Wat ze nog niet weten

Alle opwinding over de gekke-koeienziekte ontstond toen epidemiologen meldden dat tien jonge Britten aan een nieuwe vorm van Creutzfeldt-Jakob waren overleden. De Britten hebben de ziekte overgekregen van gekke koeien, een andere verklaring was niet te vinden. Maar het bewijs is niet geleverd en dat gebeurt ook niet zo snel, want er is nog ontstellend veel onbekend over de transmissible spongioforme encephalopathies, die door infectieuze eiwitten (prionen) worden veroorzaakt.

Priononderzoeker dr. Gerald Collee, microbioloog aan de universiteit van Edinburgh publiceerde in The Lancet (6 april) een checklist van resterende vragen.

Hebben de tien patiënten de de ziekte via mond en maagdarmkanaal gekregen?

Welk celtype van de patiënt heeft de prionen uit de darm in het lichaam opgenomen?

Zijn veranderingen van de darmwanddoorlaatbaarheid belangrijk?

Welke rol spelen lymfesysteem en zenuwstelsel bij het priontransport door het lichaam en bij de vermeerdering van de prionen?

Wordt het ruggemerg ook aangetast?

Waardoor breekt de ziekte uit?

Is het prioneiwit in de tien patiënten een nieuwe vorm? Is het infectieus bij koeien?

Statistica dr. Sheila Gore somt in The British Medical Journal (30 maart) op welke gegevens de Britse overheid eigenlijk hoort te verzamelen om het risico voor de bevolking vast te stellen.

Volgen, uit voorzorg, van de mensen die melk, weefsel of bloed gedoneerd kregen van de patiënten die aan Creutzfeldt-Jakob zijn overleden. Volgen, uit voorzorg, van de kinderen en de (liefst alle) seksuele partners van de Creutzfeldt-Jakob-patiënten.

Kinderen van Creutzfeldt-Jakob-patiënten uitsluiten van melk-, weefsel-, of bloeddonatie.

Publicatie per kwartaal van nieuwe patiënten.

Statistische gegevens over verloop van de epidemie van gekke-koeienziekte.

At random testen van geslachte koeien van verschillende leeftijden op de eerste verschijnselen van de ziekte.

Kwalitatieve beoordeling van de mogelijkheden voor het uitroeien van gekke-koeienziekte uit de Britse runderen.