Riem: kongsi tussen pers en OM

DEN BOSCH, 11 APRIL. De oud-burgemeester van Brunssum H.W. Riem voelt zich het slachtoffer van een kongsi tussen de pers en het openbaar ministerie. De Maastrichtse officier van justitie J. van Atteveld zou drie jaar geleden tegen beter weten in onjuiste informatie van journalisten over zijn vakantiehuis in Spanje hebben gebruikt om toestemming te krijgen voor een huiszoeking.

Het Gerechtshof in Den Bosch, waar Riem in hoger beroep terechtstaat op verdenking van corruptie en valsheid in geschrifte, probeerde gisteren te achterhalen waarom drie jaar geleden een eerste proces-verbaal was vervangen door een tweede, waarin sprake was van een appartement dat wel eens een gift zou kunnen zijn van de wegenbouwer J. Baars.

Tijdens de behandeling door de rechtbank in Maastricht gaf Van Atteveld toe dat die suggestie was gewekt door twee journalisten van het Dagblad De Limburger, J. Dohmen en H. Langenberg. Toen hij ontdekte dat zij bezig waren met een artikel over de rol van Riem in de zaak-Baars, maakte hij met hen de afspraak dat zij pas zouden publiceren na huiszoeking bij Riem. De journalisten lieten hem het concept zien van het artikel over Riem waarin sprake was van het vakantiehuis. Het openbaar ministerie gebruikte die informatie om een nieuw proces-verbaal op te stellen voor een gerechtelijk vooronderzoek en verkreeg zo toestemming voor een huiszoeking. De FIOD had het openbaar ministerie evenwel al duidelijk gemaakt dat Riem de vakantiewoning in Spanje correct had gefinancierd. Bij de huiszoeking werd duidelijk dat Riem na zijn vertrek als lid van Gedeputeerde Staten van Limburg vertrouwelijke informatie van de provincie doorspeelde aan bedrijven die hem als adviseur of commissaris hadden ingehuurd.

Riem werd vorig jaar door de rechtbank in Maastricht vrijgesproken van corruptie en valsheid in geschrifte, maar het openbaar ministerie ging in hoger beroep. De afdeling bestuursrecht van dezelfde rechtbank handhaafde zijn oneervolle ontslag als burgemeester, omdat de beslissing over de vraag of hij het aanzien van het ambt had geschaad losstaat van de strafrechtelijke kwestie.

Het Hof behandelde gisteren ook de vraag hoe Riem na zijn vertrek als lid van Gedeputeerde Staten in het bezit was gekomen van vertrouwelijke stukken. Riem verklaarde dat die stukken hem waren toegestuurd door een anonieme afzender, die er briefjes op plakte met korte mededelingen als 'Beste Henk, we houden je op de hoogte'.

De behandeling wordt op 21 mei voortgezet.