Vlaamse Opera vernieuwt de Parsifal-traditie

Voorstelling: Parsifal van R. Wagner door de Vlaamse Opera o.l.v. Stefan Soltesz. Regie, decor en licht: Fred Berndt. Gezien: 2/4 KVO Antwerpen. Herhalingen: 7, 9, 12/4 Antwerpen; 19, 21, 24/4 Gent. Radio-uitz.: 7/4 15 uur BRT 3.

Wat in de lijdenstijd de Matthäus Passion is voor ons land, is Wagners Goede Vrijdag-opera Parsifal voor Vlaanderen. In het Parsifal-jaar 1914, toen het werk ook officieel buiten Wagners burcht in Bayreuth mocht worden uitgevoerd en op Nieuwjaarsdag al meteen was te zien in tien Europese steden, werd Parsifal voor het eerst in Antwerpen uitgevoerd. Vanaf 1926 is sprake van een Vlaamse Paas-Parsifal-traditie. Een kleine fototentoonstelling in de Antwerpse Koninklijke Vlaamse Opera geeft er een overzicht van.

De Vlaamse Parsifal begon als een kopie van de eerste Bayreuther Parsifal (1884) met het beroemde decor van de Graalstempel, geïnspireerd door de kathedraal van Siena. Het laatste decennium was het met de Parsifal-traditie soms even moeilijk gesteld als met de toestand in de Graalsburcht Monsalvat, waar de duivelse Klingsor de heilige speer had ontstolen aan Amfortas en de Graalsbewaarder leed aan een onheelbare bloedende wond, waaraan hij toch niet sterft. Ten slotte brengt Parsifal verlossing door de speer, waarmee Jezus aan het kruis in de zijde werd gestoken, terug te brengen. De wond heelt, de Graal, de beker waarin Jezus' bloed werd opgevangen, licht op en verspreidt zegen over de mensheid: Höchsten Heiles Wunder! Erlösung dem Erlöser!

De Vlaamse Parsifal, door interim-intendant Gerard Mortier zelfs enige tijd afgeschaft, was de laatste jaren van wisselend allooi. De geïmporteerde Londense produktie van Bill Bryden, waarin goed en kwaad als elkaars keerzijden werden gezien, was geen succes. Eén keer kwam men zelfs helemaal niet uit de enscenering en werd de opera uiteindelijk concertant uitgevoerd.

Dit jaar maakt de Vlaamse Opera een herstart met een nieuwe Parsifal-produktie, al is het niet de bedoeling die voortaan elk jaar uit te voeren. Regisseur en decorontwerper is Fred Berndt, die begon als decorontwerper en assisteerde bij beroemde regisseurs: Karl-Ernst Herrmann, Peter Stein en Klaus Michael Grüber, wiens Amsterdamse Parsifal volgend jaar voor het laatst op het programma staat van de Nederlandse Opera.

Berndt zegt Parsifal te zien als een zoektocht naar eenheid in een sinds de Verlichting verbrokkeld wereldbeeld. Het werk gaat volgens hem meer over oervormen van religieus beleven en boeddhistisch, natuurgericht leven dan over kerkelijke instituten. Het Graalritueel is dan vooral een poging tot het creëren van sprituele, harmonieuze gemeenschap.

Deze voorstelling is dan ook minder mythisch dan de Amsterdamse Parsifal van Grüber en minder expliciet 'christelijk' dan bijvoorbeeld de Bayreuther Parsifal van Götz Friedrich. Voor Friedrich was de 'imitatio Christi' het uitgangspunt: wanneer Parsifal de speer heeft heroverd en terugkeert, lijkt hij op Amfortas, die weer lijkt op Christus.

Bij Berndt is er geen 'echte' Graal - geen beker maar een bladvormig wit en rood oplichtend element, dat normaal wordt bedekt door een reuzenblad. Het is tegelijkertijd een gestileerde boom met twaalf takken (de apostelen) en ook een symbool voor de natuur. Aan het slot 'zuigt' Parsifal met de oplichtende speer kracht op uit die Graal en injecteert die in het blad, dat er boven hangt. Verdorde blaadjes vallen, de natuur komt weer tot leven.

