Politicus Dini let niet meer op het geld

ROME, 10 APRIL. Toen de Italiaanse premier Lamberto Dini vorig jaar de steun vroeg van links, schreef de communistische krant Il manifesto met nauwelijks verholen afkeer: “We moeten de pad kussen.”

Een paar maanden daarvoor hadden de linkse partijen en de vakbonden Dini nog de oorlog verklaard. Die was toen minister van schatkist in het kabinet van mediamagnaat Silvio Berlusconi. Trouw aan zijn reputatie vond de voormalig topman van de Italiaanse centrale bank indertijd dat niet teveel rekening gehouden kon worden met de sociale gevolgen van de voorgestelde pensioenhervorming.

Dini was niet zo gelukkig met zijn bijnaam, maar wel met de steun van links, en schoof als premier flink op richting centrum. Met de kus van links was de 'pad' veranderd in de 'prins' die het rechtse blok van Berlusconi uit de regeringsbanken kon houden. De strenge bankier werd de toegevende onderhandelaar die de vakbonden min of meer de pensioenhervorming liet schrijven.

Heel het afgelopen jaar heeft Dini de rol van technicus gespeeld die de Italiaanse overheidsfinanciën op orde zou brengen. Vorige maand heeft hij een nieuwe gedaanteverwisseling ondergaan. Dini is een politicus geworden die royaal uitdeelt en een aantal forse rekeningen nog even voor zich houdt. Daarmee laadt hij het verwijt op zich dat hij, aan de vooravond van de verkiezingen van 21 april, de financiële belangen van Italië ondergeschikt maakt aan zijn persoonlijke politieke belangen.

De pensioentrekkers krijgen na jaren wachten ineens het achterstallige geld dat ze tegoed hebben. Een plan voor pensioenheffing voor zelfstandigen is doorgeschoven tot na de verkiezingen. De aangekondigde tariefsverhoging van onder andere gas, licht en autostrada is uitgesteld. Een aantal ambtenaren krijgt plotseling de looncorrectie waarom ze al heel lang vragen.

Het financiële weekblad Il Mondo heeft voorgerekend dat deze en andere maatregelen die het kabinet sinds het begin van het jaar heeft genomen, de staat tot 1999 voor 44 biljoen lire, ruim 45 miljard gulden, verder in het rood drijven. Dat is bijna net zoveel als de vijftig biljoen lire die premier Giulio Andreotti vlak voor de verkiezingen van 1992 spendeerde. Alleen was toen het crisisgevoel minder sterk. Bovendien heeft Andreotti nooit geclaimd dat hij het Italiaanse huishoudboekje op orde zou brengen.

Zelfs Romano Prodi, de kandidaat-premier van de linkse Olijf-alliantie, sputtert tegen. Dini is zijn bondgenoot tegen Berlusconi, maar volgens Prodi is het kabinet ineens wel erg actief met uitgeven. “Hoe minder maatregelen hoe beter,” vermaande Prodi.

Rechts wond er minder doekjes om. Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, zei dat Dini probeert stemmen te kopen. “Het kabinet vertoont een ijver in het aannemen van maatregelen die het al de afgelopen maanden niet heeft gehad,” zei Fini. “De verdenking dat dit maatregelen zijn om consensus te kopen is meer dan legitiem.”

We moeten positief blijven denken, was het antwoord van Dini. Berichten in de Italiaanse pers dat al deze maatregelen eens te minder op zijn plaats zijn omdat het begrotingstekort groter is dan geraamd, noemde hij vorige week “negatief en verkeerd”. Gisteren corrigeerde hij zichzelf. Er is vrijwel zeker een voorjaarsoperatie nodig, van rond de tien miljard gulden, maar volgens Dini kan daarmee beter worden gewacht tot mei.

Dini vecht voor zijn politieke toekomst. Hij had zich zijn metamorfose van technicus in politicus anders voorgesteld toen hij de oprichting van zijn partij 'Italiaanse vernieuwing-Lijst Dini' bekendmaakte. Aanvankelijk zei hij dat hij zich tussen links en rechts zou opstellen, later verbond hij zich aan de Olijf-alliantie. Hij suggereerde dat ook hij een kandidaat-premier was, maar stelde zijn ambities vorige week bij naar het voorzitterschap van een van de kamers in het parlement. Dini suggereerde dat Antonio Di Pietro, de gangmaker achter de smeergeld-onderzoeken, sympathie voor hem had, maar moet constateren dat deze geen partij wil kiezen. Toen hij begon hoopten zijn medestanders op acht tot tien procent, nu moet Dini volgens opiniepeilingen zijn uiterste best doen om boven de drempel van vier procent te komen.

De politieke gok van Dini dreigt verkeerd uit te pakken. Hij heeft niet goed weten uit te leggen waarom hij zo nodig een eigen partij moest oprichten, een partij die uit weinig meer lijkt te bestaan dan zijn zeer actieve vrouw, een aantal ministers en een handvol vertrouwelingen uit zijn geboortestad Florence. Hij heeft de verdenking van vriendjespolitiek op zich geladen door speciale tv-rechten te verlenen aan de beginnende mediamagnaat Vittorio Cecchi Gori, een politieke en persoonlijke vriend uit Florence. En sommige linkse kiezers hebben moeite in Dini te geloven. “De wijn van links is al erg verwaterd, en het gevaar bestaat dat Dini haar zuur maakt,” schreef Il Manifesto.

Toch blijft rechts Dini vrezen. Als hij zelfs maar een paar procent uit het rechtse blok weet los te weken, kan dat de nederlaag betekenen voor Berlusconi cum suis. Berlusconi klaagt dat Dini als een scheidsrechter is die ineens met de andere kant begint mee te spelen. Vroeger noemde hij Dini nog wel liefkozend “het lelijke eendje”. Nu zegt Berlusconi dat hij hem nooit van de Italiaanse bank de politiek in had moeten halen. “Ik heb hem uitgevonden, en het is de slechtste uitvinding van mijn leven.”

Dini grijpt iedere kans aan om erop te wijzen dat het primaire overschot (zonder de rentebetalingen) van de staat aan het stijgen is. De betalingsbalans blijft een overschot vertonen, vorig jaar 45 miljard gulden. De inflatie vertoont een dalende lijn. De lire is rijp voor terugkeer in het Europese muntstelsel, zei Dini gisteren, goed wetend dat de centrale bank het daarvoor nog veel te vroeg vindt. Het was een nieuwe campagne-slogan. Met dergelijke uitspraken en met zijn plotselinge politieke uitgavenexplosie dreigt Dini het krediet te verspelen dat hij als premier heeft opgebouwd.

    • Marc Leijendekker