Morgen gesloten; Gesprek met Gerald van der Kaap, directeur van de Afdeling Proberen

“Ik ben recalcitrant ten opzichte van alles”, zegt Gerald van der Kaap. “Het liefst maak ik een kunstwerk dat geen object is, geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord: het werkwoord proberen.” Van der Kaap kreeg gisteren de Capi-Lux Alblas prijs voor fotografie. Binnenkort vestigt hij zich als 'huis-kunstenaar' op het dak van het VPRO-gebouw in Hilversum.

Gerald van der Kaap: Wherever you are on this planet. Uitg. Duizend & Een. Prijs ƒ 44,50. Te koop vanaf 18 april. Tentoonstelling: Oude Tapes. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 28 april. Dag. 11-19u.

In één van de jaren zestig vond Wim T. Schippers de mufdrank uit. Misschien wel in 1966, het jaar dat Gerald van der Kaap zeven was en verkleed als Ivanhoe op een trap poseerde: een foto die in 1985 door de kunstenaar werd verheven tot het kunstwerk Portret van de kunstenaar op 7-jarige leeftijd. 1966 was in ieder geval een jaar dat de frisdrank nog nieuw was in de Nederlandse supermarkt, terwijl Andy Warhol de coca-cola de kunst al had binnengesmokkeld. Mufdrank zou de tegenhanger moeten worden van frisdrank: een troebel vocht waarin stukjes kool en vis dreven. Vrienden wezen Schippers erop dat mufdrank waarschijnlijk niet zo lekker zou zijn. Het kon hem niets schelen. Wat bedacht kan worden heeft alleen daarom al bestaansrecht.

Van der Kaap (Enschede, 1959) zou een glaasje mufdrank waarschijnlijk niet hebben afgeslagen. Hij had in ieder geval een slokje geprobeerd. Van der Kaap is tenslotte een kunstenaar die een interpassieve cd op zijn naam heeft staan, een tijdschrift over fotografie Blind noemde, een manifest in de vorm van een prop publiceerde en de Capi-Lux Alblas prijs voor fotografie, 10.000 gulden groot, wint op het moment dat hij zich meer met teksten is gaan bezighouden.

Op de gisteren geopende tentoonstelling in het Amsterdamse Stedelijk Museum die bij de fotografie-prijs hoort, hangt geen foto aan de muur. Van der Kaap gebruikt de expositie vooral voor de presentatie van zijn boek Wherever you are on this planet.... In één van de twee aan hem toegewezen zalen kan de bezoeker op een skippybal plaatsnemen en het boek doorbladeren. Exemplaren van het boek zijn met een ketting aan de ballen vastgemaakt. In de andere zaal kan de bezoeker onder de titel Oude tapes videobanden bekijken van produkties die Van der Kaap in 1987 en '88 voor het kunstprogramma Rabotnik TV op de Amsterdamse kabel maakte. Onder het logo van Rabotnik is soms de stem van Marcel Duchamp te horen: 'My research was in the direction to find a way of somehow expressing myself without being a painter, without being a writer, without one of these labels'.

Bar Harmony

Gerald van der Kaap, 'Kaap' voor vrienden, 'Kaapmens' in de computer, is een sladood met een Jan Klaassenkop. Vriendelijk loopt hij door zijn atelier in Amsterdam en praat over tien dingen tegelijk. Over zijn afkeer van chronologie, over Yves Klein, over housemuziek, over fetisjisme, over het geluid dat een computer maakt als je van een computerbeeld een afdruk wilt maken (klikklak!), over zijn onvrede met lineaire structuren en zijn verwantschap met Zero, de seriële kunst van Schoonhoven, Peeters en Henderikse uit de jaren zestig.

