'Rusland moet geroofde kunst vrijgeven'

'Russisch imperialisme' - zo beschrijft de Generaldirektor van de Berlijnse staatsmusea de oncoöperatieve houding van de Russen inzake teruggave van in de Tweede Wereldoorlog geroofde kunst. Morgen gaat in Berlijn een tentoonstelling open over Schliemanns opgravingen in Troje. Het pronkstuk, het Goud van Priamos, bevindt zich in Moskou, en wordt vanaf 16 april in het Poesjkin Museum tentoongesteld.

Das Gold des Priamos. Vanaf 11 april in Schloss Charlottenburg, Langshansbau, 14059 Berlijn. Een artikel over deze tentoonstelling staat aanstaande vrijdag in het Cultureel Supplement. Vanaf 16 april is een tentoonstelling met het echte Goud van Priamos te zien in het Poesjkin-Museum in Moskou. Inl. 007095-203-6974.

BERLIJN, 10 APRIL. Wolf-Dieter Dube is eigenlijk optimistisch, al schat hij de kans dat Rusland snel zal overgaan tot teruggave van de kunstschatten die het Rode Leger na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland heeft geroofd, klein in. Als algemeen directeur van alle staatsmusea in Berlijn is hij betrokken bij de onderhandelingen tussen Duitsland en Rusland inzake de teruggave van 'Trofeeënkunst'.

Dube is er stellig van overtuigd dat bijvoorbeeld het Goud van Troje, dat in 1945 door de Sovjets uit Berlijn is meegenomen naar Moskou en sindsdien in het Poesjkin-museum ligt, naar Duitsland terug zal keren. “De Russen zullen hun weigerachtige, non-coöperatieve politiek wel moeten verlaten. De Bondsrepubliek Duitsland is op het moment de grootste kredietverschaffer aan Rusland. Elk jaar verstrekken wij miljarden aan leningen. Er komt een moment,” voorspelt Dube, “dat Rusland zijn schulden niet meer af kan betalen met geld. En daar moet dan een ander gebaar van hun zijde tegenover staan.”

De afgelopen jaren heeft Dube het standpunt aan Russische zijde over het probleem van de teruggave van oorlogskunst zien verharden. De beloftes die de Russische minister van Cultuur Jevgeni Sidorov nog in 1992 en 1993 deed om kunst aan Duitsland terug te geven, zijn nooit nagekomen. 'Rusland is niemand iets schuldig. Wij hebben al genoeg in de oorlog geleden', is een motto dat steeds vaker opduikt in Russische kranten en tijdschriften, en ook in het Russische parlement. “Irina Antonova, directrice van het Poesjkin-museum in Moskou, heeft onlangs nog beweerd dat alle kunstvoorwerpen die de voormalige Sovjet-Unie in de jaren vijftig aan de bevriende DDR heeft teruggegeven, terug moeten naar Rusland. Deze teruggave zou volgens haar onrechtmatig zijn geweest.” Dube lacht er schamper om.

Het werk van de Duits-Russische commissie die drie jaar geleden de opdracht kreeg de uit Duitsland gestolen kunstvoorwerpen in de geheime depots in Rusland te inventariseren is sinds vorig jaar geblokkeerd, zegt Dube. “We krijgen niets meer te zien. In maart vorig jaar zijn we voor het laatst in Sint Petersburg geweest.” Hij weet geen ander woord voor de Russische houding van de afgelopen twee, drie jaar: 'imperialisme'.

Sinds de vereniging van Oost- en West-Berlijn is het pas mogelijk om alle oorlogsverliezen van alle Berlijnse staatsmusea te inventariseren. Vorig jaar is onder supervisie van Dube de eerste uitgave verschenen van wat in totaal zo'n dertig banden moet gaan omvatten met lijsten en afbeeldingen van vermiste schilderijen, tekeningen, sculpturen, porselein, keramiek en archeologische vondsten. In de inleiding tot deze eerste uitgave verwijst Dube naar de internationale verdragen die de Russische Federatie in 1992 met de Bondsrepubliek heeft afgesloten en die in 1993 nog eens bekrachtigd zijn op een bilaterale conferentie in Dresden. Volgens artikel 15 van dit verdrag zijn de onderhandelingspartners toen overeengekomen om 'verdwenen of onrechtmatig verplaatste cultuurgoederen die zich op hun grondgebied bevinden, terug te geven aan de rechtmatige eigenaars of de erven daarvan.'

Niets van deze oorlogsverliezen is tot op heden teruggekeerd, het meeste wordt nog steeds verborgen gehouden. “Er bestaat geen enkel excuus voor het feit dat Rusland vandaag de dag nog steeds geheime depots bezit. De wereld wéét dat er nog honderdduizenden voorwerpen in die depots verborgen liggen. Men hoeft ze dus niet meer te verstoppen. Waarom doet men het dan? Ik vind het onbegrijpelijk. Tachtig procent van de verzameling van ons museum voor Oost-Aziatische kunst ligt helemaal compleet opgeslagen in depots in Sint Petersburg, precies zoals het daar in 1945 is aangekomen. We weten dat de Hermitage geen geld heeft om die schilderingen en het porselein te restaureren of conserveren. Nog dertig jaar zo verder, en het Russische standpunt is werkelijk fataal geworden. Dan is die kunst definitief verloren gegaan.”

    • Lucette ter Borg