Tribune

Afgelopen maandag verdedigde Regilio Tuur voor de vijfde keer in korte tijd met succes zijn wereldtitel. Zijn tegenstander was geen 'geweldenaar'. Is Tuur een profbokser van grote klasse of eerder een behendig zakenman?

Jan Schildkamp, oud-trainer van Tuur: “Ik heb Regilio getraind van z'n vroege tienerjaren tot vlak na de Olympische Spelen van 1988 in Seoul. Hij is echt een natuurtalent, maar talent alleen is niet voldoende. Er komt namelijk veel meer bij kijken om de beste van de wereld te worden en te blijven. Geestelijk is het bijvoorbeeld enorm zwaar, vooral wanneer je zoals hij om de twee, drie maanden je titel verdedigt. Steeds opnieuw moet hij zich opladen, steeds opnieuw moet hij helemaal klaar zijn voor zo'n gevecht. Zes keer wereldkampioen worden, dat is écht gigantisch, hoor. Maar in Nederland wordt dat natuurlijk weer niet op z'n waarde geschat. Zó denigrerend als de media over vooral z'n laatste partij hebben bericht. Die tegenstander was zogenaamd niet echt goed. Laten ze toch ophouden, want jongens die om de wereldtitel boksen, zijn altijd goed. En dan lees en hoor ik ook dat Regilio zo commercieel bezig is. Pfuh, natuurlijk is hij commercieel bezig. Boksen is z'n vak, z'n werk. Als hij niet commercieel dacht, zou hij ook geen profbokser zijn. Maar geloof me, hij bokst vooral voor de eer, hoor. En zeker, ik ben nog altijd heel trots op 'm.”

Henk Rühling, bokspromotor: “Die laatste tegenstander van Tuur ging inderdaad zonder enige kans de ring in. Op de Independent Rating, zeg maar de gezamenlijke wereldranglijst van de verschillende boksbonden, stond-ie 47ste. Dan ben je geen geweldenaar. Het verschil met Tuur, zevende op die wereldranglijst, was gewoon te groot. Zoiets kan echter gebeuren, een makkelijke partij op z'n tijd hoort er nu eenmaal bij. Maar Tuur heeft al lang bewezen dat hij een topper is. Omdat hij weinig lijdt in z'n partijen, heeft hij ook voldoende aan rustperiodes van twee tot drie maanden tussen zijn titelgevechten. Natuurlijk zijn er dan mensen die hem een zakenman noemen, maar nergens staat toch dat hij dat als bokser niet ook zou mogen zijn?”

Lee Towers, zanger en boksfanaat: “Vroeger heb ik zelf gebokst. Tot voor een tijdje terug oefende ik ook nog wel een beetje, maar na een klap op m'n korte rib doe ik dat niet meer. Ik kon bijna geen adem meer krijgen en dat is funest in mijn vak. Voor die laatste partij van Regilio had ik kaartjes, maar op het laatste moment kon ik niet omdat ik moest invallen voor een collega. Faxje gestuurd en hem succes gewenst. We zijn maatjes, vandaar. Ik zie ook veel overeenkomsten tussen een bokser en een solo-zanger. Voetballen doe je met z'n elven, maar wij moeten het helemaal alleen doen. Dat Regilio destijds z'n geluk in Amerika is gaan zoeken, is knap. Iedereen raadde het hem af. Amerika is een wespennest en dat geldt zeker voor het bokswereldje - wat heb jij daar nou te zoeken, heette het. Maar hij heeft guts en ging gewoon. En nu is hij al zes keer wereldkampioen geworden, al laat de bewondering daarover nogal eens te wensen over. Maar je kunt misschien één keer bij toeval wereldkampioen worden, maar niet zes keer achter elkaar. Ach, voor mijn eerste optreden in Ahoy' zei ook iedereen: dat krijg je nooit vol, Leen. Inmiddels heb ik er 45 keer voor een uitverkochte zaal gestaan. Het is allemaal zo typisch Nederlands, niet?”

Armando, kunstenaar, musicus en schrijver van het boek 'De boksers': “Zelf vind ik Tuur geen mooie bokser om te zien. Hij boeit me gewoon niet zo. Ik heb echter wel groot respect voor zijn toewijding en trainingsijver. Het is ook niet mis, hoor, wanneer je het zo ver schopt als hij. Daarbij moet je natuurlijk wel meteen aantekenen dat hij wereldkampioen is van een boksorganisatie die niet veel voorstelt. Dat merk je ook aan de vakbladen. Tuur wordt er wel in genoemd, maar niet als dé wereldkampioen. Het is jammer dat er in het boksen zo veel verschillende bonden zijn. Eigenlijk zou Tuur een keer tegen de nummer één van een grote bond moeten boksen, wat hij zelf volgens mij ook wel wil. Nu treft hij toch regelmatig mindere boksers. Dat is toch vooral het gevolg van slim managen van z'n manager. Ja, Tuur zelf is ook een zakelijke jongen. En daar is niks mis mee, hoor. ”

Eddy Smulders, profbokser, Europees kampioen halfzwaargewicht: “Tuur doet er alles aan om te winnen, hij is altijd super geconcentreerd bezig. En geef hem eens ongelijk dat hij daarbij de kans pakt om een paar centen te verdienen. Ik vind het heel knap hoe hij zijn carrière heeft opgebouwd, daar kunnen anderen een voorbeeld aan nemen.”

    • Paul de Lange