Luchtmacht Israel wel boven Turkije

ANKARA, 11 APRIL. Na eerdere ontkenningen heeft de Turkse regering gisteren bevestigd dat Israelische gevechtsvliegtuigen oefenen in het Turkse luchtruim.

De eerste berichten dat Turkije zijn luchtruim voor Israelische vliegtuigen had opengesteld kwamen vorige week uit Israelische kranten, even later gevolgd door enkele Turkse kranten, mede op basis van interviews met de Turkse minister van defensie, Oltan Sungurlu. Na woedende protesten van Arabische landen en Iran sprak Sungurlu zijn eigen uitspraken tegen. Sungurlu zei twee akkoorden met Israel door elkaar te hebben gehaald.

Ook het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken ontkende deze week dat Israelische vliegtuigen tot het Turkse luchtruim worden toegelaten. Maar gisteren deelde een woordvoerder van het ministerie mee dat dergelijke vluchten wel degelijk plaats hebben, in overeenstemming met een eerder dit jaar getekend militair samenwerkingsakkoord met Israel. Turkse vliegtuigen oefenen in het Israelische luchtruim. Op deze oefenvluchten worden geen bewapening of elektronische waarnemingsapparatuur meegevoerd, aldus de woordvoerder. Bovendien verschaffen de twee landen elkaar geen toegang tot bases.

“Onze overeenkomst omvat geen oogmerken die zijn gericht tegen een derde land”, zo verklaarde de woordvoerder. “Turkije heeft dergelijke akkoorden met meer dan 30 andere landen, met inbegrip van de meeste van zijn NAVO-bondgenoten.”

Hij reageerde daarmee op de aanhoudende kritiek uit het Midden-Oosten - en ook Griekenland - dat Israelische vluchten de regionale veiligheid bedreigen. Iran heeft een bezoekende Turkse regeringsvertegenwoordiger wat dit betreft eerder deze week de les gelezen. Een naaste adviseur van de Egyptische president Mubarak, Osama el-Baz, zei gisteren dat elke Turks-Israelische militaire samenwerking gevaarlijk is, omdat deze zal leiden tot instabilitait en mogelijk zelfs oorlog. Het orgaan van de in Syrië regerende Ba'athpartij stelde dat Turkije opzettelijk nieuwe spanningen in het Midden-Oosten creëert, en sprak van “flagrante agressie”. (AP, Reuter, AFP)