Het leukst is het als Van der Kaap toch in een verhaal terecht komt, in een anekdote die van begin tot eind verteld kan worden: “Vorige zomer nam ik met een paar andere kunstenaars deel aan een project in een middeleeuws dorpje in Italië. Het ging over communità, gemeenschap. Er waren schilders en beeldhouwers die dat thema in hun atelier schilderden of in steen hakten. Ik had ook een atelier, maar ik wist niet zo goed wat ik daar doen moest. Er stond een computer, maar daar was ik net op uitgekeken. Wat had een computer bovendien met communità te maken? Ik ging de straat maar op. Toen vond ik een bord met de merkwaardige tekst: domani chiuso, morgen gesloten. Dat heb ik toen voor mijn atelier gezet. En in mijn atelier heb ik een bar geopend. Ik schonk er cocktails voor de dorpsjeugd. Er waren in dat dorp maar twee café's.

“De bar, hij heette Harmony, was elke vrijdag geopend. Op de andere dagen stond dat bord voor de deur. Dan ging ik de straat maar weer op. Als een vieze oude man trok ik naar het dorpspleintje en fotografeerde de geheime ontmoetingen van de jongens en meisjes. Een hoogtepunt in mijn oeuvre. De negatieven liggen nog steeds bij de 1-uur-fotoservice in het volgende dorp.”

Bijna alle andere foto's van Van der Kaap, 960 om precies te zijn, staan in Wherever you are, afgedrukt op hetzelfde formaat, 6,5 cm hoog. Documentaire en geënsceneerde foto's, landschappen en portretten, vakantiekiekjes en computermanipulaties, foto's van werk van andere kunstenaars en foto's van via Internet gestuurde post vormen een collage van Van der Kaaps arbeid tot nu toe. Het boek lijkt op dezelfde manier samengesteld als de teksten voor Save the Robots, een 'jongemensenband' waar de kunstenaar vroeger in speelde. “Ik baseerde ze op gedichten van Sylvia Plath, op regels uit pornoboekjes, op teksten van dichter-dominee Goldsmith. Elk plaatje heeft voor mij dezelfde waarde”, zegt Van der Kaap. “Ik wil geen onderscheid maken. Daarom exposeer ik foto's liever niet in een museum of een galerie. Het formaat en de locatie heeft dan veel te veel invloed op de status van een beeld. Alles wat je zo ophangt, wordt een fetisj. Het exposeren van een foto als kunstwerk in een galerie strookt bovendien niet met de reproduceerbaarheid die de fotografie nu juist eigen is.”

Opruimactie

De foto's in Wherever you are hebben allemaal een nummer. Dat kan opgezocht worden in de index, die titel, jaartal en andere nuttige informatie geeft. In het Stedelijk wordt de index geprojecteerd op een scherm. 'Boekhoudkunst', noemt Kaap het. Het publiek kan de nummers opvragen via een computer. De versie van het boek die in de winkel te koop zal zijn, zal ook deze index bevatten, evenals een bibliografie waarin alle ooit over Van der Kaap verschenen teksten zijn opgenomen, in alfabetische volgorde. “De index is een weerwoord op de kunstgeschiedenis. Het boek is een grote opruimactie. Meestal gebeurt zoiets pas na de dood van een kunstenaar, dan wordt zijn archief opgeruimd en wordt hij bijgezet in de kunstgeschiedenis. Ik wilde iedereen vóór zijn door dat zelf te doen.”

Het volgen van Kaaps carrière is in Wherever you are echter zo goed als onmogelijk. Dat Van der Kaap in de jaren tachtig één van de pioniers was van de geënsceneerde fotografie, en in de jaren negentig van de computersimulatie - hij liet voor de expositie Hover Hover een zaal van het Stedelijk Musem zogenaamd onder water lopen en een vrouw door een zaal zweven - is niet zo makkelijk uit te vinden. Het lijkt Kaap niet te deren; hij ziet al weer andere wapenfeiten. “Ik heb gemerkt dat ik vaak ronde dingen fotografeer. Het landschap is ook een constante. Ik ben heel romantisch.”

Meer dan een verslag van een carrière is Wherever you are een uiting van een mentaliteit. “Mijn werk is een constant onderzoek naar mogelijkheden”, zegt Van der Kaap. “Ik ben recalcitrant ten opzichte van alles. Het liefst maak ik een kunstwerk dat geen object is, geen zelfstandig naamwoord, maar een werkwoord: het werkwoord proberen.”

Binnenkort zal de kunstenaar iets van die droom realiseren als hij voor een jaar in dienst treedt van de VPRO. Van der Kaap hoeft er niets te produceren. “Ik word daar een artist in residence. De VPRO had bij haar nieuwe gebouw in Hilversum een portiersloge gepland. Daar zou drie achtereenvolgende jaren elk jaar een kunstenaar in moeten huizen. Maar portier spelen wil ik niet. Op de bouwplannen zag ik dat de directeur een kamer heeft op niveau vier, een deftig woord voor de vierde verdieping. Nu laat ik op het dak een kopie van die directeurskamer neerzetten, maar dan natuurlijk in een nog luxere uitvoering. Dat wordt het ivoren torentje van de omroep: de afdeling proberen. Programmamakers kunnen daar terecht voor advies en experiment. Misschien ga ik zelf ook wel weer televisie maken.”

Goed boek

Kaaps recalcitrantie richt zich vaak tegen de hedendaagse beeldende kunst. Als hij een kunstwerk complimenteert zegt hij: toen ik dat gezien had, was het net alsof ik een goed boek had gelezen of een goede plaat had gehoord. Kennelijk wordt hij door moderne kunst zo zelden geraakt dat hij zijn toevlucht bij andere vormen zoekt. “Vroeger dacht ik dat in de beeldende kunst alles mogelijk was, zeker in Nederland, waar je voor bijna alles ook nog subsidie kunt krijgen. Maar de meeste kunstenaars gaan hier zo truttig met hun vrijheid om. Ze maken werk waar geen leven in zit. Alles moet perfect zijn. Het is academische avant-garde.”

Van der Kaap zocht een uitweg op de televisie en in de discotheek. Samen met Peter Giele ontwierp hij de Chill Cave. De bezoeker van deze grot moet op een bed gaan liggen. Zijn hoofd verdwijnt in een aan de binnenkant met spiegels bekleed kastje. Een bombardement van beeld en geluid geeft de gebruiker de sensatie te hallucineren zonder daarvoor een pilletje te hebben geslikt - alsof je andermans droom kunt dromen. Net als je eigen dromen zijn die soms saai en soms interessant; mensen lopen over het strand in Rio, landweggetjes, lichtflitsen, verkleuringen. De Chill Cave werd door Van der Kaap neergezet op de kunstbeurs in Keulen, maar ook in hippe discotheken als de Amsterdamse Roxy. “De vraag of het kunst is of niet, kwam bij niemand meer op”, zegt Van der Kaap blij. “Mensen ondergingen het gewoon. Ik hoop dat op mijn tentoonstelling in het Stedelijk nu hetzelfde gebeurt. De bezoekers moeten niet denken, maar meedoen, zich mee laten voeren. De skippyballen zijn overigens niet door mij bedacht maar door Lennart, Pinky en Walrus, muzikanten en ontwerpers die ik ken uit de Roxy.”

