Spraak (2)

In W&O 21 maart is een artikel van Hendrik Spiering over het proefschrift van Hans van de Velde verschenen. Dit proefschrift heeft als titel 'Variatie en verandering in het gesproken Standaard-Nederlands 1935-1993'.

Dit artikel is voor mij aanleiding erop te wijzen dat ik meen te hebben opgemerkt dat sinds enkele maanden de uitspraak van enkele woorden in bepaalde radio-uitzendingen is gewijzigd: de z, die in woorden als zestig, zeventig of langzaam, in mijn omgeving altijd stemloos wordt uitgesproken, is in deze woorden bij enkele radiosprekers plotseling stemhebbend geworden. Dit lijkt een hypercorrecte uitspraak, misschien ingegeven door de angst voor dialect.

Ook hoor ik de laatste tijd het woord intrige uitgesproken met een Franse g als in etage. Ook een duidelijk geval, lijkt mij, van hypercorrectie. Daarnaast bestaat in het algemeen de neiging leenwoorden weer hun oorspronkelijke uitspraak te geven, ook al zijn deze leenwoorden al lange tijd vernederlandst, zoals de ponny die nu weer omgedoopt is tot pony.

Het is een dwaasheid zich te verzetten tegen evolutie van een taal, hoe deze ook tot stand mag komen. Te snelle veranderingen bedreigen echter de continuïteit van onze cultuur. Dit moment wordt bereikt als twee opeenvolgende generaties te sterk verschillen in hun taalgebruik. Daarbij lijkt een centrale rol gespeeld te worden door de bronnen waaruit deze generaties putten: Luisteraars van Radio 3 en die van Radio 4 horen tot groepen die nauwelijks wetenschappelijke leden hebben. Daarnaast wil de 'etherreclame' zich onderscheiden door keurig taalgebruik, behalve in die gevallen waarin het dialect een aspect is van het rollenpatroon. Dit keurige taalgebruik klinkt potsierlijk als goede Nederlandse woorden vervangen worden door 'deftige' equivalenten (zoals de vervanging van het gewone Nederlandse woord eiwit door het 'dure' proteïne). Het behoeft geen betoog dat de invoering van reclame op Radio 4 deze zender heeft gedegradeerd tot een 'keurig' consumentenkanaal, dat nu ook bedreigd wordt door de door mij geconstateerde taalverloedering.