Spelling (3)

23 Maart schreef Liesbeth Koenen een recensie van de boekjes over de nieuwe spelling en alweer begrijp ik helemaal niets van de opwinding die spelling blijkbaar kan opwekken.

Er zou sprake zijn van 'een diepgeworteld verlangen het goed te doen', 'weinig zaken waarover zo'n massale onzekerheid heerst' (zou daar niet beter 'waarbij' kunnen staan?), 'wie bang is grijpt elke zekerheid aan', en daarom dienen er spellingsrust, spellingseenheid en spellingseenduidigheid te zijn. Terwijl, en dit argument lijkt in het debat afwezig, terwijl bij gesproken taal iedereen het normaal vindt dat de hersenen vele uitspraakvarianten aankunnen.

Zouden diezelfde hersenen door het bestaan van meer dan één spelling zodanig van de kook raken dat onzekerheid en angst de kop op steken? Dat moet haast wel een misvatting zijn. Ik waag zelfs de stelling te verdedigen dat we gebaat zijn bij het bestaan van meerdere spellingen, want dan worden voortaan de schrijfsels van huidige slechte spellers neutraal en vriendelijk bekeken, maar ook worden oudere spellingen toegankelijker doordat de hersenen vanzelf, onbewust via alle spellingvarianten tot dezelfde betekenis van een woord komen.

En om nog iets over de tussen-n te zeggen: soms schrijf ik braam en soms bramen, namelijk als ik enkel- dan wel meervoud wil uitdrukken, en zo lijkt het me voor de hand liggen dat zowel bramesap als bramensap een goede spelling gevonden wordt, omdat beide een iets andere betekenis kunnen weergeven. Dat is een eerste reden om het hele probleem van de verbindingsletters terzijde te schuiven, en een tweede is dat de taal niet eenduidig is, dus waarom de spelling dan wel. Immers, als het perensap is dan moet het ook appelssap worden, òf naast peresap ook appelesap. Dat laatste strookt niet met de uitspraak, maar het eerste levert weer een probleem zodra het over meloensap gaat. Ergo, probleem onoplosbaar, heisa om niets en de verzuchting van Liesbeth Koenen dat het gedoe rond de nieuwe spelling allemaal zo treurig is, staat haaks op mijn gevoel dat het allemaal erg komies/comisch is.

    • Weina Reinboud