Voor fraudeur is cursus omgaan met geld beter dan straf

Een steunfraudeur kan beter voor straf leren met geld om te gaan, dan een dure cel bezet houden, vindt minister Sorgdrager (Justitie). De komende weken presenteert zij aan de Kamer evaluaties die het nut van alternatieve straffen moeten aantonen.

ARNHEM, 5 APRIL. “Ergens moet ik te veel geld aan uit hebben gegeven”, peinst Debbie hardop. “Ja, dat moet het zijn”, schatert Johan, “anders zat je hier niet.” In een rokerige ruimte van de reclassering ressort Arnhem zitten negen mannen en vrouwen die wegens financiële problemen met justitie in aanraking zijn gekomen. Ze leren hoe ze moeten budgetteren en hoe ze van hun schulden moeten afkomen.

De 'budgetteringscursus' is een van de 'taakstraffen' waar minister Sorgdrager (Justitie) een groot voorstander van is. In plaats van criminelen achter tralies te zetten, kan de rechter kiezen uit een groot aantal alternatieve sancties die door de reclassering worden aangeboden.

Zo kunnen mensen die veroordeeld zijn een stuk hei gaan afplaggen, in de spoelkeuken staan of leren hoe ze met geld moeten omgaan. Sorgdrager wil met dergelijke straffen voorkomen dat veroordeelden achter het hekje van de rechtbank blijven terugkeren. De minister moet officieren van justitie en rechters nog meekrijgen, omdat zij moeite zouden hebben een cursus als straf te zien.

Elke les van de budgetteringscursus begint met enkele ezelsbruggetjes om de spanning van de cursisten te verminderen. De ontwerper van de cursus, W. Coster, verontschuldigt zich bijna voor de oefeningen. “Je moet de spanning van die mensen niet onderschatten. Een deel van hun probleem is te wijten aan het feit dat ze daar niet mee kunnen omgaan.” Hij geeft het voorbeeld van een van zijn cursisten die een blauwe enveloppe op de deurmat zag liggen, van schrik naar de keuken rende waar hij zich enkele uren opsloot.

Als de spanningsoefeningen zijn doorgenomen, behandelt cursusleider A.J. Hoeksema het huiswerk. Houd je uitgaven van een hele week bij, was de opdracht. “Kijk”, zegt Hoeksema als hij naar Lenie wijst, “zij heeft alle bonnetjes bewaard, da's haar manier. En Bianca heeft al haar uitgaven achter elkaar opgeschreven in een kasboekje, dat kan ook.” Voortaan moet iedereen al zijn uitgaven bijhouden. “Langzamerhand gaan we die uitgaven onderbrengen in allerlei clusters”, kondigt Hoeksema aan.

Henri heeft alvast een begroting gemaakt voor over drie maanden. Tegen die tijd zal zijn financiële situatie er aanzienlijk beter uitzien dan nu. “Ik kan over drie maanden bij mijn oude werkgever beginnen”, verklaart hij. “Daar moest ik vorig jaar stoppen omdat ik opeens naar een werkkamp moest.”

Bijna vier jaar geleden werd hij gepakt en veroordeeld wegens heling. “De rechter zei nog: 'de heler is zo goed als de steler'.” Drie jaar hoorde Henri niets van justitie en omdat hij een baan had, durfde hij het aan zich in de schulden te steken. Het pakte anders uit: na zijn werkstraf van vijf maanden was hij zijn baan kwijt en keek op tegen een torenhoge schuld.

De budgetteringscursus als 'leerstraf', is in de eerste plaats bedoeld voor 'cliënten', zoals de reclassering het noemt, die gefraudeerd hebben met uitkeringen voor een bedrag tussen de 12.000 en 75.000 gulden.

“Als je zulke bedragen hoort”, zegt cursusontwerper Coster, “dan voelt iedereen wel aan dat we vooral klanten krijgen die in de problemen zijn gekomen, domweg omdat ze niet met geld kunnen omgaan en de weg niet kennen bij allerlei sociale instanties.” Het zijn mensen die, zoals minister Melkert van Sociale Zaken het formuleert, een gebrek hebben aan 'bureaucratische vaardigheden'. En als je die vaardigheden niet hebt, dan loop je er voor weg, weet Costers uitervaringen.

Costers: “Mijn cursisten kregen de opdracht al hun rekeningen mee te nemen, waarna we die met een kasboekje af zouden handelen. Een van de leerlingen nam hier drie plastic tassen mee naar toe, vol met rekeningen. Hij is de hele les die twee uur duurt, alleen maar bezig geweest de enveloppen open te maken.”

Volgens de directeur van het reclasseringsbureau ressort Arnhem, J. Reerink, ziet “het gros van de rechters” de budgetteringscursus niet als een straf. “Maar onze cliënten zien dat anders. Ze werken zich liever in het zweet op de hei, dan dat er aan ze geprutst wordt. Want zo zien ze de cursus waarbij ze iets van zichzelf moeten prijsgeven”, aldus Reerink.

Bij de cursus gaat het soms om ogenschijnlijk kleine dingen, zoals een zuiniger douchekop die een klant trots meeneemt om aan andere cursisten te laten zien. Een ander geeft minder uit aan roken, omdat hij zijn sigaretten in zijn jas op de gang laat zitten.

Ook het bieden van een alternatief voor de auto - de fiets - is volgens Reerink effectief om een eind te maken aan de schuldenproblematiek.

Remco's gemoed vormt de enige uitzondering op de optimistische stemming tijdens de budgetteringscursus. Hij zit dan ook diep in de schulden. Gewapend met een HBO-diploma, een goede baan en een vlotte babbel kwam hij terecht in een van de betere dorpen rondom Arnhem. Enige tijd later werd hij arbeidsongeschikt verklaard en kwam zijn zoontje te overlijden.

“Als zoiets je overkomt, dan zoek je compensatie”, vertelt hij, “ik zocht die in materiële dingen.” De verleidingen van financieringsmaatschappijen, die Remco forse leningen aanboden op grond van verouderde gegevens, kon hij niet weerstaan. Sindsdien loopt Remco samen met zijn vrouw Bianca al twee jaar alle mogelijke instanties af, die hem zouden kunnen helpen bij het saneren van zijn schuld.

Debbie heeft niet veel op met de sociale dienst. Haar man is voorwaardelijk veroordeeld wegens steunfraude en zou een deel van zijn huidige uitkering moeten inleveren. “Maar ze maken steeds het volle pond over”, roept Debbie. “Dus straks zit hij toch in de gevangenis, omdat we dat geld dat we te veel krijgen niet kunnen terugbetalen.”

Als de cursisten wordt gevraagd of de budgetteringscursus zin heeft, knikken ze driftig ja. Bij elke les duiken zaken op die voorheen onbekend waren. Enkelen wisten niet dat ze recht hadden op huursubsidie. Anderen hadden nog nooit gehoord van de klachtencoördinator die ervoor kan zorgen dat onterecht ingehouden uitkeringsgeld alsnog wordt overgemaakt, zoals Henri heeft ondervonden. Achter de budgetteringscursus schuilt feitelijk een paradox, zo valt uit de woorden van Debbie op te maken: “Als we hem eerder hadden gehad, hadden we hier niet gezeten.”

Enkele namen van betrokkenen zijn om redenen van privacy veranderd.