Toneelgroep Dood Paard toont de gekozen chaos

'Succes', het nieuwe stuk van Toneelgroep Dood Paard naar een roman van Martin Amis, is een bombardement van beelden. “We overladen het publiek”, zegt acteur Kuno Bakker. “Want de wereld is ook overladen: te veel mensen, beelden, meningen, oorlog.”

Succes is van 10 t/m 13 mei te zien in Lantaarn 2, Rotterdam. Aanvang: 21 uur. Daarna op tournee.

Omstreeks het middaguur ligt Kuno Bakker nog te slapen op de sofa. Ruim een week voor de première van hun voorstelling 'Succes' overnachten de leden van Toneelgroep Dood Paard in het pand van produktiehuis FACT in Rotterdam. Tot zes uur die ochtend zijn er video-opnames gemaakt van de dansende acteurs Bakker en Cillis Biesheuvel, licht regisseur Oscar van Woensel toe. Het solitaire dansen verschijnt tijdens de voorstelling op drie beeldschermen. Het beklemtoont de eenzaamheid die de twee twintigers met hun woordenvloed pogen te maskeren, een idee dat versterkt gaat worden door de vermenging met straatbeelden van een jachtig Londen, waar Dood Paard speciaal enige tijd verbleef.

In de roman Succes (1978) van Martin Amis vertellen twee stiefbroers ieder hun eigen versie van een beslissend jaar uit hun jonge leven. Van Woensel: “Arbeiderskind Terry zit vol zelfhaat, upper-class Gregory is juist arrogant en ijdel. Ze delen een flat, noodgedwongen, maar haten elkaar. Beiden proberen de sympathie van de lezer te winnen.”

Twee vertellers die jongleren met een schijnwereld, dat intrigeerde Van Woensel. “Voortdurend voor de gek worden gehouden dwingt je zelf de waarheid te construeren. Een rechtlijnige anekdote ontbreekt en zo is het leven ook. Toeval bepaalt meer dan de vrije wil. Mensen rommelen maar wat aan. Nee, dat is niet treurig. Ik kan er zonder cynisme om lachen.”

Het verlangen naar jeugd, naar 'geloven dat de wereld plat is', is een ander belangrijk facet in de voorstelling. “Kinderen kunnen doelbewust zinloos spelen, en vergeten dat er om zes uur wordt gegeten”, zegt Van Woensel. “Volwassenen moeten overal zin aan geven. Het terugblikken van de broers zegt veel over hun eigen wereld. Vooral Gregory warmt zich aan de vergane glorie van zijn jeugd als potige atleet. Het pijnlijke is dat hij zijn zusje Ursula misbruikt heeft en dat wegmoffelt. Over de nu 19-jarige Ursula zegt Terry dat die leeftijd de hel is. En: het is niet succes maar jeugd waar we naar verlangen.”

De drie videomonitoren zorgen voor een bombardement van beelden. “We overladen het publiek”, zegt de inmiddels wakker geworden Kuno Bakker. “Want de wereld is ook overladen: te veel mensen, beelden, meningen, oorlog.” Waarom de chaos op het toneel overdoen? Bakker: “Om te laten zien hoe lelijk de dingen werkelijk zijn, zonder saus van positivisme. Gewoon pijn naast liefde plaatsen.” Van Woensel: “Wij tonen een gekozen chaos. Door niet stap voor stap een verhaaltje af te werken, maar het toneel vol te plempen, noop je het publiek tot nadenken en kiezen. De media buiten noodzaakt mij ook tot selecteren. Ik word bijvoorbeeld gestoord van al die reclame.”

Eerder speelde Dood Paard al het korte verhaal 'De onsterfelijken' van Martin Amis. Het is zijn taal en thematiek die Van Woensel aanspreekt. “Zo komisch. Hij maakt het leven net iets vernederender en uitzichtlozer. Toch herken ik het als hij zegt dat één op de zes burgers gestoord is. Zoals ik me ook kan voorstellen dat je naar de klote gaat bij gebrek aan menselijke warmte en contact, omdat je eet en geld trekt uit de muur. Londen is al zo, vreselijk, maar in Nederland kan het ook gebeuren.”

De superieur raillerende stijl van Amis, kunstmatig en grotesk, spreekt tot de verbeelding. Bakker: “Amis' ironie is onvoorspelbaar en vals. In een lange monoloog vertelt Gregory over een aanvankelijk doorsnee vrijpartij. Het loopt erop uit dat hij '25 minuten in haar aars baggert, zijn bed eruit ziet als een slagersschort en hij zich leeggutst in haar hete moes'. Dat is banaal, ja, maar de verraderlijkheid is hartstikke leuk. Niet met een bevrijdende lach, eerder met een hand voor je mond. Amis sleurt je mee en daar krijg je spijt van.”

Repeteren in traditionele zin doen ze nauwelijks. Liever discussiëren ze. “Het is eerlijker, spannender en zinvoller om op het toneel te worstelen, dan dertig keer je theatrale oplossingen te laten zien,” vat Bakker hun aan Maatschappij Discordia verwant credo samen. “Wat is er eerlijk aan het opzeggen van een uit je hoofd geleerde tekst? Tja. Weet ik niet.”

Voor deze jonge theatermakers houdt succes vooral erkenning in, en dat staat weer gelijk aan subsidie. Na de werkplaatsen en FACT zit een gat. “Volgend jaar is er geen Dood Paard meer, geen voorstellingen.” De twintigduizend gulden van de gemeente Amsterdam beschouwen ze als een 'goedbedoelde farce'.

Maar waarom moet er zo nodig (meer) geld naar Dood Paard? Bakker haalt zijn schouders op en staart naar buiten. Van Woensel peinst lang, zegt dan kalm: “Aan een jonge, vaste groep die een lijn uitzet met kleinschalig repertoire, die weer andere jonge theatermakers bindt, zelf schrijft en anderen laat schrijven, is kennelijk geen behoefte.” De toch al flauw klinkende afscheidsgroet, 'succes', blijft hierna akelig in de lucht hangen.