'Vliegende' winkels doen goede zaken

UTRECHT, 11 APRIL. Een faillissement is een feest voor koopjesjagers. Als een bedrijf over de kop gaat wegens gebrek aan afzet, breekt de kooplust pas los. Gelokt door opzichtige advertenties (noodverkoop, spoedverkoop om financiële redenen, onmiddellijke liquidatieverkoop) kan de liefhebber schilderijen, fietsen, sportschoenen, ventilatoren, leren jassen, computers en Oosterse tapijten met al of niet vermeende forse korting bemachtigen.

De 'zaaltjesverkoop' floreert. Veelal in wegrestaurants en hotels, maar ook in voormalige fabriekshallen en kerken strijken 'vliegende winkels' een of twee dagen neer om overtollige voorraden, faillissementsrestanten en partijen van onduidelijke herkomst van de hand te doen. Voor de plaatselijke middenstand is het een bron van ergernis.

In een studie van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM), gewijd aan alternatieve verkoopkanalen, werd de omzet van de 'vliegende handel' vorig jaar geschat op honderd à tweehonderd miljoen gulden. Jaarlijks zou het gaan om enkele duizenden massaverkopen. Om meer zicht op dit rondreizende circus te krijgen, is op initiatief van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel een maand geleden een nader onderzoek begonnen, waarbij ook de motieven van de consument worden gepeild.

Het gaat om een grillige markt. De omvang van de aanvoer, de soort en kwaliteit van de goederen zijn onvoorspelbaar, maar vaak gaat het om artikelen van matig allooi. Soms betreft het Oost-Europees spul dat hier terecht is gekomen via ruilhandel. Ook gestolen waar zou op die manier weer in de roulatie komen.

Voor de vliegende winkelier is artikel 44 van de Drank- en Horecawet een uitkomst. Volgens dat artikel kan een gemeente toestemming geven voor een tijdelijke openbare verkoping in een zaaltje, mits er geen drank wordt geschonken. Per etablissement mogen jaarlijks maximaal zeven verkopen worden gehouden, maar dat wordt niet overal gecontroleerd en een handige handelaar heeft dat snel door. Artikel 44 is bedoeld voor verkopingen na een calamiteit, zoals brand, overstroming of faillissement. Controle op de herkomst van goederen ontbreekt echter.

Doordat allerlei vestigingsvoorwaarden kunnen worden omzeild, is er sprake van concurrentievervalsing, stelt M. Stolk, woordvoerder van Mitex, de vereniging van detailhandelaren in textiel. Stolk: “Wij willen dat artikel 44 van de Horecawet wordt geschrapt. De horeca lobbyt zich te pletter om horecaactiviteiten in sportkantines te verbieden. Laten we dan ook andersom werken en de detailhandel bij de detaillist laten.”

Volgens het EIM zijn enkele tientallen ondernemers in deze winkelformule actief en zou de markt gedomineerd worden door een vijftal personen. Het vluchtige karakter van de handel maakt het voor een gemeente moeilijk om op te treden.

Een populaire praktijk is om enkele weken voor Sinterklaas in een fabriekshal in strijd met het bestemmingsplan een speelgoeddump te openen. Een telefoontje naar de Raad van State is voldoende om een verbod van de gemeente te laten schorsen. Dus voordat daadwerkelijk iets kan worden ondernomen, is de winkelier gevlogen. En de consument is zijn garantie kwijt.

Soms gaat een bedrijf in allerlei 'tijdelijke' winkelvestigingen jarenlang door met een onuitputtelijke faillissementspartij. Zo heeft de Oosterse Tapijten Galerie in Rotterdam, 'de grootste speciaalzaak van Europa', een reputatie verworven op diverse plaatsen in het land.

Tapijtenimporteur F. Janssen in Waardenburg begrijpt er niets van. “Wat daar gebeurt lijkt me in strijd met de Faillissementswet. De bedoeling is immers dat je alsmaar kleiner wordt en uiteindelijk verdwijnt, maar zij worden alleen maar groter.”

Inmiddels lijken de dagen van de Oosterse Tapijten Galerie toch geteld. Van vliegende tapijtenhandel is geen sprake, verzekert eigenaar Runhardt sr. De zaak zelf is nu in liquidatie en wordt over enkele maanden gesloten, aldus Runhardt, die pas een half jaar eigenaar is. “We moeten de contracten met de knoperijen nog afhandelen.”

Fietsen doen het goed in vliegende winkels, maar inmiddels stabiliseert de handel en neemt hij zelfs iets af, meent R. Boon van de Bovag. Zo'n tachtig procent van de Nederlandse fietsverkoop loopt via de vakspecialist, zodat er nog twintig procent omzet voor de rest overblijft, waaronder de warenhuizen. “De omzet via de vliegende winkel kan dus nooit veel zijn, maar het zorgt wel voor de grootste problemen”, zegt Boon. “Het gaat vaak om inferieur materiaal, zoals een slecht afgestelde derailleur of assen die niet deugen.”

Een fietsreparateur zou dus baat hebben bij deze handel, maar dat blijkt anders uit te pakken. “De reparateurs hebben vooral problemen met de kosten die ze in rekening moeten brengen. Wat ben je duur, zeggen die klanten dan. Ze hadden gedacht honderd gulden te besparen, maar uiteindelijk zijn ze vijfhonderd gulden extra kwijt”, aldus de Bovag-woordvoerder.

De mogelijkheden om de vliegende winkel aan te pakken zijn gering. Via de Reclame Code Commissie kan worden opgetreden als de handelaar een valse voorstelling van zaken geeft. Bijvoorbeeld als ten onrechte gemeld wordt dat het om een faillissementsverkoop gaat. Een probleem is dat de afzender van de gewraakte tekst niet altijd bekend is. Of de verkoop is al achter de rug voordat kan worden ingegrepen.

Horeca Nederland heeft anderhalf jaar geleden in een convenant met het Midden- en Kleinbedrijf Nederland toegezegd haar leden op te roepen geen ruimte meer aan vliegende winkels te bieden. Dat verzoek is nog niet massaal opgevolgd. Binnen enkele weken zullen beide organisaties zich beraden op nieuwe stappen, aldus een woordvoerder van MKB-Nederland.

In Tilburg hebben de plaatselijke zaalhouders op initiatief van het gemeentebestuur twee jaar geleden besloten geen detailhandel meer in hun accommodaties toe te staan. Volgens een woordvoerder van de gemeente werkt deze aanpak. Sinds anderhalf jaar zijn er geen verzoeken voor ontheffing van artikel 44 meer ontvangen. De vliegende winkels mijden Tilburg.

Iets verderop kunnen ze nog ruimschoots terecht. In Motel Eindhoven van het Van der Valk-concern vinden een à twee verkopen per maand plaats, hoewel het gemeentebestuur al anderhalf jaar pogingen onderneemt de handel aan banden te leggen. De directie van het motel beroept zich op afspraken die in het verleden zijn gemaakt. Eind deze maand zal het college van B en W een nader standpunt bekendmaken.

Ook voor Motel Eindhoven zijn er grenzen, verklaart zalenchef E. Verhallen. “Toen er veel opspraak kwam van de kant van de middenstand, hebben wij besloten om het aantal vierkante meters te beperken. We zijn heel selectief. Zo moeten de verkopers zelf elders een winkel hebben. Als het zo maar een sjacheraar is, laten we hem niet toe.”

    • Bert Determeijer