Zapman

De beste manier om een spannend verhaal te vertellen, is eind vorige eeuw uitgevonden door sir Arthur Conan Doyle.

Je laat twee mannen aan het woord. Eén met een scherpe geest, maar zonder kraak of smaak, en één die niet al te snugger is, maar met een gemoed dat snel volschiet. De een noem je Sherlock Holmes en de ander doctor Watson. Als je zo'n duo aan het woord laat, kan zelfs het rondjes draaien van racewagens spannend worden. Met dat idee in het achterhoofd moet de BBC bij Formule I-wedstrijden Murray Walker en Jonathan Palmer achter de microfoon hebben gezet. De een is een oud-coureur, goed geïnformeerd, maar saai. De ander slaat in zijn geestdrift regelmatig de plank mis. Op de achtergrond het doordringende gehuil van motoren. Nooit vallen beide commentatoren elkaar in de rede. En nooit zijn ze het met elkaar eens. Schakel voor de eerstvolgende race over op BBC en vind zelf uit wie van de twee Watson is en wie Holmes.

“And for the next 2 hours you will witness 22 drivers on the narrow line between staying on the track at maximum speed and flying off it.” Dat is doctor Watson. Bij hem zit ik eigenlijk meer te luisteren dan dat ik op voorbijrazende bolides let. Sherlock Holmes is weer goed in uitleggen hoe de aerodynamica de wagens zo hard op de weg drukt, dat ze in theorie ondersteboven tegen een plafond zouden kunnen rijden. Wat Holmes zegt kan ik goed onthouden, niet de manier waarop. Behalve die ene keer dat de emoties hem te machtig werden. Gisteren, tijdens de GP van Argentinië. Wat Holmes toen zei, is mij letterlijk bijgebleven. “That really is a heroic performance by the Dutchman Jos Verstappen! He is certainly one of the stars of the future!”

Een Nederlands coureur. Eindelijk hebben we er weer een held bij. Hoe lang hebben we daar op moeten wachten? Zou Nederland een moeilijk land zijn voor helden? Ja en nee.

Een land van ja en nee. Niet van Holmes en Watson, maar van Zwijggeld en Openhartigheid, van Moet-Kunnen en Dat-Hou-Je-Toch. Waar een hoog percentage mannen ervan overtuigd is dat het beter zou zijn als zij minister-president waren geworden. Maar ze weten niet met de vuist op tafel te slaan. Of het moet bij een van die gelegenheden zijn waar boude uitspraken weinig consequenties hebben. Op verjaardagen, aan cafétafels en in vergaderruimten.

Een held ligt als een onwillige steen temidden van die vrijblijvendheid. Dat-Hou-Je-Toch, Zwijggeld en Openhartigheid zouden zich maar aan de held stoten. En toch hebben we er een gekregen. Holmes en Watson hebben het gezegd. Hosanna in den hoge.