'Varkentjes' voor Congres VS doelwit vetorecht president

WASHINGTON, 11 APRIL. Het vetgemeste varkentje dat regelmatig opduikt in Amerikaanse politieke spotprenten is het voornaamste doelwit van de nieuwe wet die het vetorecht van Amerikaanse presidenten uitbreidt. Meestal draagt een glunderend Congreslid dat varkentje van de trappen van het Capitool, om het mee te tronen naar de kiezers in zijn deelstaat. Het beestje staat voor de projecten waarmee Congresleden hun specifieke achterban aan zich binden: een snelweg, een brug, een militaire basis of een nieuw gerechtsgebouw in hun kiesdistrict bijvoorbeeld.

Zoals de slavenhouders vroeger de loyaliteit van hun slaven beloonden met gezouten varkensvlees uit een houten ton, zo is 'pork' of 'pork barrel spending' een vast onderdeel geworden van het politieke menu in Washington. Het Congreslid verbindt aan zijn steun voor een wet die de overheidsuitgaven op een bepaald terrein vastlegt, de voorwaarde dat in die wet de financiering van zijn particuliere project wordt opgenomen.

En de politieke leiders in het Congres, of ze nu Democraat of Republikein zijn, maken traditiegetrouw graag van zo'n aanbod gebruik om zich van een extra stem voor hun wetgeving te verzekeren. Soms ook weet een handige commissievoorzitter vlak voor de stemming over een wet nog snel en onopvallend een uitgavenpost voor wat 'pork' aan de wettekst toe te voegen.

Veel presidenten, van Ulysses S. Grant tot Ronald Reagan, was dit politieke gebruik een doorn in het oog. Hun veto konden ze alleen uitspreken over complete wetten, niet over bepaalde onderdelen. De nieuwe wet die president Clinton dinsdag ondertekende geeft de president met ingang van 1 januari voor de komende acht jaar wèl dat recht, althans bij wetgeving die overheidsuitgaven en belastingen regelt.

Dat het Congres zo een deel van zijn macht uit handen geeft aan het Witte Huis is op zichzelf opmerkelijk, en op zijn minst van symbolisch belang. De Republikeinse meerderheid wil ermee laten zien dat zij zichzelf niet uitzondert van de begrotingsdiscipline die ze bepleit voor het hele land.

Maar tegelijk heeft het Congres ervoor gezorgd dat er niet wèrkelijk een grote verschuiving van macht naar de president plaats vindt. Als de volksvertegenwoordigers zichzelf echt aan banden hadden willen leggen, dan hadden ze het veto-op-onderdelen niet moeten vastleggen in een wet, maar in een amendement op de grondwet. Nu kunnen ze de nieuwe bevoegdheid van de president voor elke wet weer uitschakelen door er de simpele formulering in op te nemen: “Op deze wet is het veto-op-onderdelen niet van toepassing”.

Het Congres zal niet voortdurend van die nooduitgang gebruik kunnen maken zonder zichzelf lelijk te kijk te zetten. De president, wie het ook zal zijn, zal de komende jaren daarom de gelegenheid krijgen om heel wat onnodige uitgaven te schrappen, van een onderzoeksproject voor de universiteit in de deelstaat van senator X, tot een belastingvoordeeltje voor de bedrijfstak die zo'n trouwe steunpilaar is van afgevaardigde Y.

Maar ook een president is een politicus en politiek blijft een kwestie van ruilhandel. Als hem dat uitkomt kan de president ook besluiten de 'pork' door de vingers te zien, in ruil natuurlijk voor de medewerking van het Congreslid in kwestie op een ander terrein. Dan blijft het varkentje toch nog gespaard.

Voorstanders hebben de nieuwe wet aangeprezen als middel om het begrotingstekort terug te dringen door Washington, in de woorden van senator Dole, op een “dieet zonder varkensvlees” te zetten. Maar het nieuwe vetorecht van de president strekt zich niet uit tot de uitgaven voor de sociale zekerheid, die tweederde van de begroting opslokken en verantwoordelijk zijn voor het grote tekort. Ook in belastingwetgeving is de bevoegdheid van de president beperkt: hij kan alleen onderdelen schrappen die betrekking hebben op groepen van honderd belastingbetalers of minder, en op groepen van tien bedrijven op minder.

De afgelopen maand stemde het Huis van Afgevaardigden voor een verhoging van het bedrag dat ouderen mogen verdienen zonder gekort te worden op hun ouderdomsuitkering. Die maatregel zal de overheid de komende zeven jaar zo'n 70 miljard dollar extra kosten, meer dan twee keer zoveel als de totale begroting van het ministerie van handel dat de Republikeinen uit bezuinigingsoverwegingen zo graag willen afschaffen.

Maar als de maatregel na 1 januari het bureau van de president bereikt als onderdeel van de wetgeving voor ouderdomsuitkeringen zal hij er niet zijn veto over mogen uitspreken. En ook de belastingverlaging voor gezinnen met kinderen, die de schatkist over zeven jaar 100 miljard dollar zal kosten, valt buiten het bereik van het veto-op-onderdelen.

Tegenstanders vinden niettemin dat de wet veel te ver gaat. Ze betogen dat de wet strijdig is met de grondwettelijk vastgelegde scheiding tussen de wetgevende en de uitvoerende macht (respectievelijk Congres en president). In een rechtszaak zullen ze proberen hun gelijk te halen.