'Nou, het lukte, maar vraag niet hoe: héél rustig'

Kopers van zeventien nieuwe woningen aan het mr. J.H. de Pontplein in Tilburg kunnen met hun auto's de onder de huizen gelegen garages niet in. De hellingen zijn te steil.

TILBURG, 10 APRIL. De bouwvakkers hadden toekomstig bewoner J. Willems er meer dan eens op gewezen. De stenen afrit die de openbare weg met zijn garage verbindt was in hun ogen uitzonderlijk steil. Maar de trotse eigenaar had zich geen zorgen gemaakt. W. Bruin van het architectenbureau Neutelings had hem en de andere kopers immers verzekerd dat er niets aan de hand was. Alles klopte volgens de computertekeningen.

Bij de oplevering van de woningen, ruim drie weken geleden, kreeg Willems argwaan. Toen de garages aan bod kwamen zei de vertegenwoordiger van de ontwikkelaar, het Bouwfonds Woningbouw uit Eindhoven, iets in de trant van: “Gebruik die nog maar niet, want er ligt nog een hoop zand op de afrit. Ik zou dat maar niet wagen.” Willems, zijn partner A. Hessels, en enige andere bewoners keken elkaar geschrokken aan. “De medewerker van het bouwfonds was nog niet vertrokken of onze mannen stapten in hun auto's voor een proef”, herinnert Hessels zich. “Onze buurman had een trekhaak, die was meteen kansloos. Zijn wagen raakte bij een knikje de grond en kwam tot stilstand.”

“Iemand met een Alfa Romeo”, vult Willems aan, “durfde het niet eens. Die had al lang gezien dat bij de afdaling eerst zijn chassis zou worden beschadigd en onderaan bij de garagedeur de neus van zijn auto. Ik probeerde het met mijn Peugeot. Achteruit, nadat ik de hele auto had leeggehaald. Enkele mensen keken gespannen toe. Nou, het lukte, maar vraag niet hoe. Héél langzaam. Bijremmen, bijremmen en ik bleef met de onderkant maar een millimeter van de stenen verwijderd. Toen ik terug naar boven reed, ging die auto hevig loeien, zoveel gas moest ik geven.”

“Doodzonde hè.” Willems en Hessels zeggen het bijna in koor. Het koppel heeft ruim drie ton neergeteld voor het huis in de Thomas de Beer-Driehoek, vlakbij het Wilhelminapark in de Tilburgse binnenstad. “Hartstikke tevreden” zijn ze verder over hun pand op het terrein van de in 1978 afgebrande wolfabriek, waar voorts het museum De Pont, een groep aanleunwoningen en hun rij portiekhuizen staan.

De laatste, ontworpen door architect Willem-Jan Neutelings, zijn gekromd en hebben driehoekige dakpunten. Daken en bovenverdiepingen zijn bekleed met een blinkend, geribbeld staalplaat en zien eruit als lessenaars. Van verre lijken de 'dwarskappers' of sheddakwoningen met veel glas en hout op een fabriek, hetgeen ook de bedoeling was.

“Het komt allemaal goed, met die garage”, voorspelt Willems. “Na overleg met de Vereniging Eigen Huis heeft onze kopersvereniging de fout laten opnemen in het proces-verbaal van de oplevering. Het bouwfonds gaat binnenkort met het architectenbureau, aannemer Van der Weegen en de gemeente praten om een oplossing te zoeken.” Voorlopig weigeren bouwfonds en architect commentaar.

Willems staat op, pakt een duimstok en loopt naar buiten, naar de beruchte afrit. Hij meet de afstand van de openbare weg naar de garagedeur. Die bedraagt 6.20 meter, het hoogteverschil is 1.37 meter. “Het stijgingspercentage is 22”, roept hij. Verderop slepen verhuizende buurtgenoten met meubels en ander huisgoed.

“Het zou heel mooi zijn als dat percentage naar achttien omlaag kon”, vervolgt Willems. “Dat is mogelijk, als de gemeente een aangrenzende strook grond met een breedte van ten minste anderhalve meter beschikbaar stelt. Die moet dan deels worden afgegraven.” In het stadhuis reageert men terughoudend. “Afgraven?”, zegt een ambtenaar van de afdeling vergunningen. “Ik weet niet of dat lukt op die weg. De vraag is of dat mag met het oog op de leidingen van de Nuts-bedrijven, die vijftig à zestig centimeter diep liggen.” Hij kent het stijgingspercentage dat bij parkeergarages, op- en afritten en viaducten geldt: “Het verdient aanbeveling, zo staat in de Nederlandse Praktijk Richtlijnen - de NPR 2443 - daar de helling te beperken tot vijftien procent.” “Maar”, laat hij daar op volgen, “die percentages staan niet vermeld in bouwbesluiten of bouwverordeningen bij privé-garages. Die vallen niet onder onze toetsing.”

Willems en zijn partner Hessels weten één ding zeker: de toegang naar hun keldergarage moet verbeterd en de verkoper, het bouwfonds, dient daar zorg voor te dragen. “De auto moet naar binnen kunnen”, vindt Hessels. “We hebben bewust voor die garage gekozen. Ook uit veiligheid, vergeet niet dat hier vlakbij een opvangcentrum voor drugsverslaafden is.” “Stel dat je je huis eens verkoopt', vult Willems aan. “Je kunt dan toch niet iets zeggen van: er is een garage bij, maar die kun je niet gebruiken?”

    • Guido de Vries