Van Mierlo over toekomstige samenwerking ministeries; 'Grotere verwevenheid van hulp en politiek noodzakelijk'

ACCRA, 9 APRIL. Zijn zesdaagse reis naar Senegal en Ghana heeft minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) er opnieuw van overtuigd dat het roer bij Buitenlandse Zaken om moet. Te lang, zo vindt hij, lag de macht op zijn departement in 'de hoek waar de zak met geld stond'. Daardoor kwamen politieke besluiten van zijn voorgangers zwaar onder druk te staan en werden zaken soms scheef getrokken. Hij doelt op Ontwikkelingssamenwerking (7,1 miljard gulden dit jaar).

Om de Nederlandse 'présence' krachtdadiger te laten overkomen in het buitenland moeten Economische Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken beter samenwerken.

“In Afrika of waar ook ter wereld moeten we niet zo maar noodhulp of projecthulp geven, maar streven naar een bredere aanpak van hulpverlening. Er is een grotere verwevenheid van hulp en politiek noodzakelijk. Dat zie je bij de Palestijnen en in Bosnië maar hier in Afrika ook. Het is dan idioot om dat beleid te splitsen”, zegt de minister die van de Tweede Kamer ook minister van buitenlandse zaken voor Afrika moet zijn. Dat werelddeel mag hij niet alleen overlaten aan minister Pronk (Ontwikkelingsdsamenwerking), die soms twee maal per maand in deze regio verblijft.

Vandaag zal Van Mierlo in een onderraad van de ministerraad als coördinerend minister onderzoeken hoe de verschillende claims van de ministeries op de totale buitenlanduitgaven (rond de 10 miljard gulden) ook werkelijkheid kunnen worden.

De wensen op het terrein van milieu, Midden- en Oost-Europa beleid, ontwikkelingshulp, vredesoperaties en exportbevordering liggen ver boven het bedrag dat is bestemd voor het totaal aan buitenlanduitgaven. De ministers zullen prioriteiten moeten stellen meent Van Mierlo en hij wil die in samenwerking met hen aangeven. De voorbereidingen voor de begroting van volgend jaar noemt hij moeilijk.

Vrijdag bereikte hem in Accra het nieuws dat de belangenverenigingen van het personeel op Buitenlandse Zaken hebben ingestemd met de herijkingsplannen. “Dat geeft moed en daarmee is de kans veel groter geworden dat we het geheel van veranderingen vóór september kunnen doorvoeren.” Dat is nodig omdat Nederland op 1 janauri voorzitter wordt van de Europese Unie.

Buitenlandse Zaken moet samen met andere ministeries expertise leveren voor 38 commissies die onder Nederlandse voorzitterschap in de eerste maanden van 1997 bijeen komen. Daarnaast moet ook de standpuntbepaling van Nederland in die commissies worden voorbereid.

Enkele weken lang bestond de angst bij zijn medewerkers dat het 'geschuif met bureaus' het diplomatieke werk in de weg zou staan. Van Mierlo zegt dat Buitenlandse Zaken een paar wilde weken achter de rug heeft. Maar toen de departementsleiding uitvoerig had uitgelegd wat precies de opzet was van het door elkaar schudden van het ministerie zouden de zorgen bij het personeel geleidelijk zijn weggenomen.

Op het ministerie worden de landenbureaus van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking ineen geschoven, er komen nieuwe themabureaus en worden honderd mannen en vrouwen extra in het buitenland geplaatst omdat een groter deel van het beleid op ambassades moet worden voorbereid en uitgevoerd.

Van Mierlo zegt blij te zijn dat er nu een bereidheid is getoond 'om de mentale switch' te maken naar een meer slagvaardig beleid. Was dat voor de zomer niet gelukt dan had de grootste operatie van na de oorlog op BZ uitgesteld moeten worden.

Herijking was volgens Van Mierlo nodig om zonder gezichtsverlies bij de politieke partijen knopen door te hakken over prioriteiten bij buitenlands beleid na de grote omwentelingen in Europa en de economische uitdagingen in Azië.