De slag om Bosnië

DE MISSIE VAN IFOR in Bosnië is een groot succes. De troepenscheiding tussen de verschillende partijen is geslaagd, de bufferzones zijn in handen van de internationale strijdmacht en de gebiedsruil zoals voorzien in de akkoorden van Dayton heeft zich zonder veel moeilijkheden voltrokken. Wat het militaire deel van de internationale vredesmissie betreft kan aan het tijdstip van vertrek, een jaar na aankomst van de troepen, worden vastgehouden. Er is immers geen duidelijke reden om de aanwezigheid van IFOR te continueren. Amerikanen en Europeanen zijn het daarover eens. Verlengde stationering zou de normalisering eerder afremmen dan bevorderen.

De algemeen aanvaarde notie is dat partijen de verantwoordelijkheid moet worden gegeven voor het verdere handhaven van de vrede. Gezien de loop der gebeurtenissen tot nu toe wordt verwacht dat geen van de partijen de strijd zal hervatten. Maar er is een beslissend 'mits' aan die verwachting verbonden. Slagen de donorlanden er in om het geld nodig voor de aanvang van de wederopbouw van Bosnië tijdig bijeen te brengen? De 250.000 van de fronten terugkerende soldaten en ongeregelde strijders zullen werk moeten vinden en mogelijkheden om een nieuw bestaan te beginnen. Dat vergt grote bedragen, bedragen die het land en de regio zelf niet kunnen opbrengen. DIT WEEKEINDE KOMT in Brussel de tweede donorconferentie voor Bosnië bijeen. Daar zal nog eens 1,2 miljard dollar moeten worden toegezegd, ter aanvulling van de 600 miljoen die in december al beschikbaar was gesteld. In totaal zal volgens de schattingen van de Wereldbank, onder auspiciën waarvan de herbouw zal plaatshebben, 5,1 miljard dollar nodig zijn, te besteden over een periode van drie jaar. De Wereldbank wil bij de uitvoering van het hulpprogramma voorrang geven aan het scheppen van banen.

Samen met Japan zal Europa waarschijnlijk de belangrijkste geldschieter zijn. De handen van president Clinton zijn door het Congres gebonden en de islamitische wereld heeft behoudens enkele uitzonderingen moeite om haar verbale steun aan Bosnië om te zetten in harde valuta. Dat mag geen reden zijn voor eventueel opborrelende Europese reserves. De fundamentalistische ontwikkelingen in het islamistische midden van Bosnië mogen aanleiding tot zorg zijn, ieder alternatief voor een drastische poging tot wederopbouw moet worden afgewezen. Vanaf het begin van de burgeroorlog in 1991 heeft Europa zich het lot van het uiteenvallende Joegoslavië aangetrokken. Daar was alle reden toe, alleen al omdat het om een Europese regio ging en om schendingen van de beginselen waarnaar Europa tracht te leven. Dat er in de afgelopen jaren grove misrekeningen zijn gemaakt is een extra reden nu een meer dan gemiddelde krachtsinspanning te leveren. EEN KRACHTIGE donorpositie zal Europa bovendien troeven in handen geven om de nasleep van al het onrecht dat is gedaan recht te zetten. Europa's vertegenwoordiger Bildt heeft onlangs er zijn ongenoegen over uitgesproken dat van ernstige oorlogsmisdaden verdachte personen als Karadzic en Mladic niet aan het VN-tribunaal in Den Haag zijn uitgeleverd en in het Servische deel van Bosnië ongemoeid hun gang gaan. Het zou een goed ding zijn indien de Europese regeringen hun representant hierin openlijk bijvallen en druk op de republiek van Pale uitoefenen om deze kwestie snel tot een aanvaardbare oplossing te brengen.

De sociaal-economische wederopbouw van Bosnië zal niet voltooid kunnen worden als die niet gelijk op gaat met de invoering van een volwaardige rechtspleging. Europa heeft hier een taak te verrichten. Al was het maar om het ontstaan van een Europees Liberia alsnog te voorkomen.