Deze Parsifal is niet alleen ontkerkelijkt maar ook goeddeels ontchristelijkt. Er wordt door de Graalbroeders, die hier geen monniken zijn, geen kruis geslagen. Goede Vrijdag is naar de achtergrond gedrongen door Pasen. En het Paasfeest betekent hier nauwelijks nog wederopstanding. Het is vooral een lenteritueel, dat men evengoed zou kunnen situeren in het voorchristelijke Stonehenge, waarvan de vorm overeenkomt met die van Wagners originele Graaltempel met de zuilen van de koepel in Siena. De kostumering is van alle tijden en maakt de personages tot een soort aliens.

De produktie van Berndt kan men deels zien als een terugblik op de oude Parsifal-ensceneringsstijl. Voor tweederde doet die ook aan als een hommage aan twee regisseurs: Wieland Wagner en Karl-Ernst Herrmann. De twee Graals-actes - 1 en 3 - lijken vooral neo-Neu-Bayreuth: citaten van de strak geordende sobere symbolistische enscenerings- en belichtingsstijl die Wieland en Wolfgang Wagner na de oorlog in Bayreuth introduceerden.

Het decor is binnen een rond gespannen doek beperkt tot een minimum, individuen bestaan hier niet, de Graalbroeders zijn klonen. De belangrijkste personages zijn archetypes. Christopher Ventris, die hier voor het eerst de titelrol zingt en dat voortreffelijk doet, is zo'n 'ideale' Parsifal: blond, robuust en toch de naïeve 'reine Tor', de onschuldige dwaas. Amfortas, een intens gezongen rol van Jorma Hynninen, is gewikkeld in windselen. De grijs-bebaarde Donald McIntyre is een al even typische Gurnemanz, een rol die deze beroemde Wagner-veteraan voor enkele vocale problemen stelt.

Een typisch Herrmann-citaat, ontleend aan zijn Brusselse voorstelling van Mozarts Cosi fan tutte, is het uitzicht op de buitenwereld, dat wordt geboden door een bladvormig gat in het achterdoek. Daar toont een rollend beschilderd doek de berg Monsalvat in volle eindeloze hoogte en doet daarmee het toneelbeeld doet opstijgen tot hemelse sferen.

De fascinerende tweede acte met de tovertuin van Klingsor contrasteert volledig met die twee andere behoorlijk saaie scènes. Wat zijn de slechtheid van Klingsor en de verleidingspogingen van Kundry toch interessanter, uitdagender en intrigerender dan die bidprentjes-braafheid! Hier kan een goede regisseur wat doen en dat doet Berndt dan ook overtuigend.

Klingsor, met een flodderkop als van een gier, beheerst de scène vanuit een nest, dat men ook kan zien als een doornenkroon, geplaatst op een schuine spiegelende zuil. Parsifal dringt zich de tuin in, na een zwaardgevecht, dat op het doek te zien is in schaduwen van reuzenformaat. De bloemenmeisjes komen niet opdansen, maar bloeien op uit het podium, hun rozige bodystockings voorzien van veel stekels. Kundry wikkelt de moederloze Parsifal in haar sluier als een boreling en er ontstaat dank zij de fel-expressieve Ruthild Engert een geweldig sterk gespeelde en gezongen verleidingsscène. Bij de première liep die tweede acte wat ongelukkig af, omdat de truc met de door Klingsor naar Parsifal geworpen speer door gebrekkige lichttechniek mislukte. Net als ooit in Londen het geval was bij de door Bernard Haitink gedirigeerde Parsifal, zag men hier al te duidelijk dat Parsifal een tweede speer vanachter de toneellijst pakte.

Visueel en auditief wordt Parsifal, Wagners laatste opera, hier uitgevoerd als sluitstuk van een reusachtig en hecht oeuvre, een catalogus van weerkerende elementen. Zo dirigeert Stefan Soltesz de inleiding van de tweede acte als was het de stormachtige opening van Die Walküre. Kundry, de eeuwige vrouw, verschijnt hier, net als Erda in Siegfried, uit de grond, uit moeder aarde. Amfortas op zijn draagbaar doet denken aan de stervende Tristan in de Amsterdamse produktie van Jürgen Gosch. De geprojecteerde regenboog verwijst naar Das Rheingold. En de opera als geheel is een complement op Lohengrin, waarin de Graalsvertelling al vooruitliep op Parsifal.

    • Kasper Jansen