Oud-minister in België krijgt twee jaar in cel

BRUSSEL, 6 APRIL. De Belgische oud-minister Guy Coëme is gisteren veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en vijf jaar ontzetting uit zijn burgerlijke en politieke rechten. Coëme stond voor het Hof van Cassatie in Brussel terecht wegens passieve corruptie in de zogeheten Uniop-affaire. Het is de eerste keer in honderd jaar dat in België een (oud-)minister is veroordeeld.

De socialist Coëme, oud-minister van Defensie, verleende drie overbetaalde onderzoeksopdrachten aan Uniop, een opiniepeilingsbureau verbonden aan de Brusselse universiteit. In ruil deed Uniop hem een opiniepeiling cadeau en betaalde het bedrijf verschillende rekeningen, onder andere voor taallessen, kranten en twee miljoen frank (ruim 100.000 gulden) voor een pr-medewerker van Coëme.

De veroordeling heeft zware gevolgen voor de politieke carrière van Coëme. Ontzetting uit het burgerrecht betekent dat hij geen burgemeester van het Luikse Waremme kan blijven. De Waalse politicus zou wel kunnen aanblijven als parlementariër, maar niet opnieuw kunnen worden verkozen. Behalve Coëme stonden zes andere verdachten terecht in de affaire, onder wie Uniop-directeur Camille Javeau. Hij hoorde een gevangenisstraf van twee jaar tegen zich uitspreken, waarvan één onvoorwaardelijk. Javeau werd onmiddellijk aangehouden.

Ook de overige vijf werden schuldig bevonden en kregen voorwaardelijke celstraffen en geldboetes opgelegd. Tegen een uitspraak van het Hof van Cassatie, het hoogste Belgische rechtscollege, is in België geen beroep mogelijk. De veroordeelden kunnen de uitspraak enkel nog aanvechten voor het Europees hof van de rechten van de mens in Straatsburg.

Guy Coëme werd eerder ook doorverwezen naar Cassatie in verband met de zogeheten Agusta-smeergeldaffaire. Deze affaire deed hem op 21 januari 1994 beslissen zijn ontslag in te dienen als vice-premier. Coëme heeft altijd zijn onschuld volgehouden. Hij zegt dat hij de zondebok is geworden van het Belgische systeem van partijfinanciering uit de jaren tachtig, toen politieke partijen subsidies van bedrijven mochten aannemen. Ontgoocheld reageerde Coëme op de uitspraak gisteren: “Eén uur voorwaardelijk zou al te veel zijn geweest.”