Leraren blijven Stachanovarbeiders

Opnieuw werkte de truc, dit keer bij leraren klassieken in Klagenfurt. Tijdens een didactisch seminarium waar ik mijn kunstjes mocht vertonen, waren er gul pauzes geprogrammeerd. Deze boden ruim gelegenheid tot klagen. Over de hele wereld zijn leraren nu eenmaal meesters in de querulantie. Als men hen op hun woord gelooft, is elke natie erin geslaagd haar absolute politieke nul tot minister van onderwijs te bombarderen en laat deze zich omringen door de bruutste bureaucraten.

Enfin, ik speelde met begrijpende knikjes het spel met de Oostenrijkse collega's mee. Hun verontwaardiging was geactiveerd door een dreigende verhoging van hun werklast. De minister wilde dat ze een vol uur per week meer les gaven! De collega uit Holland was het er toch mee eens dat dat een buitengewoon onredelijke eis was. Ze moesten al zoveel uur voor de klas staan. De voorgestelde weektaak van 17 uur kon alleen uit de koker van een onmens komen, niet? Als terloops kwam de vraag die ik al zag aankomen: “Hoeveel uur geeft een leraar bij jullie eigenlijk?”

Het antwoord “wel, 28 of 29 uur” wekte enkele minuten stilte. Toen men van de verbijstering bekomen was, werden er enkele machteloze pogingen gedaan het getal onderuit te halen: een lesuur was zeker aanzienlijk minder dan hun 50 minuten? Nee, dus. Dan waren de vakanties vast veel langer? Een snelle vergelijking leerde dat de Oostenrijkers in dit opzicht eerder beter af waren. Hoe zuidelijker in Europa, hoe meer een zomerreces drie maanden omvat. Nu, dan moesten de docenten bij ons wel riant worden betaald. Maar ook in dit opzicht kon ik de Karinthische collega's geen soelaas bieden. Nederlandse lerarensalarissen onderscheiden zich niet wezenlijk van die in vergelijkbare landen en dus ook niet van die in Oostenrijk, zo bleek.

Tenslotte kwam de verwachte verzuchting: “Hoe doen leraren dat bij jullie dan?”

Onthutsende reacties als deze heb ik inmiddels aan vele beroepsgenoten in de wereld ontlokt. Ik ervaar daarbij een vreemde trots: Nederlandse leraren staan in hun werkbelasting aan een trieste top. Natuurlijk is op de vergelijking van werkbelasting altijd wel wat af te dingen. Juist in het onderwijs wordt 'het' buitenland grif als mythe gebruikt. Zodra een onderwijspoliticus zegt: “In het buitenland is dit probleem allang opgelost”, volstaat één vraag om hem een passend zwijgen op te leggen: “Noem mij dan maar even dat ene buitenland”.

Zo moeten als het om de positie van leraren gaat, Midden- en Oost-Europa liever niet als paradijzen worden opgevoerd. Daar werken de leraren - eindelijk bijna altijd leraressen - aanzienlijk korter en doorgaans zijn hun klassen kleiner, maar geen Nederlandse leraar zou graag in hun financiële schoenen staan. Menig leraressengezin kan alleen overleven doordat de man serieus kostwinner is.

Maar een vergelijking met België en Duitsland is zeker wel legitiem. In het algemeen komen in ons nabije buitenland (eerstegraads) leraren bij een volle weektaak op 22 uur. Dit cijfer betekent dat zij bij elkaar per week een dag meer ruimte hebben om hun lessen te verzorgen.

Iedereen die in het onderwijs werkzaam is, weet hoe kostelijk de gaten van een paar uur in de loop van een week zijn, om op orde te komen, werk te corrigeren, materiaal aan te maken en vooral even te bekomen van de belasting die het lesgeven bezorgt. Want de inspanning die een lesuur betekent, is met geen andere arbeidsprestatie te vergelijken. De Leraren-In-Opleiding die aan onze zorgen zijn toevertrouwd, schrikken daarvan bij hun stages het meest. Zij maken voor het eerst mee wat ook de meest ervaren docent blijft ondervinden: een leraar moet op verschillende niveaus alert zijn. Hij is niet alleen de enige die volledig bij de lesstof is, maar met een tweede bewustzijnslaag houdt hij de leerlingen in de gaten. Een derde geestesoog is gericht op zijn eigen optreden: ben ik wel goed bezig? Moet ik het roer niet eens omgooien?

Het is deze opeengestapelde concentratie die het leraar-zijn zo zwaar maakt: experto crede. Inderdaad, geloof hem die het ervaren heeft. Als universitair docent maak ik langere dagen en heb minder vakantie dan toen ik echt les gaf op een middelbare school. Toch kom ik slechts bij uitzondering zo uitgeput thuis als toen ik leraar was.

Maar wat hoorde mijn halve oor bij het radionieuws? Een heuse CAO voor het voortgezet onderwijs brengt een aanzienlijke taakverlichting. Het krantenbericht van 3 april brengt echter zwart op wit de ontnuchterende waarheid: docenten in het VO mogen maximaal maar 28 uur les geven, en dat bij een 38-urige werkweek. Wie klokt? Met deze farce, zo meldt het bericht, hebben de onderwijsbonden ingestemd. De Nederlandse leraar blijft de held van de onderwijsarbeid.

In de nacht van 30 op 31 augustus 1935 overtrof Aleksej Grigorevitsj Stachanov de voorgeschreven produktienorm met een veertienvoud. Hij werd de kampioen voor de superpresteerder in het Sovjetsysteem, met alle gevolgen voor de kwaliteit van de geleverde arbeid. Hoe lang nog blijven Nederlandse leraren Stachanovarbeiders?