'Maatregelen nodig na rijksrechercherapport'

AMSTERDAM, 12 APRIL. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie J.M. Vrakking acht het onvoorstelbaar dat maatregelen tegen de top van de Haarlemse politie en justitie uitblijven.

In een interview met NRC Handelsblad zegt Vrakking die verwachting te baseren op de vernietigende conclusies die de rijksrecherche vorige week trok over het toezicht van politie en justitie op de drugsimporten door de Haarlemse criminele inlichtingendienst (CID).

De hoofdofficier distantieert zich van het standpunt van de top van het openbaar ministerie die vorige week tegenover de Tweede Kamer het doorleveren van zaken als harddrugs of het explosief semtex verdedigde. “Ik dacht: wat zullen we nou hebben? Hoe leg je dat uit aan de weduwe van een eventueel slachtoffer? 'Sorry voor de ontploffing hoor, maar het explosief behoorde tot een partijtje van ons'. Als het gaat om het doorleveren van harddrugs zeg ik: zolang ik hoofdofficier van Amsterdam ben, gaat er geen gram doorheen. Ik vind het een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid.”

Vrakking erkent dat er binnen het ressort Amsterdam “zakelijke verschillen van opvatting” zijn over de toelaatbaarheid van opsporingsmethoden. Hij zegt dat er “tot op de dag van vandaag” collega's zijn die hem verwijten verantwoordelijk te zijn voor de onderzoeken die een kritisch licht werpen op het handelen van politie en justitie.

Vrakking vertelt dat in 1994 zijn collega's een poging hebben ondernomen Vrakking van zijn post te verwijderen. “Een hoofdofficier uit het ressort Amsterdam heeft mij op een zondagmiddag gebeld vlak nadat het rapport-Wierenga uitkwam. Hij vertelde dat hij met enkele collega's bij de secretaris-generaal van Justitie was geweest om aan te dringen op mijn ontslag aangezien er met mij niet te werken viel”. Vrakking wil de naam van de collega niet noemen.

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus