Overheid China zwijgt weer over rechten vrouw

SHANGHAI/PEKING, 10 APRIL. Als de verbetering van de positie van de vrouw in China kan worden afgelezen aan het tempo waarin het hoofdkantoor van de Chinese Vrouwenfederatie wordt gebouwd, dan is het er treurig mee gesteld.

Ruim een half jaar na afloop van de internationale vrouwenconferentie van de Verenigde Naties in Peking is het 'Women Activity Center', een groot gebouw aan de Avenue van de Eeuwige Vrede in Peking, nog altijd niet af. Al vanaf de zomer, net voor het begin van de conferentie, is de voorgevel gereed en wordt de indruk gewekt dat het in het gebouw bruist van de activiteiten maar aan de achterkant blijkt dat het centrum leeg staat. Ramen ontbreken.

De afgelopen weken lijkt een einde gekomen te zijn aan de eindeloze stroom positief gestemde artikelen in de Chinese media waar vrijwel zonder uitzondering in werd gesteld dat vrouwen op alle fronten vooruitgang hebben geboekt. Een enkele kritische Chinese deelnemer wilde afgelopen zomer, toen begrijpelijkerwijs de aandacht voor vrouwenproblematiek uitzonderlijk groot was, nog wel eens opmerken dat het hem of haar nog nooit was opgevallen dat de Chinese overheid zich ooit te voren zo had bekommerd om vrouwenrechten. En of die bekommering oprecht was of niet, het feit dat er zoveel aandacht aan werd besteed, was nooit weg, zo meenden velen.

Maar inmiddels is het enthousiasme verstomd. Aan de mediahausse kwam enkele weken na afloop van de conferentie van de VN al een einde, en over vrouwenrechten werd, evenals daarvoor, weinig meer gepraat. Nu, zes maanden later, wagen enkele Chinese deelnemers aan de conferentie of anderszins betrokken personen kritiek te leveren.

“Als je een vrouw bent en je wilt voor de overheid gaan werken, ga er dan maar van uit nooit te trouwen. En als je al getrouwd mocht zijn, neem geen kind. Houd je je hier niet aan, dan kun je het wel schudden en vind je nooit een baan bij de overheid”, schreef afgelopen week een journalist spottend in de Chinese krant Southern Weekend. De auteur van het artikel sprak schande van het feit dat van de 42 overheidsinstanties die vorige maand hebben deelgenomen aan een banenmarkt in Peking, 27 instellingen zich openlijk hebben uitgesproken tegen het in dienst nemen van vrouwen.

De redenen die de betrokken instanties daartoe hebben opgegeven, klinken activisten voor de rechten van de vrouw ongetwijfeld vertrouwd in de oren: vrouwen willen kinderen en dat beïnvloedt het werk nadelig, vrouwen zijn niet in staat tot fysieke arbeid, en minder voor de hand liggend, vrouwen kunnen geen zaken doen want “buiten de veilige muren van het hoofdkantoor lopen vrouwen voortdurend gevaar door mannen lastig gevallen te worden”.

Een juriste, die al twee jaar werkloos is omdat zij overal zou worden afgekeurd op grond van haar sekse, koestert na een bezoek aan de banenmarkt geen enkele hoop meer. “Als de overheid er dergelijke gedachten op na houdt, wat kun je dan verwachten van de gemiddelde Chinees?”, wordt zij in het artikel geciteerd.

Toch zijn het momenteel juist privé-initiatieven die de aandacht trekken. Lichtend voorbeeld is volgens een aantal Chinese kranten het eind januari geopende centrum voor de bescherming van vrouwen en kinderen in Shanghai. Het centrum, het eerste 'Blijf-van-mijn-lijf-huis' in China, is een privé-initiatief van de 43-jarige zakenman, Zhang Zhiqin, die zich zegt te bekommeren om “het lot van vrouwen”. Zhang, eigenaar van een voedsel- en transportbedrijf, heeft een klein gebouw op zijn bedrijfsterrein afgestaan aan het centrum en bekostigt de lonen van de twaalf werknemers.

Het initiatief dient volgens Zhang twee doelen. In de eerste plaats moet het vrouwen uit Shanghai, die het slachtoffer zijn van mishandeling, bescherming en uitkomst bieden en in de tweede plaats wil hij er werkgelegenheid mee creëren. “Ik heb mijn idee afgekeken van de Verenigde Staten waar vrouwen die dezelfde problemen hebben, worden opgevangen in speciale centra. Bovendien is in China grote behoefte aan dit soort opvangcentra want tweederde van de in Shanghai door vrouwen gepleegde zelfmoorden wordt veroorzaakt door mishandeling binnen het huwelijk”, zegt Zhang.

Gao Shenrun, de directrice van het centrum, hoedt zich te zeggen dat vrouwenrechten in China onvoldoende worden gerespecteerd. “Er is sinds de vrouwenconferentie zoveel verbeterd”, zegt ze onzeker. “Maar privé-initiatieven zijn een noodzakelijke aanvulling op hetgeen er al is.” Gao, die spreekt vanuit haar kantoor in het opvangcentrum, vier sobere kamers boven een restaurant, wijt problemen op het gebied van vrouwenrechten niet aan het politiek beleid van de Chinese regering, maar aan de erfenis van China's lange verleden. “In de afgelopen tweeduizend jaar is in China een machogedrag ontstaan dat door de huidige economische veranderingen nog eens een keer wordt versterkt. Want het zijn vooral vrouwen die het slachtoffer worden van huidige verschijnselen als inkomensongelijkheid en werkoosheid.” Volgens Gao moeten Chinese mannen “leren omgaan met vrouwen.” “Als je voortdurend je vrouw slaat, heeft dat invloed op je kind”, zegt Gao. “Vooral jongetjes zullen denken dat het normaal is.”

In de drie maanden dat het Shanghainese 'Blijf-van-mijn-lijf-huis' bestaat, heeft het vijftien vrouwen en kinderen opgevangen en ongeveer driehonderd telefoontjes beantwoord. “Dat is niet veel”, zegt Gao, “maar veel vrouwen weten ons nog niet te vinden”. Pas als de officiële Chinese vrouwenfederatie van Shanghai doorverwijst, mag Gao de vrouwen onderdak bieden, en dat gebeurt tot dusver niet vaak.

Toch vind Gao het feit dat vrouwen het lef hebben hulp te zoeken opmerkelijk. “Vroeger werd alles binnenskamers opgelost, maar dankzij de vrouwenconferentie kennen veel vrouwen inmiddels hun rechten en gaan zij ook buitenshuis op zoek naar oplossingen. Het zelfbewustzijn van Chinese vrouwen is toegenomen.”

“We proberen te bemiddelen in het huwelijk en te redden wat er te redden valt. Maar als het hopeloos is dan bieden we de betrokken vrouwen bescherming - er zijn hier zes veiligheidsbeambten die daar op toezien - en helpen bij een scheiding.” Voor vier gulden per dag kunnen de mishandelde vrouwen terecht in één van de slaapzaaltjes. “We willen de vrouwen met elkaar in contact brengen, daarom delen zij de kamers”, zegt Gao.

Eén van de medewerkers, een dertigjarige vrouw die telefonische vragen beantwoordt, is razend enthousiast over haar werk in het opvanghuis. “We helpen mensen, ik heb een interessante baan, en ik ben een stuk vriendelijker geworden tegen mijn echtgenoot, want hier heb ik mij pas gerealiseerd hoe goed hij eigenlijk voor mij is.”