Spraak

Zou de uitspraak van het Noord-Nederlands echt zo veranderd zijn als Hans van de Velde's onderzoek (W&O, 21 maart) lijkt aan te tonen, of preciezer: hoe goed is dat uit radiofragmenten af te leiden? Doordat mijn vader vanaf vlak na de oorlog bij radio en TV werkte, weet ik dat zijn uitspraak nogal veranderde zodra er een microfoon in de buurt was. Niet alleen bij voorgelezen teksten, dan was de verandering erg groot, maar ook wanneer hij de boel voor de vuist weg aan elkaar kletste. Voor de microfoon had hij voornamelijk een duidelijke rollende r, maar thuis was daar niet veel van over, had hij vaak zo'n lichtjes tikkende nauwelijks herkenbare r.

Zou het niet zo zijn dat de status van de microfoon sterk gedaald is en dat dat veel van de door Van de Velde waargenomen verandering verklaart? De bijna bombastische redevoeringtoon van pakweg 1950 bestaat niet meer, maar zou daardoor de uitspraak van het publiek van de redenaars sterk veranderd zijn? Idem dus met de eerst dicht tegen die redevoeringtoon aanliggende radio-uitspraak, vermoed ik.

    • Weia Reinboud