De bisschop rehabiliteert een schilder

Aad de Haas, de schilderingen en kruiswegstaties in de Sint Cunibertuskerk te Wahlwiller. Boekuitgave: Rosbeek Nuth. (045-5650522).

WAHLWILLER, 9 APRIL. Zevenenveertig jaar nadat de schilder Aad de Haas (1920-1972) eigenhandig zijn door de rooms-katholieke kerk als “ontaarde kunst” betitelde kruiswegstaties uit het kerkje van het Zuidlimburgse Wahlwiller droeg, kreeg hij gisteren op tweede paasdag van dezelfde kerk definitief eerherstel. Bisschop F. Wiertz van Roermond sprak ten overstaan van onder meer De Haas' weduwe, Nel Koekman, zijn spijt uit. Hij noemde de kruiswegstaties van de in Rotterdam geboren schilder “zijn droom van de verrijzenis”. “De Haas”, aldus de bisschop, “was een voorloper omdat de mensen van nu getroffen worden door diens voorstelling van het lijden en uiteindelijk de wederopstanding van Christus.”

Aanleiding voor de bijeenkomst in twaalfde-eeuwse zaalkerkje in Wahlwiller was de verschijning van een boek over de schilderingen van De Haas, waaronder die voor het kerkje.

De staties van De Haas waren in 1949 aanleiding voor polemieken in vooral katholieke kring. “De man van Wahlwiller”, zoals hij ook wel wordt genoemd, schilderde de gezichten van de mensen als waren ze nog in de embryonale fase. Anderen meenden er de koppen van dieren in te zien. Zelfs meende men in kerkelijke kring dat De Haas de mensen had afgebeeld als larven. Op een aantal staties is een hond te zien waarmee De Haas waarschijnlijk wilde uitdrukken de onvoorwaardelijke trouw van een dier aan zijn meester; groter trouw dan onder mensen mogelijk is. Men ziet op de voorstellingen bomen die nu eens de kruin laten hangen, dan weer recht overeind staan. De kleuren, waarin het geel overheerst, worden helderder naarmate het verhaal vordert. In plaats van de gebruikelijke veertien staties maakte De Haas er zestien. Op de laatste ziet men Christus, afgebeeld in de wazige vorm die kenmerkend is voor De Haas' werk, vanuit zijn graf opstijgen naar de hemel. De wandschilderingen in het kerkje vormen één geheel met de staties. Onder het schilderen las De Haas' vrouw hem voor uit de bijbel.

De opdrachtgever, pastoor Jacques Mullenders van de Cunibertusparochie, wist zich al meteen geen raad met het werk. In de katholieke pers, de door de Jezuïeten geleide De Linie voorop, werd er schande over gesproken. Uiteindelijk was het de toenmalige bisschop van Roermond, mgr. G. Lemmens, die, geruggesteund door het Vaticaan, besloot dat de staties verwijderd moesten worden. Op Goede Vrijdag 1949 haalde De Haas ze persoonlijk weg. Hij zei toen: “Nu voegen ze in Wahlwiller een geheel nieuwe statie aan de kruisweg toe, getiteld: Onze Lieve Heer vliegt de kerk uit.” De schilder moet des te teleurgestelder zijn geweest omdat zijn kunst in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers als entartet was betiteld. Op grond daarvan werd hij gearresteerd en zat hij geruime tijd gevangen.

De stichting Limburgs Kunstbezit ontfermde zich er uiteindelijk over. De staties werden ondergebracht in het Maastrichtse Bonnefantennmuseum. In 1981 zette de toenmalige bisschop van Roermond, mgr. J. Gijsen, de eerste stap op de weg naar volledige rehabilitatie. De staties keerden terug in het kerkje van Wahlwiller. Gijsen, aldus Bertrand, vergeleek het werk met de kunst van de eerste christenen in de catacomben van Rome.

Overigens behoeven de schilderingen in het kerkje, dat op een vochtige plaats is gebouwd, dringend restauratie.

    • Max Paumen