'Komende week is hier hooguit één vechtpartij'

Dave Livingston (33) maakt al zes jaar deel uit van het Nederlands ijshockeyteam. De routinier van Amerikaanse afkomst begint vandaag in Eindhoven met de nationale ploeg aan het WK voor B-landen.

EINDHOVEN, 10 APRIL. Tijdens de training valt hij op door een niet aflatende ijver. Dave Livingston schaatst het vuur uit de ijzers. De stick voortdurend in de aanslag, de puck constant in het vizier. De verbeten blik spreekt boekdelen. “IJshockey is mijn vak. Presteren hoort daarbij. Wedstrijd of geen wedstrijd.”

Livingston (33) gaat door het leven als de nieuwe leider van het Nederlands ijshockeyteam. Waar oudgedienden als Tony Collard en Ron Berteling enkele jaren geleden een voor een afhaakten, bleef de genaturaliseerde Amerikaan de nationale ploeg trouw. “Leider vind ik een groot woord. Laat ik zeggen dat ik als een van de ouderen mijn verantwoordelijkheden heb en die daarom ook draag”, aldus de 52-voudig international.

Bondscoach Doug Mason prijst zich gelukkig met een gelouterde prof als Livingston in de gelederen. “Hij is dag in, dag uit met ijshockey bezig. En ook al heeft Dave een mindere dag, een coach kan altijd op hem rekenen. Het is iemand die desnoods puur op karakter de ploeg op sleeptouw neemt.”

Types als Livingston heeft het nationale team dezer dagen hard nodig. De selectie van Mason en assistent Berteling begint vandaag in Eindhoven aan het WK voor B-landen. Voor optimisme lijkt opnieuw weinig reden. De afgelopen maanden krabbelde de ploeg van nederlaag naar nederlaag. De laatste overwinning dateert van een jaar geleden. In de afsluitende speelronde van het WK voor B-landen won de ploeg toen met 3-2 van Denemarken, vandaag de eerste tegenstander op de overdekte schaatsovaal aan de Antoon Coolenlaan.

De negatieve prestatiecurve moet een hard gelag zijn voor Livingston, de schutter met de veelgeprezen winnaarsmentaliteit. Het tegendeel blijkt waar. “Spelen voor Nederland beschouw ik als een genot. Not special, but exciting. Dit team heeft potentie. De uitslagen vertekenen de werkelijkheid.”

Om zijn bewering te staven, verwijst Livingston naar de gewijzigde internationale verhoudingen. Door de opdeling van Oost-Europa is de concurrentie toegenomen. Bovendien heeft het internationale ijshockey volgens de aanvaller de laatste jaren een evolutie doorgemaakt, vooral in speltechnisch opzicht. Iedere herinnering aan de dagen dat het Nederlandse ijshockeyteam uitkwam in de A-poule en deelnam aan de Olympische Winterspelen (1980) noemt Livingston daarom onzinnig. “Het niveau van het team van toen stelt niets voor in vergelijking met dat van ons.”

Het aanhoudende negativisme van vooral de Nederlandse pers is Livingston onderhand beu. “De camera's hebben alleen maar oog voor incidenten. De komende tien dagen zal zich hier hooguit één vechtpartij voordoen. Aan gedegen verslaggeving, met oog voor het spel en ontwikkelingen op langere termijn, ontbreekt het in Nederland.”

Tien jaar geleden verruilde Livingston zijn geboorteplaats Boston voor een profbestaan in Eindhoven. Wat begon als een kortstondig avontuur, lijkt inmiddels op een permanent verblijf. “Het was niet de bedoeling dat ik mij hier blijvend zou vestigen. But things come as they go. Nederland is mijn tweede huis geworden.”

Na twee seizoenen de kleuren van de Kemphanen te hebben verdedigd, volgden evenzovele dienstjaren bij Den Bosch. Vervolgens lijfde de Tilburg Trappers hem in. Afgelopen zomer kwam na zes seizoenen een einde aan het dienstverband met de club waar de aanvaller uitgroeide tot een van de steunpilaren.

Zijn vertrek stond los van de zogenaamde 'nuloptie', het vorig jaar afgekondigde verbod van de Nederlandse ijshockeybond om spelers nog langer te betalen. “Ik beschikte over een doorlopend contract, maar was toe aan een nieuwe uitdaging. Hier in Nederland werd ik een beetje lui.”

Livingston beproefde zijn geluk bij het Zweedse Sundsvall, een club uit de één na hoogste divisie. “Een wereld van verschil met de Nederlandse competitie. Meer spelers, meer concurrentie en dus een hoger niveau. Ik mag dan 33 zijn, het afgelopen seizoen was niet toevallig het beste uit mijn carrière.”

    • Mark Hoogstad