Bosnische Serviërs alsnog naar Brussel

SARAJEVO, 10 APRIL. De Bosnische Serviërs mogen alsnog deelnemen aan de donorconferentie voor de wederopbouw van Bosnië, vrijdag en zaterdag in Brussel. Dat is vandaag in Sarajevo bekendgemaakt door Carl Bildt, de 'vredescoördinator' voor de wederopbouw.

De Serviërs, zo oordeelde Bildt, hebben alsnog voldaan aan de voorwaarde voor deelname, door gisteren drie moslim-krijgsgevangenen vrij te laten en de dossiers van de gevangenen die ze nog vasthouden omdat ze van oorlogsmisdaden worden verdacht, aan het Internationale Rode Kruis te overhandigen. Aanvankelijk waren de Serviërs van deelname uitgesloten, omdat ze drie niet van oorlogsmisdaden verdachte gevangenen vasthielden.

In Brussel hoopt Bildt donorlanden tot financiële toezeggingen voor de wederopbouw van Bosnië te brengen. Het gaat daarbij - zo wordt gehoopt - om een bedrag van ten minste 1,2 miljard dollar. Als de Serviërs niet naar Brussel zouden zijn gekomen, zouden ze er hun aanspraken op geld voor de wederopbouw niet hebben kunnen indienen. De internationale gemeenschap hoopte dat de Serviërs er in Brussel bij zouden zijn, ervan uitgaand dat de vrede in Bosnië is gediend met een evenwichtige verdeling van de gelden voor de wederopbouw. Vandaag komen ministers uit zeventien islamitische landen in Sarajevo bijeen om hun bijdrage aan de wederopbouw van Bosnië te bespreken.

De Serviërs en de twee andere oorlogspartijen, de Bosnische Kroaten en de Bosnische regering, hadden uiterlijk eind vorige week al hun krijgsgevangenen moeten vrijlaten, op de verdachten van oorlogsmisdaden na; de verdenking tegen die gevangenen moest worden gemotiveerd in dossiers die het Rode Kruis moesten zijn overhandigd. De Bosnische regering en de Kroaten voldeden op tijd aan deze voorwaarden. De Serviërs deden dat pas gisteren - veel te laat.

Ze houden nu nog zestien gevangenen vast. Zij worden beschuldigd van oorlogsmisdaden. De dossiers van alle verdachten van oorlogsmisdaden die door de partijen in Bosnië nog worden vastgehouden, gaan via het Rode Kruis naar het internationale tribunaal in Den Haag. (Reuter, AFP, AP)