Kleerhangers

In 1993 maakte Van der Kaap One moment please: Blindrom v.0.9 the prototype, één van de eerste cd-roms van een kunstenaar. Als altijd bij het werk van Van der Kaap ziet de cd-rom er hip uit, glimmende kleuren en stoere letters zorgen voor modieuze plaatjes, zo gelikt dat ze ergens reclame voor lijken te maken. “Ik streef naar perfectie, maar niet alleen daarnaar. Perfectie en imperfectie zouden in één woord, in één beeld te vangen moeten zijn.” Van der Kaap laat een onooglijk kunstwerk zien van Thomas Hirshorn, een Zwitserse kunstenaar die hij in Italië ontmoette. Een stukje in doorzichtig plastic vervat tapijt, waarop een stukje papier is geplakt waar met blauwe ballpoint acht rondjes op zijn getekend en een suf uit een tijdschrift geknipt plaatje van op een brug liggende mensen. Van der Kaap is er weg van. “Dit ding heeft geen pretentie, je ziet dat het van bijna niets gemaakt is, er is niet naar gestreefd om dat te verbergen. En toch is het ook perfect, af, klaar.” Met zijn geliktere beelden probeert Van der Kaap hetzelfde resultaat te bereiken. “De plaatjes doen er eigenlijk niet toe, die zijn zo makkelijk te vervangen, met een klik op de knop, met 'zoek en vervang' vervang je in de computer een pak Brinta door een lachende jongen. Ik ben meer geïnteresseerd in de structuur die er onder zit. Net als bij de Nulbeweging is die vaak gebaseerd op herhaling, op echo's en sequenties 1.0 en verder, al zie je dat op het eerste gezicht minder duidelijk.”

Op een hilarisch videofilmpje dat hij in Italië opnam, probeert Van der Kaap zijn opvatting over structuur op cd-rom uit te leggen. De kunstenaar staat voor een een fraai middeleeuws muurtje, waar hij kleerhangers aan bevestigt. “In de digitale wereld bestaat alles uit enen en nullen. Een structuur bestaat uit een aantal aan elkaar gekoppelde kleerhangers waaraan je van alles kunt vastmaken; een bloem of een foto of weer wat anders. Haal je die bloem weg en hang je er wat anders aan, dan verandert de structuur niet, die blijft altijd hetzelfde.

Van der Kaap wil het daar niet bij laten. “Het woord misschien bestaat niet in de digitale wereld. Dat wil ik toch realiseren, een punt waarop alles nog mogelijk is.” Van der Kaap wil niet kiezen, geen ja of nee zeggen, geen nul of een. Hij zoekt naar een beeldend equivalent van de woorden misschien of of. “Ik probeer daarbij in de buurt te komen door dingen om te draaien, hierarchieën op hun kop te zetten of te ontkennen. Als je op een knopje drukt, gebeurt er meestal precies hetzelfde. Het licht gaat bijvoorbeeld aan. Ik wil dat het soms uitblijft, ook al druk je op het knopje. Yves Klein bedacht ooit een sculptuur van een waterstraal en een gasvlam die elkaar op vijf meter hoogte raken. Dat werk is nooit uitgevoerd. Ik wil het nu alsnog laten maken.”

Van der Kaap loopt in zijn atelier van computer naar computer. Om zijn nek hangt als een vlinderdasje een oogmaskertje van de KLM. Ook al noemt de kunstenaar zich nog steeds fotograaf, zijn laatste project heeft meer met woorden dan met beelden te maken. Van der Kaap wil de nieuwe vuilverbrandingsinstallatie in zijn geboorteplaats Enschede in een dichter veranderen. “De centrale verbrandt afval. Die wil ik omzetten in poëzie. Het principe is vrij eenvoudig. In de centrale wordt van alles gemeten, de temperatuur in de oven, de hoeveelheid rook die uitgestoten wordt, de energie die daarbij vrijkomt. In een computerprogramma worden die getallen gekoppeld aan bepaalde woorden of zinsdelen. Die verschijnen op een groot scherm op de toegangspoort. Als de getallen veranderen, verandert de tekst ook, ongeveer één keer per vijf seconden. De zinnen zullen ook worden uitgezonden op Afvalradio.”

De poëziecentrale moet in 1997 klaar zijn. Van der Kaap is nu bezig met het ontwikkelen van het computerprogramma en het verzinnen van de zinnen. Hij heeft ondanks zijn gebrek aan ervaring het volste vertrouwen in zijn poëziegenererend vermogen. Maar om van het project te houden, is het niet nodig de uitvoering af te wachten. Als probeersel is het al mooi genoeg.

    • Bianca Stigter