Verdediging Bende van Venlo: bewijsmateriaal onontwarbare kluwen

DEN BOSCH, 11 APRIL. Het bewijsmateriaal in de strafzaak tegen de Bende van Venlo is een onontwarbare kluwen van 7.000 pagina's geworden waaruit het openbaar ministerie in den blinde een selectie heeft gemaakt om het verhaal van de zeven moorden en de veertien verdachten rond te breien.

Dat is de algemene teneur van de pleidooien die de raadslieden gisteren na vijftien zittingsdagen hebben afgesloten. Het gerechtshof in Den Bosch kan de behandeling van de zaak in hoger beroep waarschijnlijk morgen afsluiten om vervolgens eind april arrest te wijzen.

Vooral de uitvoerige bekentenissen van Sjakie H., de kroongetuige die als enige van de acht veroordeelden in Roermond niet in beroep is gegaan, hebben het moeten ontgelden. M. Moszkowicz, de raadsman van de Turkse hoofdverdachte Hacibey K., noemde Sjakie een debiele junk die tijdens verhoren wel vijftien verschillende versies van een van de moorden had gegeven. Volgens Moszkowicz wordt daarmee duidelijk aangetoond dat de politie Sjakie stuurde totdat er een passend verhaal uit zijn mond kwam.

Ook de later ontdekte dagboeken die Astrid van B. in het huis van bewaring bijhield kunnen volgens de meeste raadslieden niet voor de bewijsvoering worden gebruikt. Moszkowicz sr. deed ze af als geheugensteuntjes voor wat de 19-jarige vriendin van hoofdverdachte Frenkie P. tijdens de verhoren bij de politie had verklaard.

Maar de raadsman van Astrid, Th. Hiddema, gebruikte de dagboeken juist als argument om haar vrij te pleiten van medeplichtigheid van de moord op J. Wissink, het enige feit dat haar ten laste is gelegd. In het dagboek beschrijft zij uitvoerig vijf moorden die zij heeft zien plegen door haar vriend Frenkie en andere verdachten, maar de moord op Wissink komt pas ter sprake nadat Frenkie haar een rol heeft toegedicht. Dat zou volgens haar raadsman een wraakoefening zijn omdat Astrid een dag eerder aangifte had gedaan van mishandeling en verkrachting door Frenkie.

Vooral de moord op de Turkse hasjhandelaar Ibrahim Karaca is inzet geworden van een strijd met getuigen. Een groot deel van de 20 getuigen, onder wie de ouders van het slachtoffer, heeft verklaard dat Karaca niet in opdracht van Hacibey K. is vermoord, die beurtelings is omschreven als de mafiaburgemeester en de hasjkoning van Venlo. K. werd in Roermond veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaar, maar volgens diverse Turkse getuigen zijn de werkelijke opdrachtgevers de gebroeders Suleyman en Abdullah A. geweest, de eigenaars van de coffeeshop waar Karaca werkte. De advocaat van Suleyman, J. van der Laar, zei dat de getuigen overduidelijk zijn gekocht door de invloedrijke familie van K.