Gekke katten

Honden- en kattenbezitters eisen het beste voor hun geliefde huisdieren. Grote fabrikanten van honden- en kattenvoer zoals Nestlé en Mars besteden daarom uiterste zorg aan de bereiding en sterilisatie van het dierenvoer. De controle van dierenvoedsel is in veel opzichten zelfs strenger dan die van voeding voor mensen.

De schrik bij de petfood-fabrikanten was dan ook groot toen in 1989 in totaal 60 Britse katers overleden aan een ziekte die sterk lijkt op de gekke-koeienziekte. Terwijl maatregelen voor menselijk voedsel veel minder ver gingen, spraken de fabrikanten van honde- en kattevoer af dat bepaalde afval-produkten van de slacht van Brits rundvee niet meer gebruikt mochten worden voor de produktie van petfood.

Het ging daarbij met name om hersenen, ingewanden, zwezerik en amandelen, organen die 'verdacht' zijn als het gaat om het overbrengen van Bovine Spongiform Encephalophathy (BSE). In 1991 spraken de producenten zelfs af àlle verdachte slachtafval niet langer te verwerken; het maakte daarbij niet uit waar het vandaan kwam. Ondertussen ging het gebruik van slachtafval in produkten voor menselijke consumptie, zoals frikandellen, gewoon door.

De maatregelen van de petfoodfabrikanten bleken effectief. In Groot-Brittannië bleken de afgelopen jaren tientallen mensen aan de ziekte van Creutzfeld-Jakob te lijden waarbij een verband wordt gelegd met het eten van rundvlees. Ondertussen zijn sinds 1990 geen gevallen van gekke katten-ziekte geconstateerd in continentaal Europa. In Groot-Brittannië bleef het aantal gevallen bij katten beperkt tot negen, allemaal bij dieren die waren geboren voor 1990. Wie behoefte heeft aan een lekker stukje vlees kan beter een blikje Whiskas of Felix openrukken en de hamburger laten staan.