weer teruggekeerd naar de Balie, was tijdens haar betrekking aan het hof tevens betaald commissaris van de KLM en van het Instituut voor Psychologisch Marktonderzoek. Raadsheer H. ten Kleij is commissaris bij de Haagse aannemer NBM/Amstelland, raadsheer J. Boersma gemeenteraadslid in Hilversum en plaatsvervangend raadsheer Glasz zowel advocaat als lid van de Eerste Kamer. Vijf raadsheren gaven hun nevenfuncties niet op. De groep kwam tot de conclusie dat belangenverstrengeling niet onomstotelijk kon worden aangetoond, maar dat er te weinig toezicht is op de nevenfuncties van rechters, “waardoor onpartijdigheid en objectiviteit niet in alle gevallen gegarandeerd lijkt”.

Een “golf van publiciteit” over de activiteiten van de 'Verontruste Burgers' heeft volgens de NVvR nu toch de schijn gewekt van belangenverstrengeling bij de rechterlijke macht. “De schijn van 'er deugt iets niet' kun je niet te lang hebben”, zegt de voorzitter van de NVvR, L. van der Weij. Hij twijfelt zelf niet aan de integriteit van de Nederlandse rechter, maar ziet toch aanleiding er aandacht aan te besteden. “Schijn is voor het gezag van de rechterljke macht buitengewoon belangrijk, smetten op die schijn nemen wij uiterst serieus”, zegt H. Zuur, algemeen secretaris van de Vereniging. De NVvR heeft besloten de kwestie in discussie te brengen bij haar leden, met als doel te komen tot regels “waaraan iedereen zich committeert”.

Een extra aansporing daartoe is de opstelling van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, de hoogste rechterlijke instantie in Europa. De onafhankelijkheid van de rechter is daar al geruime tijd een punt van zorg. Al verschillende malen heeft het Hof geoordeeld dat Nederlandse rechterlijke instanties, zoals het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, onvoldoende los stonden van de overheid. De allergie van het Hof voor overheidsinvloed zou zich gemakkelijk kunnen uitbreiden naar andere vormen van belangenvermenging.

Van oudsher is het Nederlandse rechtssysteem niet gebaseerd op controle, maar op vertrouwen. De enige die de rechters controleert is de president van de rechtbank of van het gerechtshof. P. Lampe, president van de rechtbank van Groningen, zegt zeker te weten dat al zijn rechters 'zich verschonen' (afzien van een zaak) als zij zich te betrokken voelen bij een van de partijen. “Men is daar heel serieus in”. “Goede trouw wordt verondersteld tot het tegendeel bewezen is”, zegt J. Mendlik, president van de rechtbank in Rotterdam. G.W. van Halsema, vice-president van de rechtbank van Leeuwarden en voorzitter van de handelssector in zijn arrondissement: “Ik verdeel zaken naar moeilijkheidsgraad en dan hoor ik wel van de persoon of hij redenen heeft om de zaak liever niet te willen doen. Ik kan natuurlijk niet controleren of het gaat om een aannemertje dat een verbouwing bij hem heeft gedaan.”

Rechtbankpresidenten blijken onderling verdeeld over de vraag welke nevenfuncties wel en niet geoorloofd zijn. Mendlik zou het “niet toejuichen” als een Tweede Kamerlid als plaatsvervangend rechter zou optreden en noemt het “misschien wel wenselijk” dat dit wettelijk wordt verboden. Ook de Amsterdamse rechtbankpresident R. Gisolf is niet gecharmeerd van rechters met politieke aspiraties, zoals de inmiddels gepensioneerde rechter Cnoop Koopmans, die tevens gemeenteraadslid was voor de PvdA. “Ik weet niet of je dat moet doen, ik ben erg voor de scheiding der machten. Maar ik heb op het moment niet de instrumenten om het te verbieden.” H. Crombag, hoogleraar sociaal-wetenschappelijke bestudering van het recht in Maastricht: “Het is een lastige kwestie, want net als andere burgers kunnen rechters niet in hun grondrechten worden beknot.”

Sommige presidenten plaatsen vraagtekens bij betaalde commissariaten als nevenfunctie, met name in het eigen arrondissement. De president van de Arnhemse rechtbank, D. van Dijk, zou graag zien dat de NVvR zich nog eens buigt over de vraag of betaalde commissariaten toelaatbaar zijn. President J. Meijeringh van de rechtbank in Assen zou een rechter afraden betaaldcommissaris te worden. “Het gevaar is dat er op het laatst bij elk groot bedrijf een rechter is betrokken.” Maar volgens G. André De La Porte, president van de rechtbank in Den Bosch, hoeft een betaald commissariaat voor een rechter “geen enkel probleem te zijn”. Waar nodig zal een rechter zich verschonen, zegt hij.

De nieuwe wet verplicht rechters wel hun nevenfuncties op te geven bij de president, iets wat bij de meeste rechtbanken nu vrijwillig gebeurt. Het register van nevenfuncties moet ter inzage liggen voor geïnteresseerde burgers. Een enkele rechter weigert nu nog om reden van privacy zijn nevenfuncties op te geven - onder de nieuwe wet kan dat niet meer. Als een procespartij het niet vertrouwt, kan deze een rechter 'wraken' en eisen dat iemand anders de zaak behandelt. De uiterste sanctie tegen een rechter is een klacht van de rechtbankpresident bij de Hoge Raad, waarop eventueel ontslag kan volgen. Hiervoor moet ten minste sprake zijn van krankzinnigheid, ernstige nalatigheid of strafbare daden van de betrokken rechter. Voor zover bekend is het nog nooit gebeurd.

De meeste rechters zijn overtuigd van de noodzaak om de schijn van partijdigheid te vermijden. “Een rechter moet het vertrouwen van de burger verdìenen. Dat kan alleen door redelijk open te zijn”, zegt J. Van Dijk, president van de rechtbank in Alkmaar. De president van de rechtbank in Dordrecht, P.A. Offers, zit daarentegen niet te wachten op verplichte registratie “alleen omdat openheid modieus is”. De schijn van belangenverstrengeling interesseert hem niets, zegt hij. “Burgers moeten ervan uitgaan dat een rechter zich verschoont indien dat nodig is. Wij hebben niet voor niets een eed afgelegd.” Als de wet er komt, dan zal hij die “vanzelfsprekend” volgen, maar zinvol acht hij een register met nevenfuncties niet: “Er wordt door burgers misschien één keer in de vijf jaar in gekeken.”

De ongerustheid over de rechterlijke onafhankelijkheid is ook doorgedrongen tot de politiek. J. Marijnissen, fractievoorzitter in de Tweede Kamer voor de Socialistische Partij, zag in het onderzoek van de Verontruste Burgers aanleiding voor Kamervragen aan minister Sorgdrager (Justitie). In antwoord hierop schreef Sorgdrager in de combinatie van verschoning, wraking, toedeling van zaken en verplicht register voldoende waarborgen te zien om belangenverstrengeling te voorkomen.

Op één punt, erkent Sorgdrager, gaat het systeem mank. Voor plaatsvervangend rechters - vaak advocaten - bestaat in de wet geen enkele voorziening. Zij zijn niet wettelijk verplicht hun nevenfuncties op te geven, waardoor procespartijen geen inzicht kunnen krijgen in hun affiniteiten. De Nederlandse Vereniging van Rechtspraak noemt deze situatie “zorgelijk”, vooral omdat plaatsvervangend rechters steeds vaker worden ingeschakeld. Er zijn te weinig gewone rechters om alle zaken te kunnen afhandelen.

    • Joke Mat
    • Frederiek Weeda