Spelling (2)

De nieuwe regels voor het spellen van -e(n)- in samenstellingen mogen hopeloos ingewikkeld zijn, heimwee naar de oude beregeling, zoals uit het artikel van Liesbeth Koenen in NRC HANDELSBLAD van 23 maart jongstleden is op te maken, lijkt me ook niet op z'n plaats.

Het oude uitgangspunt is inderdaad uitstekend: de tussenklank wordt als e geschreven. Hierop werden echter twee uitzonderingen gemaakt (die beide ook weer uitzonderingen kenden), en niet één uitzondering, zoals veelal, ook door Koenen, beweerd wordt. De eerste uitzondering is bekend: -en- als het eerste deel 'noodzakelijk de gedachte aan een meervoud opwekt'; vandaar woordenlijst en vriendenkring. Aan bessesap naast bessenwijn is sinds het verschijnen van de Woordenlijst in 1954 uitvoerig aandacht besteed.

Er was echter nog een tweede uitzondering: als het eerste deel 'een persoonsnaam die niet een bepaalde vrouwelijke persoon aanduidt' (Koninginnedag!), moet ook -en- worden geschreven; vandaar heldendaad, herenhuis (maar hereboer) en ook weduwenfonds. Al met al, geen voorschriften om met heimwee naar terug te verlangen.

En toch... het uitgangspunt was helder en leerbaar: de tussenklank wordt als -e- geschreven. Maar dan zonder uitzonderingen: woordelijst, vriendekring, bessewijn, heldedaad, herehuis en weduwefonds. Drielandepunt dan maar op de koop toe.

    • J.W. de Vries