Vragen

Het lesmateriaal waar Rob Knoppert naar op zoek is (W&O, 14 maart) om kinderen mee te leren 'waar het in het leven om draait: te weten wie je bent', bestaat al sinds mensenheugenis, te weten: het volksverhaal. Het zou aanbeveling verdienen daar opnieuw aandacht aan te besteden in een seculariserende samenleving. Ik doel hier niet op de herwaardering van de klassieken (overigens ook nooit weg!), maar op het scheppen van een nieuw soort onderwijsverhaal. Voorbeelden uit de geschiedenis illustreren dat de aanzet tot zingevingsverhalen niet alleen een zaak hoeft te zijn van initiatieven van schrijvers, gesteund door een traditie, maar dat ook het formele verzoek vanuit bijvoorbeeld het landsbestuur een succesvolle procedure kan zijn. Zo liet keizer Augustus, voor het begin van onze jaartelling, zijn hofdichter Vergilius een pedagogisch, nationaal verhaal schrijven (aan welk initiatief we de Aeneas danken), en ruim negentien eeuwen later bleek iets dergelijks mogelijk in Zweden. Selma Lagerlöf kreeg dezelfde opdracht van haar regering, ditmaal bedoeld voor het basisonderwijs. Het succesvolle Niels Holgerssons wonderbare reis zag het licht.

Nationaal gericht of niet, een dergelijk initiatief zou opnieuw in deze tijd het overdenken waard kunnen zijn.