'Onderkoning van Geleen' heeft parlement veel uit te leggen

DEN HAAG, 9 APRIL. De 'onderkoning van Geleen' komt morgen naar Den Haag. Oud-wethouder W. Schepers, ereburger van deze Zuidlimburgse gemeente, is een van de voormalige bestuursleden van de stichting Woningbeheer Limburg (WBL) die in het openbaar door een parlementaire onderzoekscommissie zullen worden gehoord over de affaire waarin deze woningcorporatie is verwikkeld.

WBL is met een bezit van 7.500 woningen, voornamelijk in Limburg en voor een klein deel in Noord-Brabant, een van de grotere woningcorporaties in Nederland. Zij verkeert in grote financiële problemen. Zonder maatregelen dreigt het tekort van WBL de komende jaren naar ruim 100 miljoen gulden op te lopen. Hoe dit zover heeft kunnen komen en wiens schuld het is geweest, zijn vragen die de onderzoekscommissie van vier Tweede-Kamerleden tracht te beantwoorden. Dit zijn de VVD'er Hofstra als voorzitter en verder Van Heemst (PvdA), Esselink (CDA) en Versnel-Schmitz (D66) als overige leden.

WBL is het resultaat van een fusie van drie corporaties in 1992. Een van de drie was de SBDI, een stichting die in de problemen was gekomen doordat zij zwaar verliesgevende woningen van de Limburgse projectontwikkelaar Ruijters had overgenomen. Samengaan en sanering moesten de Limburgse corporaties uit de nood halen. Het resultaat van deze operatie was echter averechts. WBL is in zijn huidige vorm niet meer te redden, zo blijkt uit diverse onderzoeken.

De Tweede Kamer heeft de commissie-Hofstra in november na veel gekrakeel ingesteld. CDA en D66 verzetten zich aanvankelijk tegen de instelling ervan, omdat zij meenden dat in de WBL-affaire, na een eerder parlementair onderzoek, zo langzamerhand alles boven tafel was gehaald wat er te halen viel. Ze laadden daarmee de verdenking op zich dat ze geen nader onderzoek wilden naar de rol die respectievelijk de vroegere staatssecretaris van Volkshuisvestering, de CDA'er Heerma, en diens opvolger, D66'er Tommel hadden gespeeld.

Ook Tommel zelf was allerminst gelukkig met de hardnekkigheid waarmee zijn coalitiepartners VVD (in casu Hofstra) en de PvdA (Kamerlid Duivesteijn) verder parlementair onderzoek bleken na te streven. Tommel klaagde over het wantrouwen waarmee zijn ambtenaren werden bejegend en het gebrek aan wederhoor. Totdat de staatssecretaris het onderzoek, tot verrassing van vriend en vijand, opeens aanbeval “omdat de integriteit van mijn medewerkers in het geding is gebracht”, zoals hij 9 november tegen de Tweede Kamer zei.

De commissie-Hofstra heeft de afgelopen maanden in beslotenheid onderzoek verricht en de meeste betrokkenen bij de WBL-affaire achter gesloten deuren gehoord. Deze week treedt er een openbare fase in. Twaalf betrokkenen zijn uitgenodigd voor de commissie te verschijnen en volgende week volgen er nog eens vier, onder wie Heerma en Tommel. Anders dan bij een parlementaire enquête zijn de getuigen niet verplicht bij deze 'eindgesprekken' te verschijnen en ze worden ook niet onder ede gehoord.

Voormalig WBL-voorzitter Schepers is een van hen en naar het zich laat aanzien, heeft hij de Kamerleden het nodige te vertellen. Terwijl het ministerie van VROM hem lange tijd als een van de hoofdschuldigen aanwees van de dreigende ondergang van WBL en hij bovendien van fraude werd verdacht, sloeg de 78-jarige Schepers, die tien jaar wethouder is geweest in Geleen, onlangs terug in het Limburgs Dagblad en de Limburger. Hij legde de schuld bij het ministerie, in het bijzonder bij oud-staatssecretaris Heerma en diens hoogste volkshuisvestingsambtenaar, directeur-generaal Kokhuis. Zij staken op het beslissende moment geen hand uit toen WBL in grote financiële nood bleek te verkeren, aldus Schepers. Ze kozen bovendien voor een volkshuisvestingsbeleid dat corporaties als WBL alleen maar verder in de problemen kon brengen.

Heerma's opvolger Tommel en de crisismanager die de staatssecretaris vorig jaar bij WBL aanstelde, Kempen, komen er bij de voormalige WBL-voorzitter evenmin goed af. Zij voeren een “anti-Limburgs beleid”. Dat uitgerekend Kempen als interim-manager werd aangesteld, stak de WBL-bestuurders. Deze voormalige algemeen directeur van de Nationale Woningraad was jarenlang voorzitter van het Centraal Fonds Volkshuisvesting. En juist dit fonds, bedoeld om noodlijdende corporaties financieel te steunen, hield bij WBL de boot af. Het fonds wordt goeddeels bestuurd door de landelijke koepels van woningcorporaties, Nationale Woningraad en NCIV.

Inmiddels heeft het nieuwe WBL-bestuur op instigatie van Kempen een nieuwe saneringsaanvraag ingediend bij het centraal fonds ter grootte van een kleine 102 miljoen gulden. De bedoeling is WBL in afgeslankte vorm voort te zetten. Bijna 1.000 duurdere huurwoningen worden te koop aangeboden als onderdeel van het saneringsplan. Onomstreden is dit plan niet. Sterker nog: de gemeenten Geleen, Heerlen, Kerkrade, Maastricht en Sittard die namens in totaal vijftig gemeenten toezicht op WBL houden, hebben het plan een “dikke onvoldoende” gegeven. Kempen schermt met het idee delen van het WBL-bezit over te doen aan niet-Limburgse corporaties. In dit verband is de landelijk opererende corporatie Woonzorg Nederland genoemd. De gemeenten vinden dat de WBL-woningen in Limburgse handen moeten blijven en worden daarin gesteund door Kamerleden als Duivesteijn (PvdA) en de Limburger Van Rey (VVD).

Dit zijn niet de eerste vragen waar de parlementaire onderzoekscommissie het antwoord op moet geven. Tot haar opdracht behoort wel na te gaan wat de invloed is geweest van de 'bestuurscultuur' op het ontstaan en functioneren van WBL. Bestuurscultuur in dubbele betekenis: Limburgse onderonsjes en de machtsblokken die er in de sector volkshuisvesting zijn ontstaan.

    • John Kroon