Belastinggeld banken; Japanse begroting goedgekeurd

TOKIO, 11 APRIL. Het Japanse parlement heeft vandaag na een maandenlange strijd tussen regering en oppositie het gebruik van belastinggeld voor de liquidatie van zeven hypotheekbanken goedgekeurd.

Vannacht bereikten de regeringspartijen en de oppositiepartij Shinshinto een compromis over de begrotingsvoorstellen van de regering dat beiden als een overwinning kunnen zien.

Dankzij de overeenkomst was de stemming over de begroting voor het belastingjaar 1996 in het Lagerhuis vandaag niet meer dan een formaliteit. De regering heeft zich vastgelegd om de overheidsbijdrage aan de liquidatie pas te doen nadat een “liquidatie mechanisme tot stand is gebracht”. Sommige analisten zien dit als een bevriezing van de overheidsbijdrage van 685 miljard yen (ruim 10 miljard gulden) maar premier Ryutaro Hashimoto betwist dit. “Het is niet meer dan vanzelfsprekend dat het parlement eerst de wetgeving over de liquidatie aanneemt en het geld pas daarna wordt besteed”, aldus Hashimoto van de Liberaal Democratische Partij (LDP). De regering wil alle leningen in een nieuw op te richten instantie onder brengen die vergaande juridische bevoegdheden krijgt om zoveel mogelijk van de 'slechte' leningen alsnog te innen.

Beide partijen zijn tevens overeengekomen om een parlementaire commissie in te stellen voor overleg over de huidige problemen van financiële instellingen en discussie over herziening van het financiële systeem. Deze commissie zal zich ook buigen over de vraag of de LDP secretaris-generaal, Koichi Kato, voor het parlement zal moeten getuigen over de vermeende ontvangst van illegale donaties. Kato is een rijzende man binnen de LDP en de oppositiepartij Shinshinto heeft de strijd over de begrotingsvoorstellen tevens gebruikt om Kato's reputatie ter discussie te stellen. Tot dusver heeft de regeringscoalitie de eis van de Shinshinto afgewezen en het is zeer de vraag of Kato werkelijk zal getuigen.

De regering besloot in december om 685 miljard yen aan de liquidatie bij te dragen om vooral schuldeisers van de hypotheekbanken uit de agrarische sector voor faillisementen te behoeden. Van het eerste verlies van 6,3 biljoen yen (100 miljard gulden) in de sanering komt het grootste deel ten laste van de schuldeisende moedermaatschappijen (vooral de grote, landelijke banken en effectenhuizen). De schuldeisers uit de agrarische sector zijn vooral provinciale coöperaties. Hun leden zijn belangrijke kiezers voor de regerende Liberaal Democratische Partij zodat de LDP hun faillisement uit electorale overwegingen niet kan riskeren. Onder het grote publiek kan de regering echter niet op veel sympathie rekenen, de grote meerderheid is tegen de regeringsplannen.

Naast de 685 miljard yen heeft de regering tevens toegezegd 50 procent van toekomstige extra verliezen voor zijn rekening te nemen, zodat de hoeveelheid belastinggeld die werkelijk nodig zal zijn voor de sanering nog niet valt te voorspellen. Naast de hypotheekbanken kampen bovendien ook andere financiële instellingen met grote hoeveelheden oninbare leningen uit de zogenaamde 'luchtbelperiode' van eind jaren tachtig.

    • Hans van der Lugt