Hogesnelheidslijn (2)

De HSL-reeks in NRC HANDELSBLAD zal inmiddels wel in de tientallen artikelen lopen. En wij, arme lezers, worden maar heen-en-weer geslingerd. Ik pik er zomaar een stuk uit. Het dateert van 3 april en dit keer zijn er weer eens voorstanders van de Groene Hart-variant aan het woord. Op een symposium. Maar vraag niet hoe en vooral niet hoe demagogisch.

NS-topman R. den Besten: “Ik stel vast dat in het buitenland hoge snelheidslijnen er al liggen of anders in ieder geval gebouwd worden”. Inderdaad, in Frankrijk reis je van Parijs naar Lyon met het gangetje van een Formule-1 wagen op het rechte eind. Al jaren. Maar verder? Zo'n uitspraak klinkt bedreigend, maar is niet gemakkelijk te verifiëren. Maar suggestief is hij zeker.

L.A. Geelhoed, secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken: “Een goed railprodukt is een absolute must voor de economische ontsluiting van ons land”. Zitten we economisch dichtgetimmerd? Kunnen we alleen via zandweggetjes de grens over? Bij mijn weten steeg de export vorig jaar weer met een opmerkelijk percentage. Net als de import.

Nog eens Geelhoed: “De hogesnelheidslijn kan alleen met het luchtverkeer concurreren als het geen boemel is met links en rechts stopplaatsen”. Van zo'n uitspraak zou P. Bouw, president-directeur van de KLM het toch benauwd moeten krijgen. Niets is minder waar. En nu komt, waar je toch even stil van wordt: volgens Bouw is de KLM juist gebaat bij de hoge snelheidslijn, omdat zij dan korte, verliesgevende vluchten kan afstoten.

Dit soort boekhoudkundige spierballentaal is, dunkt mij, niet bevorderlijk voor de nachtrust van al diegenen die ergens knus in de polder wonen waar straks de HSL doorheen moet suizen. Want hun bezit is dan de boekhoudkundige kop-van-jut.