Thuislozen hervinden zich in proza en poëzie

AMSTERDAM, 11 APRIL. Hij had een vrouw, drie kinderen en een tweede huis ergens in Duitsland. Het ging hem voor de wind, hij stond in aanzien. Toen verloor hij zijn baan en sloot hij “een idioot verbond met de drankfles”. Vorig jaar verlieten zijn vrouw en kinderen hem en begin dit jaar werd Hercules zijn woning uitgezet omdat de huurschuld opgelopen was. “De mooie auto, huisraad, alles weg. Dat kwam omdat ik in mijn voortdurende dronkenschap alles vergat, ook de betalingen.”

Hercules is lid van de Amsterdamse schrijversclub van daklozen die sinds vorig jaar september wekelijks bijeenkomt. Onder begeleiding van vrijwilligers en een beroepskracht schrijven zij hun ervaringen op, in proza of dichtvorm. “Opdat ik niet dol word”, aldus een van hen.

Wethouder J. van der Giessen (welzijn) kreeg gistermiddag de eerste bundel van de schrijversclub aangeboden. In Amsterdam slapen 's nachts 250 mensen buiten. Daarnaast is er een grote groep dak- en thuislozen die via Huis voor Onbehuisden in een zogeheten passantenverblijf worden ondergebracht.

Had iemand een paar jaar geleden tegen Hercules gezegd: jij komt nog eens in het opvanghuis De Veste terecht, dan zou hij dat stellig hebben ontkend. “Daar wonen toch thuislozen? Kansarmen? Het idee alleen al.” Maar toch kwam hij er terecht, was hij zelf een thuisloze en behoorde hij tot een groep waar hij, toen het hem nog voor de wind ging, nooit over had nagedacht. Hij keek om zich heen, raapte zichzelf overeind “en langzaam, heel langzaam voltrekt zich het verbazingwekkende wonder van het ontwaken uit de duivelse roes”.

Gerhard woonde jaren in de Jordaan. Goed in het pak en netjes gekapt. Op gezette tijden dronk hij een glaasje jenever in een kroegje vlakbij zijn woning. Soms liet hij zijn rekening staan. Dat kon want hij was een goede bekende. Hij had een baan, 's avonds volgde hij de HBS.

Tijdens de voorbereiding voor de overgang van de derde naar de vierde klas raakte hij in tijdnood en meldde zich, met medeweten van zijn chef, ziek. Toen de controle-arts langs kwam lag Gerhard niet in bed maar zat hij gebogen over zijn studieboeken. Omdat hij niets kon verzinnen, besloot hij open kaart te spelen. Op de vraag van de arts hoe lang hij nodig dacht te hebben om zich voor te bereiden op het overgangsexamen, antwoordde Gerhard: twee weken.

Uit zijn bijdrage aan de bundel wordt niet duidelijk wat er precies is gebeurd tussen het moment dat hij dat antwoord gaf en zijn hernieuwde bezoek aan het vertrouwde café. Wel is duidelijk dat er iets grondig mis moet zijn gegaan. “Ik werd duidelijk niet herkend, wat me niet zo verwonderde. Want hoewel mijn kleding er redelijk uitziet, zie ik er zelf uit als een clochard met een tweedehands Sint-Nicolaasbaard”, schrijft hij.

Toen hij zijn naam noemde vroeg de waardin wat met hem was gebeurd. “Ik beperkte me ertoe haar te zeggen dat een mens weleens pech kon hebben en nog zo wat”, aldus Gerhard.

In de bundel staat ook een aantal tips voor dak-en thuislozen. In de hal van het Amstelstation kunnen ze voor 4,50 gulden douchen. Groente en fruit liggen vanaf vier uur 's middags op de Dappermarkt voor het oprapen. Stevige schoenen worden warm aanbevolen alsmede een goede kwaliteit ribbroek en een zakmes.