Defensiebeleid Europa zonder VS onhaalbaar

DEN HAAG, 9 APRIL. Staatssecretaris van Defensie Gmelich Meijling (VVD) ziet weinig in een Europees defensiebeleid. Hij gaat daarmee in tegen het voornemen van de regering die wil komen tot een in de Europese Unie geïntegreerd defensiebeleid.

De bewindsman zei vandaag in een toespraak over de toekomst van de Nederlandse krijgsmacht op het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael dat er te weinig duidelijkheid is over het gemeenschappelijke defensiebeleid van verschillende Europese lidstaten. Bovendien kan dit beleid volgens de staatssecretaris niet los worden gezien van de militaire rol die de Verenigde Staten spelen in Europa. “Als het er werkelijk op aankomt”, zei Gmelich Meijling, “kunnen de Westeuropese landen niet zonder de Amerikanen.” Hij verwees daarbij naar de huidige situatie in Bosnië, waar het IFOR-vredesleger vooral op initiatief van de VS in actie is gekomen.

De staatssecretaris neemt met zijn woorden afstand van het Benelux-memorandum. Dit document werd op 7 maart door de Benelux-landen opgesteld om gemeenschappelijke standpunten te formuleren in de aanloop naar de Intergouvernementele Conferentie (IGC). Op de IGC moet de Europese Interne Markt verder worden voltooid en versterkt.

In het memorandum wordt de 'defensie-identiteit van de Europese Unie' volledig ondersteund. De regeringsleiders van de Benelux-landen spraken de gemeenschappelijke intentie uit om de Westeuropese Unie (WEU), een politiek-militair samenwerkingsverband van negen landen van de Europese Unie, volledig op te laten gaan in de EU. Tot die tijd moeten de beide Unies, wat de Benelux betreft, zo snel mogelijk toenadering tot elkaar zoeken op institutionele basis.

Gmelich Meijling ziet de toenadering een slag anders, zo bleek vandaag: “De praktijk van alle dag wijst nog onvoldoende in de richting van een Europese defensie.”