Pretje van NS

Dat de Nederlandse Spoorwegen een bedrijfsmatige filosofie hebben omarmd wordt de reiziger steeds vaker ingepeperd. Ze gáán ervoor; dat moet al voldoende reden tot achterdocht zijn. Terwijl een treinreis voor de meeste passagiers slechts een noodzakelijke bezigheid is om de werkplek te bereiken en om na verrichte arbeid weer thuis te komen, doen de NS nu net alsof het een pretje is, en alsof we derhalve extra bevattelijk zijn voor reclamejolijt.

De conducteurs dragen tegenwoordig zelfs design-dassen met een wild motief op een hardgele achtergrond, die des te meer aanleiding tot mededogen geven als zo'n moegewerkte NS-employé rondom het middernachtelijk uur de strop niet meer precies gecentreerd onder de kin draagt en nog net zo verfomfaaid als vroeger naar het einde van zijn dienst staat te verlangen.

Steeds vaker wordt van conducteurs en bestuurders ook verwacht, dat ze de geluidsinstallatie in de treinen gebruiken voor opwekkende oproepen. Goed, de mededeling dat men zich thans in de trein van X naar Y bevindt, kan nog als nuttig worden beschouwd - zeker gezien de ravage die op sommige lijnen in de traditionele dienstregeling is aangebracht. Maar de quasi-wervende intonatie die de laatste tijd wordt toegepast om de komst van een karretje met niet-verse verversingen aan te kondigen, is ongetwijfeld het gevolg van een in dynamische taal vervat marketing policy memo aan alle conducteurs. Zo lang aan deze karretjes in de treinen vooral behoefte bestaat gedurende de uren dat ze er niet zijn - de late avonduren - is er geen enkele reden voor de trotse toon die hier wordt gebezigd.

Misschien was het tegen deze achtergrond, dat ik zo vertederd raakte door de verspreking die laatst door de luidsprekers van het boemeltje tussen Amsterdam en Hilversum opklonk: “Dames en heren, we naderen het eindpunt van deze trein. U wordt allen verzocht hier vriendelijk uit te stappen.” Met een brede glimlach voldeed ik aan het verzoek. Zo'n goede bui hadden de Nederlandse Spoorwegen mij nog niet eerder bezorgd.